Manten en Kalle in het land van de Ayatollahs

Terwijl we zalig liggen te slapen in afwachting van de ferry (zie blog gisteren) worden we midden in de nacht gewekt door de nachtwakers. Blijkt het vertrekuur van de ferry onverwacht verzet te zijn, we moeten ons eigenlijk klaarmaken om onmiddellijk te vertrekken. Ik word maar half wakker en Fietje is ook niet helemaal fris en we besluiten om de ferry te laten zijn voor wat ze is, goed wetende dat er morgen geen ferry zal zijn.

We slapen uit (we hebben nu toch geen strikt schema meer) en als we opstaan maak ik, zoals we gisteren hebben beloofd, koffie voor de nachtwakers. We checken nog eens onze kaart en besluiten uiteindelijk het Van-meer langs boven te passeren.


Als we even langs het water een plaspauze houden stopt er een wit anoniem minibusje net achter ons. Er stappen twee mannen uit in camouflage pakken die ons vriendelijk vragen wat we hier doen en onze papieren willen controleren. Het wordt steeds meer duidelijk dat we de grens naderen.

Omdat we eigenlijk goed opschieten besluiten we om nog vandaag de grens over te steken. We slaan nog wat proviand in in de laatste stad (Dogubayazit) net voor de grens. Dit lijkt hier wel een stadje uit het wilde westen. Buiten een paar hoofdstraten zijn alle straten gewoon in aarde. Het is er een drukte van jewelste en iedereen sjouwt met tassen vol dingen die waarschijnlijk moeilijk verkrijgbaar zijn aan de andere kant van de grens. We brengen onze kamion in orde, verstoppen onze laatste blikjes bier en ook de ‘Smeerolie’ die we van onze buren hebben gekregen en skypen nog even met de jongens thuis (onze Turks data krediet mag nu wel op).

Er pakken dreigende wolken boven het westen samen en in combinatie met zeer puntige bergen geeft dat een beetje een Lord of the Rings sfeertje. Volgens Fietje moeten we eerst nog een pasje over maar na een paar kilometer zitten we weer tussen de laatste restjes sneeuw in een maandlandschap op 2700 meter hoogte.

Om 18:00 zijn we aan de Turkse kant van de grens. Buiten enorm veel vrachtwagens die staan aan te schuiven is hier niemand. Het spel begint slecht als ik bij de eerste controle al niet meer versta wat het mannetje achter het raampje eigenlijk wilt zien. Blijkt dat deze controle enkel over de auto papieren gaat (de auto wordt nog niet uitgeschreven, dus wat juist het nut is….). Er staan nergens bordjes en we rijden dus rustig verder langs een gebouw dat volgens ons op instorten staat en waar nog een scheef plakaat “tax free” hangt, door een poort waar niemand te zien is, door nog een tolhuisje waar enkel vogeltjes wonen en komen zo voor een hekken te staan met aan de andere kant Iraanse militairen.

Hier is het tolhuisje wel bemand door een vriendelijke kerel. Helaas, we zijn al te ver en moeten terugkeren naar de bouwval die we al gepasseerd waren want daar moeten onze paspoorten afgestempeld worden. Na een beetje zoeken vinden we toch een duister hokje waaruit metal klinkt. De douanier verschiet als hij ons ziet maar stempelt vlot onze paspoorten en dan kunnen we verder lopen. Helaas is er van hier geen weg meer terug naar onze kamion, enkel vooruit naar Iran. We keren dus terug naar de douanier en leggen hem het probleem uit maar eigenlijk mogen we niet terug. Na lang aandringen mag ik terug naar de kamion maar Fietje moet doorlopen naar Iran. Gelukkig (zie verder) houden we voet bij stuk en mogen we toch allebei terug Turkije binnen, eigenlijk zonder visum, om naar ons wagentje te gaan.

‘En route’ naar de Iraanse grens en naar de vriendelijke man die onze auto nog moet uitschrijven. Hij babbelt honderduit (het hekken aan de Iraanse kant is toch gesloten dus we kunnen toch niet door) en als de Iraanse militairen aanstalten maken om het hekken te openen begint hij onze papieren eindelijk in orde te brengen. Dan vertrekt zijn gezicht en beteuterd zegt hij dat de computer beslist heeft dat wij vandaag de gelukkigen zijn die een extra x-ray controle moeten ondergaan. En waar is die controle? Inderdaad, daar waar die lange rij vrachtwagens staat. En hoe geraken we aan de x-ray? Gewoon, je rijdt helemaal terug naar de eerste controle en daar moet je het maar eens vragen. Gelukkig weten de vrachtwagenchauffeurs al wat het betekent als er daar een niet TIR kamion rijdt en wijzen ons zelfs zonder vragen de weg.

