Categoriearchief: Uncategorized

We verdwijnen even van de radar

Vandaag, 29 mei, vertrekken we Noordwaarts de bergen in naar Tandoureh National Park, waar we in afwachting van onze oversteek naar Turkmenistan, nog enkele dagen  zullen doorbrengen. Op 2 juni steken we over en hebben we 5 dagen tijd om door te reizen naar Oezbekistan. We zullen tussen nu en Oezbekistan offline zijn en dus geen berichten kunnen posten. We zijn wel contacteerbaar via de satelliet, zie ons visitekaartje onderaan. En Philippe Gosseries,  we vinden het supertof om al je berichtjes via  de satellietphone te krijgen . Precies alsof we met drie op reis zijn 🙂

 

In het spoor van Alexandertje de Grote

Igoumenitsa, in de provincie Epirus, daar meren we aan met de ferry uit Italië. Het uitschepen verloopt massa’s vlotter dan het inschepen en het moet ook presto-presto, want de boot gaat nog verder naar Patras.

We worden onmiddellijk overweldigd door hoge en zeer groene bergen waardoor onze weg zich baant . We rijden er praktisch alleen en gaan tot 1200 meter hoog.  Langs de baan verwittigen gevarendriehoeken ons voor overstekende beren. Maar het enige waarvoor we we af en toe het stuur moeten omgooien, zijn overstekende (suïcidale?) schildpadden, jawel. Maar ook hordes wilde honden liggen languit op de openbare weg en maken geen aanstalten om op te krassen. Onderweg houden we een stop in Ioannina, universiteits- en handelsstad, gelegen in een keteldal aan een meer dat wat doet denken aan het meer van Genève. We nemen er een lunch op één van de vele, met wijnbladeren overdekte terrassen aan het water.

ioanina

We rijden verder door de provincie Macedonië, en besluiten ons bedje te maken in Vergina. We vinden er een mooie en rustige slaapplaats op een parking bovenop een heuvel, vlakbij de archeologische site van een necropolis, die we de dag er op willen bezoeken. We maken kort kennis met een familie, mama, papa en drie koters, die al een poosje rond de parking heen reden en waarbij papa dan toch uiteindelijk zijn nieuwsgierigheid voor de Unimog omzette in een gezellige babbel. Terwijl de mannen kwebbelen over vroem-vroem-speelgoedjes en kleine jongensdromen, maak ik van de gelegenheid gebruik om wat info te vragen aan mama, die, zo bleek de dag er op, suppoost is in het museum van de graftombe.

We maken ons eten klaar en genieten nog even van het mooie aanzicht van de ons omringende bergen, de ondergaande zon en een glas Rosé spumante. Alleen wij, het is muisstil en het flauwe licht van enkele lantaarns doet ons even rillen, want samen met ons slapen hier net rond en wellicht ook onder ons, de tientallen doden, die  in een ver Macedonisch verleden met veel pracht en praal in hun koninklijke tombes hun laatste rustplaats kregen.

De dag er op ontwaken wij maar ook het hele dorp. Hier en daar hoor je het geronk van graafwerktuigen dat opstijgt uit diverse archeologische sites die verspreid liggen rond de parking en nabije heuvels. En in het dorp poppen de talloze terrasjes als het ware uit de grond.

We gaan boodschappen doen in het plaatselijke supermarktje en maken van de tijd gebruik om de reserveband op het dak opnieuw in positie te leggen. Bleek dat het ding vervaarlijk was opgeschoven tijdens het rijden op de slechte Italiaanse wegen.

 

 

Het museum waar zich de graftombe bevindt van Koning Filippos II (vader van Alexander de Grote) gaat pas open om 12U. Dus besluiten we maar het koninklijk paleis op te zoeken dat iets verder in de heuvels is gelegen maar niet toegankelijk is voor publiek. Althans nu nog niet aangezien archeologen de laatste hand leggen aan de restauratie ervan en de hele site dus is afgesloten met hekkens. Maar… net dan begint het echt te kriebelen bij ons Fifieken die onder een afkeurende (en vermoeide ) blik van Arno toch via een hekken binnenglipt.  En één van de werkmannen, genaamd Yargos, weet  te overtuigen om toegang te krijgen tot de chantier (noot van Arno : makkelijk met een kort rokje, zo kan ik het ook ;-).  Ik beantwoordde Yargos zijn Griekse blabla (waar ik uiteraard geen jota van begreep) met ostentatief geknik en veel hm-hm’s,  zodat ik iets langer kon genieten van de gerenoveerde grondvesten van wat ooit het fantastisch logement is geweest van deze koninklijke Macedonische vorsten.

