Tagarchief: Dusjanbe

Dusjanbe

Rond vijf uur worden we gewekt, niet door Anar zijn werkmannen maar door een voetbaltrainer die letterlijk naast ons hoofd bevelen begint te roepen voor de training die op dit onchristelijk uur begint. We proberen nog wat slaap te halen maar als de volledige reserve bank beslist om in de schaduw van onze Mog hun ploeg aan te vuren mogen we dat wel vergeten.

We hebben gisteren geen boodschappen gedaan, alles dicht en wij nog steeds geen geld gewisseld, maar Anar zijn verkoper is ondertussen aangekomen, zet waarempel een terrasje buiten, maakt echte koffie voor ons en voorziet ons van een stapel gebakjes die bij het Suikerfeest horen. Voor de rest kunnen we niet veel doen, Anar had beloofd dat er volk zou komen maar het zou waarschijnlijk eerder tegen de middag zijn.

Als eerste arriveert de lasser die wat verder een shop heeft en door Anar gevraagd is om te komen kijken naar ons dakrek. Samen halen we de band van het rek, demonteren het rek en hij verdwijnt ermee naar zijn shop om hier en daar wat dingen te verstevigen.

Fietje heeft ondertussen haar fietsje genomen en gaat op verkenning in de stad, op zoek naar geld en eten. Ondertussen zal ze nog de grote vlaggenmast gaan bezoeken en wat andere bezienswaardigheden, veel kan ze hier nu toch niet doen en deze plaats is nu ook niet de mooiste van het land.

Als de lasser terugkomt met het rek (en het vuile Iraanse werk een beetje fatsoenlijk heeft gemaakt, hij heeft het rek zelfs volledig geschilderd) monteren we samen de boel. Blijkt dat het rek van de twee lasbeurten toch wat gaan trekken is en we hebben wat moeite om het op zijn plaats te krijgen. Ondertussen zijn ook de bouten te kort geworden omdat hij plaatjes heeft bijgelast. Gelukkig is het een bijdehandse kerel en voor Fietje terug is ligt de band al terug op zijn plaats.

Iets later komt de volgende werkman aan, hij gaat alle vloeistoffen controleren en de olie in de motor vervangen. Anar heeft alles mooi op een blaadje geschreven maar toch moeten ze hem af en toe bellen. Blijkt de oliefilter niet de juiste te zijn (stond nochtans zo in de MB databank) en moet er koelvloeistof bij maar weten ze niet welk kleur (en dat vragen ze dan aan mij.. )

Tegen dat hij klaar is met alles te checken of te vervangen komt Anar toe. Met allemaal samen kijken we nog eens wat er lawaai maakt als de kabine beweegt. Conclusie niets ergs, we kunnen dus vertrekken nadat we betaald hebben en toch nog wat geld wisselen. Anar kent een betere weg om uit de stad te komen en rijdt voor ons, eerst naar een tankstation en dan naar een echte Auchan, midden in Duschanbe. We kunnen onze ogen niet geloven als we daar binnenstappen en moeten ons inhouden om niet allemaal peperdure europese producten te kopen. Maar eindelijk hebben ze hier koffie (echte koffie, geen Nescafe of Turkse rommel) en beschuiten en en en ….

Anar heeft ons afgeraden om de ‘hoofdweg’ (M41, eigenlijk het begin van de Pamir Highway) te nemen wegens in zeer slechte staat. We rijden dus eerst wat zuidwaarts en zullen dat morgen de Afghaanse grens volgen tot de baan samenkomt met de M41.


Als we een paar prachtige meren passeren is Fietje vlug verkocht, dit wordt onze slaapplaats, niet midden in de stad tussen een paar garages met een nest voetballers rond ons maar midden in de natuur, al moeten we ervoor 4 km’s afdalen langs een geitenpad…

 

tijd voor wat frisse berglucht

Tijd om afscheid te nemen van Samarkand en van Oezbekistan, op naar nieuwe uitdagingen. We gaan opnieuw de bergen in. Iedere overlander die we spreken heeft zo een beetje hetzelfde gevoel : ‘het is wel geweest met de woestijn, nu is het tijd voor wat frisse berglucht’. We bergen onze zandsletskes op en trekken onze bergbottinnekes aan.

Voor we naar de grens rijden (nog geen 50 km, volgens iedere GPS die we proberen en ieder programma waarmee we een route willen berekenen is er gewoon geen weg naar de grens, strange… ) wilt Fietje toch nog het beeld van Timur gaan bezien. Timur is één van die zotten in het rijtje met een eigendunk waar Trump nog een puntje kan aan zuigen.

De grensovergang is een fluitje van een cent, voor we het weten zijn we weg uit Oezbekistan en al even vlug zijn we binnen in Tadzjikistan (na het betalen van de nodige taxen natuurlijk ). Aan beide zijden zijn de beambten zeer vriendelijk en behulpzaam en de meesten spreken warempel een beetje Engels.

