Tagarchief: Bukhara

Bukhara (2)

Na een korte nachtrust (echt rustig was het niet op onze parking) vertrekken we om de stad verder te verkennen. Die bestaat voornamelijk uit madressa’s om U tegen te zeggen, een ommuurd fort en enkele mausolea in een park.  Er is weinig volk en later blijkt het hoogseizoen hier al voorbij te zijn, nu de hitte gestaag maar met rasse schreden zijn intrede doet in deze woestijnstad.

Temperaturen klimmen tot 40 graden in de schaduw, in de maanden juli en augustus klimt het tot 54 graden! We hebben ondertussen Mog verplaatst onder de bomen en Arno doet er een tukkie terwijl ik aan het plein de schaduw opzoek om er wat te lezen.

Daarna ga ik shoppen: zijden sjaaltjes, broodstempels en een kleedje, Uzbec-style en zo licht dat je het gevoel hebt in je nakie rond te lopen. Het shoppen gaat uiteraard gepaard met afdingen en marchanderen, I love it.  En niettegenstaande de verkoopsters zuchtend en armzwaaiend hun winstmarge zien verkleinen, betaal ik nog steeds teveel… Je moet hen nageven, het zijn gedreven commerçanten.

We lopen nog langs de lieftallige Char Minar, en van op het muurtje bewonderen met open mond haar pracht die schittert in de Bukharaanse avondzon.

Char minar ofte 4 minaretten

 

’s Avonds gaan we opnieuw Samsa’s eten en koude pinten drinken aan het Lyabi-Hauz plein (=plein rond het water) en daar zijn ons Gentse meiden opnieuw waarmee we opnieuw een gezellige avond doorbrengen.

Gelukkig wilden zij wel met mij poseren op de kameel…

 

 

Bukhara (1)

We ruimen ’s morgens ons Mogje een beetje op nu het nog niet te warm is en vertrekken dan naar Bukhara. Ondertussen hebben we iets meer als de helft van onze tank leeg gereden en het wordt dus tijd om langzaam naar een tankstation uit te kijken. Volgens iOverlander zou er ééntje moeten zijn binnen 160 km, dat moet met gemak lukken zonder reserves aan te spreken.

 

Romantisch samen aan de afwas

De 160 km lopen opnieuw dwars door de woestijn en de weg is nog steeds perfect. Er is helaas geen diesel voorhanden in het pompstation. Voor alle zekerheid giet ik toch al één bidon van onze reserve in de tank, hiermee alleen al geraken we in Bukharra, dus geen stress en er zijn daar een paar tankstations.

Als de weg opnieuw verslechtert beslissen we om in een wegrestaurantje (opnieuw in Mad Max style) iets te eten. Tot onze grote verbazing hebben ze achter hun doening wel een mooi zicht op een paar vijvers, het is er eigenlijk best goed zitten. Als Fietje in haar beste Russisch de menukaart vraagt fronst het brave kind haar wenkbrauwen. Menu? Er is geen menu, enkel (zeer lekkere) shashlik (met stukjes geroosterd vet…), met een slaatje en brood.

Nog voor we in Bukhara zijn vinden we nog een pompstation dat op geen enkele kaart staat en ze hebben waarlijk diesel. Vervelend is wel dat je telkens op voorhand moet zeggen hoeveel liter je zal tanken.

In Bukhara zetten we ons op een parking echt in het centrum van de oude stad, een gekend plaatsje bij de overlanders. Een paar uur later arriveert ook het Franse koppel uit Khiva er.
Het is er broeiend heet maar we zitten op een boogscheut van Lyabi Hauz, een oud waterreservoir (zoals er meerdere zijn in de stad) met er rond een resem terrasjes in de schaduw van de eeuwenoude moerbeibomen. Zalig.

Lyab Hauz plein

Als het ietsje koeler wordt (nog slechts 30 graden in de schaduw) verkennen we een beetje de stad. We zijn op het eerste gezicht een beetje teleurgesteld. Het lijkt of de stad gisteren is gebouwd, ze hebben zelfs de moeite niet gedaan om het er een beetje oud uit te laten zien. Op de daken hebben ze overal nepnesten met betonnen ooievaars gezet, een beetje een belachelijke herinnering aan de ooievaars die vertrokken zijn toen de Russen alle poelen hebben laten opdrogen. In de “bazaar” (eigenlijk allemaal toeristen souvenir shops, net als de madrassa’s en andere gebouwen) neust Fietje een beetje rond maar beslist wijselijk niets onmiddellijk te kopen, dat is voor morgen.

Als we tegen de avond nog een pintje gaan drinken aan het water voor we in onze Mog gaan eten, komen we opnieuw de twee Gentse meisjes tegen waar Fietje ’s middags al tegen had zitten babbelen. We nodigen ze uit om bij ons te komen zitten en het wordt eigenlijk een leuke avond waar ieder een beetje zijn ervaringen kan delen.