Maar het summum was de tombe van de Macedonische koning Filippos II (vader van Alexander de Grote), zijn vrouw en de laatste zoon van Aalexander, wel toegankelijk voor het publiek en voor een niet onaardige prijs… Een tempel is het, gelegen onder een grafheuvel, beschilderd met fresco’s waar de beenderen bewaard werden in een gouden kist, omgeven van een sarcofaag met daarrond een soort bed en dat alles in een tombe, samen met allerlei kostbare schatten. Het graf (en de hele site trouwens ) werden nog niet zo lang geleden ontdekt en behoren nu tot het Werelderfgoed.

Vergina is een geweldig sympathiek, mooi, gezellig maar vooral zeer rustig dorp, met vele leuke gezellige bars en terrasjes en heel lieve en grappige inwoners.

We vertrekken er in de late namiddag, richting  Thessaloniki. Die laten we links liggen en we cruisen verder langs de wondermooie kustbaan waar we overnachten op het strand, voor ons het azuurblauwe water van de Mare Nostrum, achter ons een massale bergketen. Na 30 minuten zoeken wat nu de aller, allerbeste locatie is om de Unimog neer te planten, en nadat Arno nog eens vastrijdt in het mulle zand, eten we samen met de ondergaande zon en dolfijnen die we in de verte zien zwemmen.  Het is er zalig slapen.

’s Morgens vroeg wagen we ons aan een duik in zee, wat nog behoorlijk fris is. Na het ontbijt vervolgen we de kustweg naar Kavàla. De tussenstop meer dan waard. We bezoeken er de oude stad die gedomineerd wordt door een aquaduct, een kluwen van kleine steegjes met typisch Ottomaanse huizen die naar boven slingeren tot aan het kastro en het huis van Mehmet Ali (stichter van het moderne Egypte en Karthoum, een vreselijke tiran). In de gids had ik gelezen dat een oude Imaret, gebouwd door deze tiran,  was omgebouwd tot een luxehotel (350 euro per nacht) maar dat het de moeite loont om er een koffie te gaan drinken. En jawel, oh, echt waar. Ik verklap je niet de prijs van 1 koffie…maar dromen zijn onbetaalbaar, niet?

De prachtige Imaret…

We rijden verder en slapen opnieuw met ‘vue sur mer’.

Les gamins!

De meeste slaapplaatsen vinden we trouwens via de site van ‘IOverlander‘, waar avonturiers, door middel van coördinaten en een korte beschrijving (soms foto’s) o.a. laten weten waar ze mooi en veilig geparkeerd stonden met hun camper of tent, zo ook onze slaapplaats in Alexandropoulis, zowat de laatste stad in de provincie Thracië aan de grens met Turkije. We zijn er niet alleen en maken kennis met Maxim en Nicolas, twee Franse jongelingen die na hun studies besloten om nog eens iets ‘dingue’ te doen. En wat is er ‘plus dingue’ dan fietsen van Singapore naar Frankrijk? Het is een gezellige babbel, met een fris pintje bier waarop we de gamins trakteren, en met een stukje  saucisson van Mich en Iris.

 

Griekenland is een zalig land om rond te trekken, alvast zeker het noordelijk deel wat door weinig toeristen wordt aangedaan, zo blijkt. Het is er goedkoop eten en tanken. Je betaalt er wel tol op de autostrades. De bewoners ( mengeling van Grieken, Bulgaren, Turken en Macedoniërs) , zijn heel gemoedelijk, relaxed,  en alles ademt er rust en stilte uit, wat een verschil met het kwetterende Italïe.