Tagarchief: Griekenland

Out of Europe

Alexandropoulos ligt maar een boogscheut van Turkije dus dat is vlug geklonken. Voor het eerst na Zwitserland verlaten we de Europese Unie en komen we dus een echte grens tegen. We zetten ons mooi voor het bordje met een campertje op maar worden vriendelijk verzocht gewoon uit te stappen ons smoeltje eens te komen tonen samen met onze paspoorten en dan komen we in het niemandsland tussen de EU en Turkije. Als we daar een pompstation passeren valt mijn oog eigenlijk net te laat op de prijs van de diesel : 0,9 euro per liter, zot genoeg om een u-bocht te maken op de snelweg en toch naar het pompstation te rijden. Jammer maar helaas, ze willen ons geen diesel verkopen, enkel TIR mannen krijgen er. Ook Fietje’s tocht naar de taxfree shop ernaast loopt met een sisser af, enkel zeer grote verpakkingen te krijgen. Er zit niets anders op dan verder te rijden naar Turkije.

De grensovergang met Turkije is een ander paar mouwen, daar is het een chaos van jewelste. Eerst denken we er nog dat we zomaar door zullen kunnen als een vriendelijke douanier ons verzoekt om door te rijden en ons een beetje verder te parkeren. Mis poes, we moeten ons gewoon wat verder zetten zodat hij op zijn gemak ons autootje kan controleren. Ongewild nors (veronderstel ik, daarnet was hij de vriendelijkheid zelve) moet ik ieder bakje met of zonder een slotje openen, iedere deur openen en moet ik ook binnen kalm ondergaan hoe hij wijzend naar het volgende kastje “open” snauwt. Ik moet één van de boxen uit de koffer openen en het enige wat daar in zit zijn een “Lamsac” en nog een andere opblaasbare zetel. Als ik probeer uit te leggen wat dit is, blijft hij me vragend aankijken maar geeft het uiteindelijk op, teleurgesteld dat we niet zoals de voorgaande overlander een moto bij hebben, ik zie hem denken : “amateurs”.

Nog wat stempels in ons paspoort voor ons visum en ééntje voor de auto en we mogen proberen verder te rijden. Geen idee wat hier aan de hand is maar van alle kanten komen er tientonners aangereden die elkaars en ook onze weg blokkeren. Na wat heen en weer geroep komt er toch beweging in en kunnen we na een laatste controle Turkije binnen.

We zetten koers naar Gallipoli om daar de ferry over de Hellespont (voor zij die de Ilias niet gelezen hebben, ook wel de Dardanellen genoemd) te nemen als ik plots besef dat het vandaag 25 april is, ANZAC-day en dat is een mega evenement waarbij de Australiërs en Nieuw-Zeelanders de megaslachting bij een mislukte landing in Gallipoli in de eerste wereldoorlog herdenken. Eerst spelen we even met het idee om een kijkje te gaan nemen maar later vernemen we dat je zelfs de stad niet binnenkomt als niet al maanden op voorhand geregistreerd bent. We volgen gewoon de bordjes naar de ferry en komen opnieuw in een Turkse chaos terecht waar er meerdere boten naast één liggen en degene die de ene boot verlaten verhinderen dat de anderen kunnen inschepen. We hebben nog geen Turkse Lira’s en kunnen niet met een kaart betalen en één van de souvenir verkopers probeert ons ervan te overtuigen dat 6 Lira evenveel is als 20 euro (in werkelijkheid in 1 lira gelijk aan 0,2 euro). We trappen niet in die val en besluiten tegen de stroom in de rij te verlaten en eerst geld te gaan zoeken.

Als we terugkeren moeten we plots in een andere rij gaan staan voor een andere, duurdere boot, maar voor 80 lira kunnen we niet zelf overzwemmen. Na een korte tocht op een boot tjokvol Chinese toeristen komen we aan in Azië. Fietje droomt al de helft van haar leven van de veldslagen in Troje dus er is geen ontkomen aan. De laatste dagen heeft ze zich beziggehouden met het schrijven van een alternatieve Ilias en Bibi zal zichzelf mogen opofferen om een deel van de rollen te spelen, dat belooft. Via verschillende bronnen hebben we gehoord dat er zeer dicht bij de archeologische site een camping zou zijn met alles erop en eraan. We zien inderdaad een bordje van camping maar zien enkel een restaurantje en geen inrit voor de camping. We zoeken verder maar moeten toch op onze stappen terugkeren en gaan in het restaurantje vragen waar de camping is. Blijkt de tuin naast het restaurantje de camping te zijn. Fietje begint vol ongeloof te lachen maar dit wordt onze slaapplaats deze nacht.