Voor de x-ray staat opnieuw een rij vrachtwagens die wachten en we steken die gewoon voorbij en doen of onze neus bloedt. Aan het einde van de rij gekomen vragen we onschuldig of dit de x-ray is. De chauffeurs snappen het plaatje en laten ons na een paar grapjes gewoon iedereen voorbijsteken. Er komt echter geen schot in de zaak en als we vragen wat het probleem is blijkt dat iedereen gaan eten is en dat dit hier nog een uurtje zal duren. We zijn eigenlijk nog in een goede stemming en maken wat grapje met de chauffeurs en wachten geduldig tot er iemand komt.

geduldig wachtend op de x-ray bij de grote jongens

We mogen als eerste de x-ray tunnel in en na een paar minuten krijgen we alle papieren terug en kunnen we opnieuw een poging doen om Turkije buiten te geraken. Er is maar één weg van de x-ray naar Iran en dat is toevallig dezelfde die genomen wordt door vrachtwagens die Turkije binnen willen. Plots staan we weer stil want de weg wordt door een drietal vrachtwagen geblokkeerd. We proberen te weten te komen wat er aan de hand is maar niemand blijkt ons te verstaan. Om beurten gaan we op zoek naar iemand die iets kan vertellen en tot onze grote opluchting verstaan we dat die vrachtwagens hier niet staan om te slapen (deze op het eerste rijvak wel) maar dat ze wachten om gecontroleerd te worden door de douaniers die, jawel, gaan eten zijn. Ze zijn zeker tegen 20:00 terug verzekert ons een chauffeur. Tegen 21:30 verschijnt de eerste douanier. Dan nog één en nog één. Ze verstaan niet wat wij hier staan te doen en als ze snappen dat de wagens voor ons het probleem zijn zetten ze er een beetje spoed achter en kunnen we opnieuw naar de Iraans grens.

Onderweg komen we het mannetje tegen die onze auto moet uitschrijven. Hij doet teken hem te volgen en scheurt er dan vandoor met een rotvaart de wij nooit kunnen volgen. Nu moet alles plots rap gaan. Hij brengt de papieren in orde, verontschuldigt zich nog eens voor de 4 uur vertraging en zorgt er dan voor dat de Iraans grenswachters ons binnen laten.

Nu zijn we uit Turkije, het is ondertussen 22:30. Stel dat Fietje bij de eerste controle was doorgelopen naar de Iraanse grens, je mag het niet dromen….

Een jonge militair komt naar ons toe, groet ons vriendelijk en vraagt dan onze koffer te openen. Ik moet uitleggen wat dit zootje allemaal bevat, maar het enige wat hij vraagt is : “Alcohol”. Mijn antwoord klinkt verontwaardigd : “Of course not, sir”. Dat blijkt voor hem voldoende overtuigend en wil nu ook de binnenkant zien. Fietje krijgt een beroerte als hij met zijn vuile legerbottines onze kraaknette woning binnenstapt. Ze krijgt het koud als hij net te lang blijft kijken naar het “geheime luikje”, maar uiteindelijk blijkt alles ok.

We mogen naar de volgende stap, maar ook hier nul, nul aanwijzingen. We stappen de eerste deur binnen die we zien en een man in uniform achter een balie verwijst ons vriendelijk door naar de chef die in de grote kale ruimte een beetje verder aan een éénzaam bureau zit. Als we onze papieren geven blijven we weerom verkeerd te zitten. De sous-chef neemt ons mee en opnieuw mogen we de rij wachtenden voorbijsteken en in twee seconden zijn onze paspoorten gestempeld.

