Bukhara (1)

We ruimen ’s morgens ons Mogje een beetje op nu het nog niet te warm is en vertrekken dan naar Bukhara. Ondertussen hebben we iets meer als de helft van onze tank leeg gereden en het wordt dus tijd om langzaam naar een tankstation uit te kijken. Volgens iOverlander zou er ééntje moeten zijn binnen 160 km, dat moet met gemak lukken zonder reserves aan te spreken.

 

Romantisch samen aan de afwas

De 160 km lopen opnieuw dwars door de woestijn en de weg is nog steeds perfect. Er is helaas geen diesel voorhanden in het pompstation. Voor alle zekerheid giet ik toch al één bidon van onze reserve in de tank, hiermee alleen al geraken we in Bukharra, dus geen stress en er zijn daar een paar tankstations.

Als de weg opnieuw verslechtert beslissen we om in een wegrestaurantje (opnieuw in Mad Max style) iets te eten. Tot onze grote verbazing hebben ze achter hun doening wel een mooi zicht op een paar vijvers, het is er eigenlijk best goed zitten. Als Fietje in haar beste Russisch de menukaart vraagt fronst het brave kind haar wenkbrauwen. Menu? Er is geen menu, enkel (zeer lekkere) shashlik (met stukjes geroosterd vet…), met een slaatje en brood.

Nog voor we in Bukhara zijn vinden we nog een pompstation dat op geen enkele kaart staat en ze hebben waarlijk diesel. Vervelend is wel dat je telkens op voorhand moet zeggen hoeveel liter je zal tanken.

In Bukhara zetten we ons op een parking echt in het centrum van de oude stad, een gekend plaatsje bij de overlanders. Een paar uur later arriveert ook het Franse koppel uit Khiva er.
Het is er broeiend heet maar we zitten op een boogscheut van Lyabi Hauz, een oud waterreservoir (zoals er meerdere zijn in de stad) met er rond een resem terrasjes in de schaduw van de eeuwenoude moerbeibomen. Zalig.

Lyab Hauz plein

Als het ietsje koeler wordt (nog slechts 30 graden in de schaduw) verkennen we een beetje de stad. We zijn op het eerste gezicht een beetje teleurgesteld. Het lijkt of de stad gisteren is gebouwd, ze hebben zelfs de moeite niet gedaan om het er een beetje oud uit te laten zien. Op de daken hebben ze overal nepnesten met betonnen ooievaars gezet, een beetje een belachelijke herinnering aan de ooievaars die vertrokken zijn toen de Russen alle poelen hebben laten opdrogen. In de “bazaar” (eigenlijk allemaal toeristen souvenir shops, net als de madrassa’s en andere gebouwen) neust Fietje een beetje rond maar beslist wijselijk niets onmiddellijk te kopen, dat is voor morgen.

Als we tegen de avond nog een pintje gaan drinken aan het water voor we in onze Mog gaan eten, komen we opnieuw de twee Gentse meisjes tegen waar Fietje ’s middags al tegen had zitten babbelen. We nodigen ze uit om bij ons te komen zitten en het wordt eigenlijk een leuke avond waar ieder een beetje zijn ervaringen kan delen.

Als het al lang donker is besluiten we toch nog naar de Char Minar te gaan (deze staat op de voorpagina van de Lonely Planet gids). We hadden al gehoord dat het niet zo makkelijk vinden is en we bevinden ons al snel in helledonkere achterafsteegjes. Na wat zoeken vinden we uiteindelijk dat spel maar tot onze grote teleurstelling is het in tegenstelling tot de andere gebouwen niet verlicht. Er zit niet veel anders op dan terugkeren naar het plein en daar nog even te genieten van het flanerende volk.

Geef een antwoord