Aralmeer (of wat het was)

Was opgehaald, laatste blog gepost via het nukkige WIFI netwerk van het hotel en met de hulp van de manager water getankt. We zijn klaar om te vertrekken.

Fietje wilt persé de gestrande boten op de bodem van het opgedroogde Aralmeer zien en dus trekken we noordwaarts naar Moynaq dat vroeger aan de binnenzee lag.

De weg neemt hier en daar Turkmeense vormen aan en het is gloeiendheet, soms brengt een riviertje wat verfrissing maar voor de rest is het landschap redelijk ééntonig. Le Plat Pays van Brel zou hier niet misstaan.

Als we uiteindelijk de oude zee naderen begint de lucht ook naar zee te ruiken. We zien wilde paarden en de baan begint een beetje op een weg in de Camargue te lijken. Hier en daar zijn nog plassen over die zorgen voor het nodige groen en het is er vergeven van de reigers, er moet dus nog genoeg leven in die plassen zitten.

Als we uiteindelijk de oude dijk bereiken kan Fietje haar teleurstelling niet wegsteken. Er liggen twee kleine vissersboten op het droge en wat verderop heeft een ondernemende Oezbeek een paar roeste sloepjes verzameld, ze op een rij gezet in het zand en boven op de dijk een nep vuurtoren gebouwd.

NVS: Desalniettemin blijft het aanzicht van wat ooit een eindeloze watermassa is geweest, maar helaas, door de hand des mens (afknippen van rivier Amurdaria om de katoenvelden te irrigeren in Turkmenistan en Uzbekistan), is getransformeerd naar een dor, droog ecologisch rampgebied, even fascinerend als afstotend. De meeste bewoners uit het dorp die er de kost verdienden door visvangst en scheepsherstellingen zijn er vertrokken, nu de zee 150 km verder ligt en het dorp bestaat enkel nog uit koeien en schapen die iedere morgen door hun hoeders de droge zeevlakte worden ingestuurd. Er zijn geen winkeltjes meer en het enige voedsel dat je hier kan krijgen is droogvis (woehahahaha, wat een billenkletser).

We rijden de dijk af naar het strand maar dat lijkt me toch een beetje te mul. Als ik zie dat een Franse motard zich een beetje verder ook heeft vastgereden besluit ik maar in marche arriere en 4X4 de dijk opnieuw op te rijden. De eerste poging mislukt en bij de tweede beginnen de banden in het mulle zand zot te draaien maar gelukkig hebben we net genoeg grip om boven te geraken.

 

We besluiten op de dijk te overnachten en krijgen al vlug gezelschap van alle straatschoffies van het dorp. In het begin is het nog leuk maar er zijn er een paar die lastig beginnen doen en we willen ze eigenlijk liever kwijt. Niets blijkt te helpen tot Fietje probeert een foto van ze te trekken, dan stuiven ze als kippen uiteen.

Maar ze blijven toch terugkeren tot Fietje eens haar keel openzet en ze Kapitein Haddock gewijs de huid volscheld. Ze vluchten opnieuw de dijk af en als er een paar lelijk te val komen met hun fiets is ook voor hen de lol er af.

 

Geef een reactie