Zicht op de volledige camping

 

Fietje kan niet geloven dat er niet meer is dan dit, maar Troje is zo’n hit-and-run attractie, ’s morgens komen de bussen toe en ’s avonds is iedereen naar huis, behalve wij twee. We fietsen eens tot de ingang van de site en door het dorpje waar ook geen vel te beleven valt, we zijn echt de enige zotten die hier blijven slapen. We eten in het restaurantje en de eigenaar, die ook gids, is vertelt ons eigenlijk alles wat we ’s anderdaags op de bordjes zouden kunnen lezen.

Het bruisende nachtleven van Troje

De volgende dag zijn we echt vroeg uit de veren. Fietje moet nog verder werken aan de blog, haar scenario voor de Ilias (want het moet allemaal echt in Troje gefilmd worden) en ik wil zeker de olie in onze portaal assen nog eens checken want we zijn ondertussen weeral 1000 km verder sinds dat nog eens gebeurd is. Rond 8:00 zien we de eerste bussen toekomen en springen we op de fiets naar Troje in de hoop de grote meute voor te zijn.

Er staat veel meer recht in Troje dan we verwacht hadden en gelukkig is er nog niet teveel volk als we de alternatieve Ilias beginnen te verfilmen. Echt groot is Troje niet en tegen de middag zijn we dan ook terug op onze micro camping. De was die we gisteren nog hebben gedaan is ondertussen droog, we wassen de ramen van ons autootje (hebben we nog niet gedaan sinds we vertrokken zijn maar de staalkaart van Europese platte insecten begint langzaam maar zeker het zicht een beetje te belemmeren) en vullen onze watertank. We zijn klaar voor een korte rit die blijkt door de bergen te lopen en uiteindelijk langer duurt dan verwacht. Onderweg beseffen we dat het morgen vrijdag is en de winkels wel eens zouden kunnen gesloten zijn. Na inkopen gedaan te hebben is het langzaam tijd om een slaping te zoeken. We hebben ons eigenlijk een beetje mispakt aan de grootte van dit stadje, blijkt de ganse kust hier volgebouwd, kilometers aan een stuk. We rijden op goed geluk een straat in die lijkt uit te komen op een geïmproviseerde parking net voor de zeedijk. Dit ziet er prima uit en we gaan een kijkje nemen naar het strand. Net als ik een Turkse familie die aan het bbq-en is een smakelijk eten wil wensen worden mij twee boterhammen met köfta in de hand geduwd en voor we het weten zitten bij hen aan tafel. Zij praten honderduit in het Turks tegen ons, wij antwoorden gewoon in het Oostends, we verstaan elkaar voor geen meter maar het is wel gezellig.

Moeten we dat bed echt maken vannacht?

In het spoor van Alexandertje de Grote

Igoumenitsa, in de provincie Epirus, daar meren we aan met de ferry uit Italië. Het uitschepen verloopt massa’s vlotter dan het inschepen en het moet ook presto-presto, want de boot gaat nog verder naar Patras.

We worden onmiddellijk overweldigd door hoge en zeer groene bergen waardoor onze weg zich baant . We rijden er praktisch alleen en gaan tot 1200 meter hoog.  Langs de baan verwittigen gevarendriehoeken ons voor overstekende beren. Maar het enige waarvoor we we af en toe het stuur moeten omgooien, zijn overstekende (suïcidale?) schildpadden, jawel. Maar ook hordes wilde honden liggen languit op de openbare weg en maken geen aanstalten om op te krassen. Onderweg houden we een stop in Ioannina, universiteits- en handelsstad, gelegen in een keteldal aan een meer dat wat doet denken aan het meer van Genève. We nemen er een lunch op één van de vele, met wijnbladeren overdekte terrassen aan het water.

ioanina

We rijden verder door de provincie Macedonië, en besluiten ons bedje te maken in Vergina. We vinden er een mooie en rustige slaapplaats op een parking bovenop een heuvel, vlakbij de archeologische site van een necropolis, die we de dag er op willen bezoeken. We maken kort kennis met een familie, mama, papa en drie koters, die al een poosje rond de parking heen reden en waarbij papa dan toch uiteindelijk zijn nieuwsgierigheid voor de Unimog omzette in een gezellige babbel. Terwijl de mannen kwebbelen over vroem-vroem-speelgoedjes en kleine jongensdromen, maak ik van de gelegenheid gebruik om wat info te vragen aan mama, die, zo bleek de dag er op, suppoost is in het museum van de graftombe.

We maken ons eten klaar en genieten nog even van het mooie aanzicht van de ons omringende bergen, de ondergaande zon en een glas Rosé spumante. Alleen wij, het is muisstil en het flauwe licht van enkele lantaarns doet ons even rillen, want samen met ons slapen hier net rond en wellicht ook onder ons, de tientallen doden, die  in een ver Macedonisch verleden met veel pracht en praal in hun koninklijke tombes hun laatste rustplaats kregen.

