’t Klein Strand in de Oeral

We worden gewekt door de beiaard van het klooster naast de deur. Mooie klokken maar een beetje veel hetzelfde en het duurt eigenlijk wel een beetje lang. Na onze douche begeven we ons benieuwd naar het keukentje want we hebben een kamer met ontbijt. De jongen die ondertussen de receptie doet brabbelt het één en ander, vraagt of we koffie willen, zet tafel en verdwijnt dan met onze koffiekoppen. We hebben geen idee wat we moeten doen. In de rijstkoker vind ik wat (aangebrande) rijst en er ligt nog een vierde van een brood op tafel. We wachten nog even op de koffie die niet komt en houden het dan voor bezien. Net als we onze spullen bijeen hebben gepakt komt de receptie jongen toch nog af met twee koffies, geen idee waar die vandaan komen. We laten het niet aan ons hart komen en halen boterkoeken en koffie bij het zaakje waar we gisteren ook gegeten hebben en waar ze ook een bakkerij met echt brood hebben.

Volgende stop is de plaats waar ze de Romanovs indertijd begraven hebben. Ook dit is uitgegroeid tot een bedevaartsoord en de mijnschacht waarin ze gegooid zijn is omgeven door een klooster en enkele houten kerkjes met gouden koepels, eigenlijk wel mooi.

Ook hier wordt er alles aan gedaan om de Romanovs voor te stellen als de perfecte familie en worden ze echt vereerd.

Als we willen verder rijden blijkt er wel een weg naar de site te lopen maar geen weg terug, we moeten via een redelijk omweg eerst terug naar Jekatarinaburg.

Zo komen we op de site waar officiëel Azië overgaat in Europa, hoewel we de Oeral nog niet voorbij zijn. Blijkt dit een wat bizarre plaats naaste de snelweg waar iedereen vlug een foto komt nemen en weer verdwijnt.

We besluiten een shortcut te nemen richting Oefa en Cheljabinsk links te laten liggen. Op de kaart ziet deze weg er mooier uit met alle meren die er zouden moeten liggen.

Het is inderdaad een mooie weg, door de bossen, niet teveel verkeer en af en toe een mooi meer. Helaas wordt dit mooie plaatje plots verstoord als we door een mijnsite rijden, bergen mijnafval, rokende schoorstenen en een omgeving die van bos plots in een woestijn is veranderd.

Het is mijn toer om een mooi slaapplaatsje te vinden maar helaas zijn we vergeten dat het zaterdag is, verlof is en dat het snikheet is. Als we het bos inslaan richting een meer waar we volgens mij wel kunnen staan blijkt het zwart te lopen van het volk. We blijven hardnekkig doorrijden tot we voor een hekken staan en op een vierkante meter de Mog moeten draaien. Ook de volgende pogingen lopen op niets uit. Als we uiteindelijk een soort camping vinden blijkt de mannelijke helft van de bevolking al redelijk boven hun theewater met als gevolg dat iedereen als een zot dooreen roept wat op een moment zo op mijn systeem begint te werken dat ik maar begin terug te roepen. Maakt echter geen enkele indruk en als Fietje terugkomt van haar prospectie op het kampeerterrein besluiten we dat dit niet echt ons ding is.

We rijden terug naar een pad dat we wat verder het bos zagen inlopen maar ook dit blijkt niet te zijn wat we zoeken. We zijn allebei moe, het wordt laat en hebben veel te veel tijd als verloren met het zoeken naar een plaats. Volgende poging is een cafeetje dat we wat vroeger zijn tegengekomen. Hier zullen we wel ergens kunnen staan. We bestellen wat pintjes en eten en kunnen uiteindelijk de serveuze overhalen om ons op hun parking te laten slapen.

Geef een antwoord