Dan opnieuw naar de chef met onze ‘carnet de passage en douane’. Hij bekijkt onze autopapieren, zet een deel krabbels in onze carnet en geeft die dan aan de sous-chef die onze wagen komt controleren. Merk en serienummer worden gecheckt, koffer moet opnieuw open en ook hij wilt de binnenkant zien. In tegenstelling tot de militair blijft hij met zijn vuile voeten buiten staan. Opnieuw naar binnen, nu zet de sous-chef een paar krullen op onze carnet en moeten we naar de balie met de douanier. Hij neemt als zijn tijd om alles nogmaals in te vullen. Ongemerkt zijn we ondertussen omringd door een paar mannen die blijkbaar goed opschieten met de douanier. Eén van hen duwt me plots een gsm in de handen : “It’s for you”. Een stem aan de andere kant van de lijn probeert me te overtuigen om geld te wisselen. Ik probeer van die “touts” af te komen maar zijn net als bijen rond een honingpot. Als de douanier eindelijk klaar is en zijn stukje heeft afgescheurd moeten we nogmaals naar de sous-chef. Hij krabbelt nog een laatste vodje vol en heet ons dan welkom in Iran.

We zijn gelukkig, we zijn de grens zonder kleerscheuren doorgekomen. Dachten we…

Als we willen wegrijden komt de volgende horde “touts” aangesneld. Ik negeer ze straal en vertrek. Dan beginnen ze te roepen dat ik nog iets vergeten ben. Onze koffer staat nog open. Nieuwe poging, maar deze maal laten ze me niet instappen. Komt er nog een mannetje met een verhaal over iets dat nog moet gebeuren. Ik wordt achterdochtig maar ga toch maar mee naar een kantoortje, gevolgd door een stel van die “touts”. Eénmaal in het kantoortje begin ik me kwaad te maken tegen die strontvliegen, de meeste druipen af maar eentje moet ik toch manueel dat kantoor uitzetten. Het mannetje in het kantoor kan me niet uitleggen wat ik hier doe maar vraagt opnieuw mijn paspoort en mijn autopapieren. Hij geraakt er niet aan uit en loopt plots naar buiten met mijn paspoort. Ikke er achteraan, gevolgd door die zwerm paljassen die voor de deur stonden te wachten om ons een verzekering te verkopen of om geld te wisselen. Uiteindelijk komt er een kerel mee naar het kantoor en nu jaagt hij alleman buiten. Ze proberen met twee iets in te vullen op hun computer maar het spel weigert de combinatie ‘kamion’ en ‘toerist’ te accepteren. Ik moet een route beschrijving geven van waar we heen zullen gaan. En na veel heen en weer getelefoneer en corrigeren op de computer spuugt de printer uiteindelijk nog een laatste document uit. Geen idee wat dit is en het ziet er wreed officieel uit. Nu mogen we eindelijk weg.

Ik ben nog het kantoor niet uit of die lastigaard is daar weeral gezet en beveelt mij hem te volgen voor een verzekering. Ik zeg hem beleefd en met een smile wat ik van hem denk (gelukkig is zijn West-Vlaams even goed als mijn Farsi), stap in de kamion, start en rij ostentatief het éénrichtingsverkeer in nadat hij met zijn taxi de andere kant op gereden is.ok

Fietje en ik zijn moe, het is ondertussen als na middernacht en we hebben nog niets gegeten. Een beetje verder zien we een paar vrachtwagens langs de kant van de weg. We zetten ons ertussen en maken ons klaar voor de nacht. Jammer maar helaas, de vrachtwagens vertrekken één voor één en we staan daar plots moederziel alleen langs een donkere baan. Misschien geen goed idee. Opnieuw schoenen aan en we besluiten wat verder een plaatsje te zoeken. Blijkt wat verderop dat we eigenlijk nog steeds de grens niet volledig zijn overgestoken. Opnieuw staan we voor een hekken, ik volg gewoon de eerste de beste wagen door het hekken maar wordt onmiddellijk tegengehouden. We zijn nog een controle vergeten en moeten een klein stukje terug langs waar de grote vrachtwagens rijden. Het eerste wat men daar vraagt is “verzekering?”. Damned, deze hebben we nog niet en normaal kun je die ook verder in Iran kopen, geldt blijkbaar niet voor kamions en zo hebben ze ons ingeschreven in Iran. Hij verwijst ons naar het kantoor waar we verzekeringen kunnen kopen en dat is natuurlijk zo laat al gesloten. We worden doorverwezen naar een gebouw een kilometer verderop. Daar is het een drukte van jewelste en achter de loketten wordt vlijtig gewerkt maar van een verzekeringskantoor heeft niemand hier ooit gehoord. “Verder meneer, een kilometertje verder”. Nu is het welletjes geweest. We laten onze vrachtwagen mooi op de parking voor het gebouw staan en gaan slapen terwijl we nog steeds de grenspost niet verlaten hebben, dat doen we morgen dan wel.

Geef een reactie