Zandbak

Na ons ontbijt nemen we afscheid van onze Oostenrijkse buren, elk gaat zijnsweegs. Zij gaan richting Yazd, wij gaan de Dash-e-Khevir in.

Omdat het morgen vrijdag is en er dus geen enkele officiële instantie open is beslissen we om vandaag reeds te bellen naar de ambassade om te zien of ons visum goedgekeurd is of niet. Als ik probeer te bellen krijg ik ofwel een bezettoon of één of andere boodschap in het Farsi waar ik geen jota van snap. Tot mijn grote ergernis krijg ik wel telkens een berichtje van Irancell waaruit ik enkel kan opmaken dat mijn krediet zienderogen slinkt. En inderdaad, als ik eindelijk iemand aan de lijn krijg en kan uitleggen wat ik zoek, hoor ik een luide piep en dan niets meer. Er komt enkel nog een berichtje van Irancell, geen krediet meer.

Ik vloek niet enkel binnensmonds. De tijd dringt (met een ‘g’) want alles sluit om 11:00, we hebben nog 5 minuten. We rijden naar het tankstation in de hoop daar iemand te vinden die ons een telefoon kan lenen om te bellen. Als ik met handen en voeten in één van de winkeltjes aan het pompstation probeer uit te leggen wat mijn probleem is, antwoordt de brave man ‘tjaaardj iraaansel?’, hij verkoopt gewoon herlaadkaarten en is zo vriendelijk deze ook te activeren op mijn telefoon.

Opnieuw volgen enkele pogingen om iemand te bereiken en uiteindelijk krijg ik een vriendelijk, perfect engels sprekende man aan de telefoon. Onze aanvraag is helaas nog steeds in behandeling en we zullen binnen een paar dagen terug moeten bellen. Dat is in elk geval al beter nieuws dan “geweigerd”.

We vullen onze tank voor alle zekerheid en trekken de woestijn verder in. De weg wordt smaller en slechter en we zien bordjes de waarschuwen voor overstekende kamelen (dromedarissen, Bactrische kamelen, noem maar…). We zijn het eerste bord nog niet gepasseerd of de eerste kamelen duiken op. Iets verder verspert een kudde de weg en die blijven een eindje voor ons uit lopen tot ze in de duinen verdwijnen.

De dorpjes die we passeren zijn ook niet veel speciaals en je merkt vaker en vaker dat hier wel meer volk in de duinen komt spelen. De laatste dorpjes hebben dan ook fancy koffieshops, winkeltje en staan vol offroad briel. Op aanraden van één van die offroaders laten we het laatste dorpje rechts liggen (de weg is dan al een tijdje veranderd in piste) en rijden de woestijn in. Op het heetst van de dag, goed gedacht….

We vinden een mooi plaatsje om iets te eten maar de zon klopt als een loden hamer op onze schedel. Geen nood, we hebben een schelter bij, dit is het moment om deze op te zetten voor onze eigen schaduw te zorgen. Als we het ding aan het opzetten zijn steekt er waarempel een stevige bries op, maar uiteindelijk hebben we toch schaduw. Maar het blijft bloed, bloed heet. Dit is echt geen goed gedacht. We kramen alles in ijltempo terug op en vluchten terug naar het laatste dorp en verstoppen ons in het mooie hotelletje dat daar ligt. Ze hebben er koude limonade en warme thee EN schaduw. We keren nog een stukje terug om wat in de schaduw met onze voetjes in het water ter wachten tot de zon wat lager hangt.

Als we denken dat de temperatuur doenbaar is nemen we opnieuw dezelfde weg en rijden opnieuw de zandwoestijn in, de piste volgend langs het dorp. We besluiten niet te dom te doen want we zijn tenslotte helemaal alleen en rijden zover we denken dat het veilig genoeg is.

De piste gaat plots over in een vlakte met een wondermooi zicht op de duinen verderop. Dit wordt onze slaapplaats. Fietje droomt al lang van de perfecte zonsondergang in de woestijn, maar jammer genoeg komen enkele wolken het feest verstoren. Het wordt wel een zeer stille nacht.

Geef een reactie