En dan een droom, een weg zonder pitten en bulten, gewoon asfalt waar je niet moet slalommen, waar je gewoon rechts kunt blijven rijden en volle bak kan gaan  (al is volle bak met een Unimog nog niet om over naar huis te schrijven ;-). Van het moment dat we Samarkand hebben verlaten is de weg constant blijven stijgen. Het duurt dan ook niet lang of we zitten in de eerste bergjes. Het is er helaas niet echt veel frisser. De bergjes worden al vlug bergen en voor we het weten rijden we door kilometers lange, slecht of niet verlichte tunnels, maar we kunnen tenminste doorrijden.

Dan wacht ons een verrassing. Blijkbaar is deze weg een tolweg en tol moet betaald worden in sumoni, het is in Tadzjikistan ten strengste verboden met iets anders te betalen. Ook geld wisselen mag enkel en alleen in een bank, blijkbaar staan op beide misdrijven redelijke straffen horen we later. We hebben nog geen geld gewisseld, ik zou niet geweten hebben waar. Ik heb wat sumoni kunnen kopen van een paar trekkers die hun plannen hadden gewijzigd en dat geld dus niet konden gebruiken. Volgens mij hebben we niet genoeg om de tol te betalen. Er ontspint zich een discussie van jewelste, niemand verstaat de ander. Zij denken dat we niet zoveel willen betalen en verstaan niet dat we gewoon dat geld niet hebben omdat we net van Oezbekistan komen. Ik bega de fout om te proberen in dollars te betalen, de discussie verhit en het mannetje aan het loket sluit zijn raam zelfs. Er is er toch ene bij die zaken ruikt en onze dollars wel wil wisselen, maar dan moeten we eerst achteruit rijden tot we uit het zicht van de camera’s zijn. Blijkt zijn koers een beetje aan de lage kant te zijn en terwijl ik mijn dollars opnieuw wegsteek zie ik dat we met gemak genoeg sumoni hebben om de tol te betalen.

Met beschaamde kaken keren we terug naar het loket, betalen braaf en rijden vlug door. Een beetje verder is het weeral van datte, we proberen in een lagere categorie te geraken om minder te betalen maar het lieve kind houdt voet bij stuk en dokken zullen we. Niets aan te doen.

Eindbestemming voor vandaag is Dusjanbe, hoofdstad van Tadzjikistan. We hebben daar een afspraak met Master Anar die onze wagen een onderhoudsbeurt zou geven voor we vertrekken naar de Pamir. Dusjanbe is gloeiend warm en de nieuwe burgemeester heeft besloten dat het dringend tijd is om een paar nieuwe lanen aan te leggen en dat dat vooral allemaal op hetzelfde moment moet gebeuren. Resultaat is dat de stad in stukken is gesneden door kilometers langer bouwwerven en dat het verkeer via allerlei sluipweggetjes maar moet proberen aan de andere kant te geraken. Onze GPS-en zijn niet akkoord maar gelukkig weet GPS Fietje via zo’n sluipweggetje toch de plaats van de afspraak te vinden.

Het is ondertussen toch al redelijk laat en er zal vandaag wel niets meer gebeuren maar ik ga toch op zoek naar Master Anar zijn doening. Als ik door het metalen hekken loop waarachter ik de shop vermoed wordt ik van bovenaf aangesproken. Zit er daar een soort bewaker in een oude bus die ze op een stelling hebben gezet. Hij overziet het binnenplein waar allemaal verschillende garages en werkplaatsen zijn en waar in het midden een voetbalveld ligt omgeven door een metershoog hekken.

De bewaker laat me weten dat Master Anar er niet is en zijn shop dicht is. Ik ga toch eens loeren, blijkt het een deftige garage te zijn (vergeleken met al de rest ) maar potdicht. Dit is een beetje vervelend want we hadden gehoopt voor de garage te kunnen slapen. Als ik terug naar buiten loop hoor ik opnieuw de stem van boven, hij wijst op een wagen die net binnen rijdt, Master Anar komt net met zijn familie het terrein opgereden. Hij heeft onmiddellijk door wie ik ben stopt. Al vlug krijg ik te horen dat we eigenlijk op een slecht moment komen en er voor maandag (het is nu vrijdag) nergens gewerkt wordt (ik had al zoiets gehoord van de douane beambte die onze auto moest inschrijven ), het is namelijk een verlengd weekend omwille van het einde van de Ramadan. Als hij mijn ontgoocheling ziet en snapt dat we geen drie dagen hier willen blijven belooft hij om alles in het werk te stellen om zoveel mogelijk werk toch de volgende dag te laten doen.

We mogen onze Mog het terrein oprijden en parkeren voor zijn shop, naast het voetbal terrein waar ondertussen een eindeloze match is begonnen.
Anar spreekt Duits, Russisch en een klein beetje Engels, zijn vrouw daarentegen spreekt vloeiend Engels (en Duits en Russisch ) net als hun dochter. Uiteindelijk hebben we nog een gezellige babbel met haar terwijl Anar het nodige probeert te doen om morgen wat werk gedaan te krijgen.

Slapen zullen we vandaag niet meer, daar zorgen de onvermoeibare voetballers wel voor.