De dag er op ontwaken wij maar ook het hele dorp. Hier en daar hoor je het geronk van graafwerktuigen dat opstijgt uit diverse archeologische sites die verspreid liggen rond de parking en nabije heuvels. En in het dorp poppen de talloze terrasjes als het ware uit de grond.

We gaan boodschappen doen in het plaatselijke supermarktje en maken van de tijd gebruik om de reserveband op het dak opnieuw in positie te leggen. Bleek dat het ding vervaarlijk was opgeschoven tijdens het rijden op de slechte Italiaanse wegen.

 

 

Het museum waar zich de graftombe bevindt van Koning Filippos II (vader van Alexander de Grote) gaat pas open om 12U. Dus besluiten we maar het koninklijk paleis op te zoeken dat iets verder in de heuvels is gelegen maar niet toegankelijk is voor publiek. Althans nu nog niet aangezien archeologen de laatste hand leggen aan de restauratie ervan en de hele site dus is afgesloten met hekkens. Maar… net dan begint het echt te kriebelen bij ons Fifieken die onder een afkeurende (en vermoeide ) blik van Arno toch via een hekken binnenglipt.  En één van de werkmannen, genaamd Yargos, weet  te overtuigen om toegang te krijgen tot de chantier (noot van Arno : makkelijk met een kort rokje, zo kan ik het ook ;-).  Ik beantwoordde Yargos zijn Griekse blabla (waar ik uiteraard geen jota van begreep) met ostentatief geknik en veel hm-hm’s,  zodat ik iets langer kon genieten van de gerenoveerde grondvesten van wat ooit het fantastisch logement is geweest van deze koninklijke Macedonische vorsten.

Maar het summum was de tombe van de Macedonische koning Filippos II (vader van Alexander de Grote), zijn vrouw en de laatste zoon van Aalexander, wel toegankelijk voor het publiek en voor een niet onaardige prijs… Een tempel is het, gelegen onder een grafheuvel, beschilderd met fresco’s waar de beenderen bewaard werden in een gouden kist, omgeven van een sarcofaag met daarrond een soort bed en dat alles in een tombe, samen met allerlei kostbare schatten. Het graf (en de hele site trouwens ) werden nog niet zo lang geleden ontdekt en behoren nu tot het Werelderfgoed.

Vergina is een geweldig sympathiek, mooi, gezellig maar vooral zeer rustig dorp, met vele leuke gezellige bars en terrasjes en heel lieve en grappige inwoners.

We vertrekken er in de late namiddag, richting  Thessaloniki. Die laten we links liggen en we cruisen verder langs de wondermooie kustbaan waar we overnachten op het strand, voor ons het azuurblauwe water van de Mare Nostrum, achter ons een massale bergketen. Na 30 minuten zoeken wat nu de aller, allerbeste locatie is om de Unimog neer te planten, en nadat Arno nog eens vastrijdt in het mulle zand, eten we samen met de ondergaande zon en dolfijnen die we in de verte zien zwemmen.  Het is er zalig slapen.

’s Morgens vroeg wagen we ons aan een duik in zee, wat nog behoorlijk fris is. Na het ontbijt vervolgen we de kustweg naar Kavàla. De tussenstop meer dan waard. We bezoeken er de oude stad die gedomineerd wordt door een aquaduct, een kluwen van kleine steegjes met typisch Ottomaanse huizen die naar boven slingeren tot aan het kastro en het huis van Mehmet Ali (stichter van het moderne Egypte en Karthoum, een vreselijke tiran). In de gids had ik gelezen dat een oude Imaret, gebouwd door deze tiran,  was omgebouwd tot een luxehotel (350 euro per nacht) maar dat het de moeite loont om er een koffie te gaan drinken. En jawel, oh, echt waar. Ik verklap je niet de prijs van 1 koffie…maar dromen zijn onbetaalbaar, niet?

De prachtige Imaret…

We rijden verder en slapen opnieuw met ‘vue sur mer’.

Les gamins!

De meeste slaapplaatsen vinden we trouwens via de site van ‘IOverlander‘, waar avonturiers, door middel van coördinaten en een korte beschrijving (soms foto’s) o.a. laten weten waar ze mooi en veilig geparkeerd stonden met hun camper of tent, zo ook onze slaapplaats in Alexandropoulis, zowat de laatste stad in de provincie Thracië aan de grens met Turkije. We zijn er niet alleen en maken kennis met Maxim en Nicolas, twee Franse jongelingen die na hun studies besloten om nog eens iets ‘dingue’ te doen. En wat is er ‘plus dingue’ dan fietsen van Singapore naar Frankrijk? Het is een gezellige babbel, met een fris pintje bier waarop we de gamins trakteren, en met een stukje  saucisson van Mich en Iris.