Als het al lang donker is besluiten we toch nog naar de Char Minar te gaan (deze staat op de voorpagina van de Lonely Planet gids). We hadden al gehoord dat het niet zo makkelijk vinden is en we bevinden ons al snel in helledonkere achterafsteegjes. Na wat zoeken vinden we uiteindelijk dat spel maar tot onze grote teleurstelling is het in tegenstelling tot de andere gebouwen niet verlicht. Er zit niet veel anders op dan terugkeren naar het plein en daar nog even te genieten van het flanerende volk.

Qizilkum Natural Reserve

We hebben echt genoten van Khiva maar nu is het tijd om verder te trekken. Volgende bestemming is Bukhara maar omdat we geen zin hebben om opnieuw een volledige dag te moeten rijden beslissen we om wat later te vertrekken en halverwege ergens te slapen. Fietje heeft op de landkaart een natuurpark ontdekt en hoewel we niet goed weten hoe er geraken zullen we het er toch op wagen.

 

Het eerste stuk van de weg is niet echt in een schitterende staat maar we hebben al ergers gezien de laatste dagen. Wat me veel meer zorgen baart zijn de bovenleidingen van de trolleybus. Deze hangen hier en daar gevaarlijk laag en ik heb geen zin om hier een vuurwerkje te maken. Probleem is dat die trolley blijkbaar tientallen kilometers onze weg volgt.

Eens we een beetje uit de steden zijn wordt de weg een echte snelweg. Geen putten en bulten, 2×2 rijvakken en een middenberm. Wat een verademing. Het zal voor de rest van de dag zo blijven tot we aan het natuurpark moeten inslaan. We rijden dus aan een goede snelheid door een dorre woestijn, niets te zien, geen vogel, geen kamelen, niets. We volgens nochtans min of meer de loop van de Amu Darya, gek dat een landschap zo droog kan zijn als daar zo veel water passeert.

Tegen de late namiddag vinden we de afslag naar het natuurpark Qizilkum Natural Reserve en naar het dorpje Qizilravot dat we op geen enkele GPS konden terugvinden. Er ligt waarempel asfalt dat in een redelijke staat is (de eerste kilometers toch, we worden minder en minder kieskeurig vrees ik). Na zo’n 15 km wordt de weg een ware ravage. Net of er hebben enorme mollen hopen van asfalt gemaakt. Omdat de Mog hoog op zijn poten staat kunnen we daar met gemak over rijden maar het blijft toch slalommen.

Ergens in ons achterhoofd begint er toch een klein waarschuwingslampje te branden. Hoe kan een weg naar een godvergeten dorp op de grens zo toegetakeld worden? Dit kan enkel door zeer zwaar vervoer. Maar wat heeft dat verloren in dat dorpje? Als ik heel in de verte ook nog twee zendmasten zie opdoemen beseffen we dat we waarschijnlijk op weg zijn naar een militair kamp. Als de we laatste heuvelrug overrijden is het van datte. De weg is versperd door betonnen gebouwen, een poort en een gewapende militair, kalaschnikov op borst.

We stoppen braaf aan het stopbordje en Fietje stapt uit met de kaart om te gaan vragen hoe we in dat natuurpark geraken. Prompt doet de militair haar teken dat ze moet blijven staan waar ze staat. Via zijn walkie talkie roept hij iemand anders op (waarschijnlijk zijn meerdere). Uit het betonnen gebouw komt een klein gespierd mannetje in spannend camouflage t-shirt en assorti cargo broek. Aan zijn riem geen geweren of pistolen maar enkel een mes was Crocodile Dundee jaloers op zou zijn.

Er volgt een dovemans gesprek tussen Fietje en de officier, deze kijkt aandachtig naar de kaart maar is zich van geen natuurpark bewust. Telkens als hij ‘da’ zegt, antwoordt de soldaat onmiddellijk met ‘njet’ en grijpt zijn wapen ietje beter vast. Het is hopeloos, de enige weg die er is loopt door het kamp en de soldaat blijft maar iets herhalen zoals ‘granitsa’ (later leren we van twee meisjes uit Gent dat dit ‘grens’ betekent.

Er zit echt niets anders op dan rechtsomkeer te maken en terug over de molshopen naar het begin van de weg te rijden. Gelukkig heeft Fietje daar in het begin al een track gespot, we rijden deze in en volgen ze tot we ver genoeg van alle wegen staan (niet dat er daar veel passage is….). Nu maar hopen dat ze vanavond geen manoeuvres gepland hebben…..

Als de zon ondergaat staat er een strakke wind en we blijven buiten tot het helemaal donker is. Wat een zonsondergang en wat een sterrenhemel. Tot nu toe hebben we telkens wolken gehad in de woestijn en dus nog niet veel kunnen genieten van de sterren maar deze maar krijgen we het complete pakket. Miljoenen sterren, een vage Melkweg en meerdere vallende sterren. Opnieuw beseffen we hoeveel geluk we hebben dat we dit kunnen doen en zien.