Qizilkum Natural Reserve

We hebben echt genoten van Khiva maar nu is het tijd om verder te trekken. Volgende bestemming is Bukhara maar omdat we geen zin hebben om opnieuw een volledige dag te moeten rijden beslissen we om wat later te vertrekken en halverwege ergens te slapen. Fietje heeft op de landkaart een natuurpark ontdekt en hoewel we niet goed weten hoe er geraken zullen we het er toch op wagen.

 

Het eerste stuk van de weg is niet echt in een schitterende staat maar we hebben al ergers gezien de laatste dagen. Wat me veel meer zorgen baart zijn de bovenleidingen van de trolleybus. Deze hangen hier en daar gevaarlijk laag en ik heb geen zin om hier een vuurwerkje te maken. Probleem is dat die trolley blijkbaar tientallen kilometers onze weg volgt.

Eens we een beetje uit de steden zijn wordt de weg een echte snelweg. Geen putten en bulten, 2×2 rijvakken en een middenberm. Wat een verademing. Het zal voor de rest van de dag zo blijven tot we aan het natuurpark moeten inslaan. We rijden dus aan een goede snelheid door een dorre woestijn, niets te zien, geen vogel, geen kamelen, niets. We volgens nochtans min of meer de loop van de Amu Darya, gek dat een landschap zo droog kan zijn als daar zo veel water passeert.

Tegen de late namiddag vinden we de afslag naar het natuurpark Qizilkum Natural Reserve en naar het dorpje Qizilravot dat we op geen enkele GPS konden terugvinden. Er ligt waarempel asfalt dat in een redelijke staat is (de eerste kilometers toch, we worden minder en minder kieskeurig vrees ik). Na zo’n 15 km wordt de weg een ware ravage. Net of er hebben enorme mollen hopen van asfalt gemaakt. Omdat de Mog hoog op zijn poten staat kunnen we daar met gemak over rijden maar het blijft toch slalommen.

Ergens in ons achterhoofd begint er toch een klein waarschuwingslampje te branden. Hoe kan een weg naar een godvergeten dorp op de grens zo toegetakeld worden? Dit kan enkel door zeer zwaar vervoer. Maar wat heeft dat verloren in dat dorpje? Als ik heel in de verte ook nog twee zendmasten zie opdoemen beseffen we dat we waarschijnlijk op weg zijn naar een militair kamp. Als de we laatste heuvelrug overrijden is het van datte. De weg is versperd door betonnen gebouwen, een poort en een gewapende militair, kalaschnikov op borst.

We stoppen braaf aan het stopbordje en Fietje stapt uit met de kaart om te gaan vragen hoe we in dat natuurpark geraken. Prompt doet de militair haar teken dat ze moet blijven staan waar ze staat. Via zijn walkie talkie roept hij iemand anders op (waarschijnlijk zijn meerdere). Uit het betonnen gebouw komt een klein gespierd mannetje in spannend camouflage t-shirt en assorti cargo broek. Aan zijn riem geen geweren of pistolen maar enkel een mes was Crocodile Dundee jaloers op zou zijn.

Er volgt een dovemans gesprek tussen Fietje en de officier, deze kijkt aandachtig naar de kaart maar is zich van geen natuurpark bewust. Telkens als hij ‘da’ zegt, antwoordt de soldaat onmiddellijk met ‘njet’ en grijpt zijn wapen ietje beter vast. Het is hopeloos, de enige weg die er is loopt door het kamp en de soldaat blijft maar iets herhalen zoals ‘granitsa’ (later leren we van twee meisjes uit Gent dat dit ‘grens’ betekent.

Er zit echt niets anders op dan rechtsomkeer te maken en terug over de molshopen naar het begin van de weg te rijden. Gelukkig heeft Fietje daar in het begin al een track gespot, we rijden deze in en volgen ze tot we ver genoeg van alle wegen staan (niet dat er daar veel passage is….). Nu maar hopen dat ze vanavond geen manoeuvres gepland hebben…..

Als de zon ondergaat staat er een strakke wind en we blijven buiten tot het helemaal donker is. Wat een zonsondergang en wat een sterrenhemel. Tot nu toe hebben we telkens wolken gehad in de woestijn en dus nog niet veel kunnen genieten van de sterren maar deze maar krijgen we het complete pakket. Miljoenen sterren, een vage Melkweg en meerdere vallende sterren. Opnieuw beseffen we hoeveel geluk we hebben dat we dit kunnen doen en zien.

 

Geef een antwoord