Tagarchief: Iran

Den Overgank

Et voilà, de dag den overgank is aangebroken. En net zoals bij iedere grenspost worden we ook nu geconfronteerd met het jammere afscheid van wat ons vertrouwd leek, maar evenzeer met het gekietel om het onbekende tegemoet te gaan.
En terwijl de kilometerteller gestaag draait naar het ronde getal 10 000 beseffen we dat we vandaag net twee maanden op reis zijn en reeds 6 landen hebben doorkruist. God, het voelt alsof we al een jaar onderweg zijn.

Au revoir Iran, we hebben echt met volle teugen genoten van je Perzische pracht, die we mochten ontdekken zowel in je majestueuze maar ooh zo fijne bouwwerken als in je verrassend mooie natuur. De laatste dagen door het Köpet Daggebergte met als summum ons verblijf in Tamoureh Nationaal Park waren de kers op de taart van deze onvergetelijke trip. We zullen jou, en je lieve bewoners, altijd een warm plaatsje toekennen in ons hart.

Ok, genoeg melige blabla, nu den overgank die bij Arno een beetje gepaard gaat met slappe stoelgank. Maar zoals immer bereidt ons Arnootje zich zorgvuldig voor: alle documenten worden klaargelegd, gerangschikt volgens belangrijkheid; dollars worden geteld en zijn grijpklaar; Ipad, laptop, camera worden zorgvuldig weggeborgen (zodat die tijdens een controle ook niet plots ‘verdwijnen’), en de sloffen sigaretten die we in Iran nog hebben gekocht (tja, 30 cent voor een pakje, in Turkmenistan 20 dollar!)verdwijnen in onze geheime ruimte. Ik poets nog even de binnen met nat en we maken dat al ons gerief in de kastjes netjes geordend is. Nog even de glimlach oefenen and off we go!

‘Vies’ dorpje in Iran

Samengevat door Arno, die het hele gebeuren heeft gecoördineerd (en mij meermaals had verwittigd dat ik mijn franke teut moet houden en ook mijn niet te misverstane non verbale expressies achterwege moest laten, pfffff):

Het einde van de enige straat hier bestaat uit een groot hekken met een poort. Eens daar gepasseerd worden we naar een parkeerplaats verwezen. Dit is gewoon een controle om te zien of alle papieren ok zijn voor de grens. Ook hier roept de naam Belgie onmiddellijk de associatie met Eden Hasard op, voetbal is hier ook koning.
Zoals verwacht mogen we verder, de berg op, want daar is eigenlijke de grens. De eigenlijke grens bestaat aan de Iraanse kant uit een lang gebouw met meerdere poorten, allemaal gesloten en nergens geen mens te zien. Bij de laatste poort is er beweging en staan er auto’s. Onmiddellijk doet iemand teken dat we al te ver zijn. We moeten de voorlaatste poort hebben en meneer Iri zoeken. Er wordt gewezen naar de rest van het gebouw om te tonen waar die zit.
Ik probeer alle deuren (waar telkens op staat ‘driver registration’, allemaal gesloten behalve de laatste. Binnen hangt een enorm plakaat ‘verboden te roken’, de rook is er te snijden. Op de tweede verdieping vind ik een rij nagelnieuwe bureau’s maar geen ziel te bespeuren. Verderop zijn er loketten en daar is er leven. Opnieuw wordt me gezegd dat ik meneer Iri moet hebben, verkeerde afdeling, terug naar af. Ik loop verder naar een paar militairen om de weg te vragen, niemand kan me helpen.