 

Griekenland is een zalig land om rond te trekken, alvast zeker het noordelijk deel wat door weinig toeristen wordt aangedaan, zo blijkt. Het is er goedkoop eten en tanken. Je betaalt er wel tol op de autostrades. De bewoners ( mengeling van Grieken, Bulgaren, Turken en Macedoniërs) , zijn heel gemoedelijk, relaxed,  en alles ademt er rust en stilte uit, wat een verschil met het kwetterende Italïe.

 

Het land van Zeus en Hera

Hier zijn we dan, op bezoek in het koninkrijk van Zeus en Hera, in warm en zonnig Griekenland, waar de lucht geurt naar verse olijven, zoete honing en sinds kort ook naar onweerstaanbare Unimogdampen…

Kèèrde eki wééére:

Gisteren hebben we dan toch uiteindelijk, na de staking van de Ferry’s, de overtocht kunnen maken vanuit Ancona met Minoan Lines. Voorzien vertrek 16u30,  reële vertrek 19u. Niks vreemds volgens onze Turkse vriend waarmee we kennis maken in de ancona ferrywachtrij, en die uit ervaring weet te vertellen dat twee uren vertraging op deze lijn zowat de meest normale zaak van de wereld is. Blijkbaar is Ancona the place to be om de oversteek te maken naar het Griekse schiereiland. De ferry zit dan ook eivol en het is merkwaardig hoeveel vrachtwagens en campers in zijn buik worden opgeslorpt. Het inrijden en parkeren van de wagens, incluis de onze, gaat gepaard met gillende, tierende en gesticulerende dek-assistenten  die ons uiteindelijk, via een parcours mét hindernissen (jawel) doen neerplanten op een minuscuul plekje, te midden van tientonners en andere angstige campertoeristen, parelend zweet op hun voorhoofd en wellicht ook in de broek,  na hun hachelijke avontuur van de inscheping. Geen sinecure maar ook dat heeft Arno weer eens prima gedaan. En ik heb geen van die dek-assistenten vermoord, wat ook wel flink is, niet?  Gelukkig hebben we een kajuit en éénmaal ingescheept gaan we ons, na ettelijke uren wachten in de blakende zon, eerst douchen. We zijn uiteindelijk blij dat we hier de overtocht maken in plaats van Bari zoals eerst gepland aangezien we op die manier heel wat kilometers en tijd hebben uitgespaard.

Onze voorgaande dagen in de Monti Siblini waren zonnig, zalig, zen, zurrealistisch , zeer stil en zeker een plek om terug te keren. De camping waar we uiteindelijk noodgedwongen zijn terecht gekomen was echt wel een pareltje. Il Collaccio. Onthouden mensen, daar wil je echt wel je tent of camper neerzetten (best buiten het seizoen als je geniet van rust en stilte). Bovendien was de baas enorm fan ons huis op wielen en heeft al diverse foto’s en onze reisplannen kenbaar gemaakt via zijn Facebookpagina.

Il Collacio

De weg van ginder naar Ancona slingert verder door het nationaal park, tussen bergen en kloven (via Visso de SR209 naar Muccia). Het is  rustig rijden en we genieten volop van de mooie natuur. ’s Middags stoppen we in een dorpje aan een bio-fromageria waar we (weer eens) heerlijke kazen kopen waaronder warme ricotta. We picknicken daar ter plaatse.

ricotta
Iemand een potje dampende ricotta?

We besluiten niet in Ancona zelf, maar iets verderop langs de kust, in Senegallia, te overnachten. De camperplaats ligt tegenaan het strand, heerlijk…was het niet van die drukke baan én de spoorweg die toch wel net tussen de camperplaats en het strand in, de boel moeten verpesten zeker!

De dag er op bezoeken we het stadje dat buiten alle verwachting, naast de 366 strandbars, cabines en gelateria’s toch wat verborgen schatten heeft. Zo is het oude gedeelte van de stad volledig verkeersvrij gemaakt, hebben we er de beste gelato in jàààààren gegeten (caramel met fleur de sel, ricotta met vijgen, echt waar…) en bezoeken we enkele mooie paleizen die er verborgen liggen in de kleine en kleurrijke straatjes.

markt Senigallia

21 april: Arrividerci Italia.  Bedankt voor de lekkere kazen, de overheerlijke olijven, Bedankt voor je wondermooie bergen en de vele lieve mensen die we er hebben ontmoet. Allesandro, Davide, Sarah,…

Bedankt aan de vele Carabinieri om ons niet tegen te houden en te controleren, want dat rijbewijs C, ach, het is een lang verhaal…Basta!