Als ik terug naar de Mog wil lopen probeer ik het toch nog eens bij de klusjesman die net komt aangereden. Hij toont me een trap met een deurtje, daar moet ik zijn. Meneer Iri en zijn assistent zijn goedlachse kerels die onze gegevens nogmaals opschrijven in een reuzeboek zoals ze dat bij ons ook nog doen bij de douane als je een auto importeert.
Eenmaal alles in het grote boek staat en onze carnet de passage afgetekend is loopt de assistent met ons mee en opent de grote poort. We worden vriendelijk uitgewuifd en tufffen tot aan de laatste militaire post.
Moeten we natuurlijk eerst nog onze paspoorten laten afstempelen. Eén van de militairen loopt met ons mee terug naar het gebouw en een paar minuten later kunnen we de echte grens oversteken.
Aan Turkmeense kant moeten we eerst onze papieren tonen aan een stel militairen. Fietje is onmiddellijk stapelzot van hun uniformpjes. Het zijn allemaal piepjonge gastjes in camouflagepak met een assortie cowboyhoedje. Allemaal zeer behulpzaam en vriendelijk. Na de eerste check worden we doorverwezen naar het gebouwtje een beetje verder, de Mog moet daar aan de kant blijven en wij naar binnen. Er is al een wachtrij voor ons, het loket is blijkbaar nog niet bemand. Als wij binnen komen gaat één van de militairen op een bel gaan duwen en een beetje later verschijnt een goedlachse man die zich voorstelt als de dokter. We moeten een medische controle ondergaan. Deze bestaat eigenlijk uit het nemen van je temperatuur. Allebei in orde natuurlijk en nu mogen we naar de “bank”. Hoewel we reeds 55 dollar per paspoort hebben betaald moeten we hier nog eens 10 dollar per persoon betalen en 4 dollar stempelrecht. Het is de eerste van een reeks betalingen die nog volgen voor we alle papieren hebben.
Als we dit betaald hebben moeten we onze paspoorten laten afstempelen. Ondertussen ligt er al een stapel paspoorten aan het loket. Als er uiteindelijk iemand opdaagt laten de vrouwen die er voor ons waren ons voor. Enkele vragen, vingerafdrukken en een foto en alles is ok. Fietje mag door de grens, ik moet de wagen nog binnenkrijgen.
Als ik buitenkom staan er al twee mannetjes in maatpak klaar, ze gebaren me dat ik ze moet volgen. Er worden bergen papieren ingevuld, boeken geraadpleegd, tabellen geckecked en uiteindelijk krijg ik twee formulieren. Het ene is een verzekering voor de auto, 3 dollar stempelrecht en de andere is een wegentaks/dieseltaks, 10 dollar stempelrecht.
Nu verschijnt de “bankier” terug. Hij legt me uit dat ik nu naar boven moet, daar stempeltje laten zetten (weer 5 dollar) op het document dat ze net gemaakt hebben. Vervolgens weer naar de “bank” (ditmaal in een ander kantoor) en deze keer mag ik 195 dollar ophoesten voor verzekering en taksen. En nog eens 2 dollar stempelrecht.
We zijn er bijna, als ik dat allemaal heb betaald nog naar een kantoorje om alles nog eens te checken en dan naar de douane. De militair/douanier ligt te slapen achter zijn bureau en schiet wakker als ik binnenkom. Hier worden opnieuw massa’s papieren ingevuld, afgeprint, gescanned en moet ik vanalles tekenen. Hier krijgen we ook een GPS-tracker mee, deze moet in de auto mee om zeker te zijn dat we geen domme dingen doen en echt enkel op transit zijn. Stel je voor dat we ondertussen iets zouden bezoeken….
Als dat in orde is moeten ze de auto nog checken. Ik moet de Mog boven een smeerput rijden (niet dat ook maar iemand onder de Mog gaat kijken) en moet vanalles openen en tonen. Hier weerom een paar papieren invullen en tekenen en dan mag Fietje terug de wagen in en weg zijn wij.

Tataa Peppie en Kokkie!

Ziezo, en zijne stoelgank was direct weer beter!

@ tante Cécile: het is zo jammer dat ik die schone militairen niet mocht fotograferen… ze zien er adorable uit, mmmmm.

carwash

We besluiten om hier nog een dagje te blijven, we zitten op een paar uur rijden van de grensovergang die we moeten nemen maar hebben geen zin om daar dan een dag te moeten wachten, we mogen immers enkel en alleen op 2 juni de grens over, geen dag eerder, geen dag later.

Daar we toch aan een riviertje staan en dus gemakkelijk aan water geraken besluit ik om alvast de vrachtwagen wat te kuisen zodat we met een beetje propere wagen aan de grens kunnen verschijnen. Nog maar net ben ik begonnen of er strijkt een Iraanse familie naast ons neer en die komen alvast hartelijk goedendag zeggen.

De Koerdische oma is onmiddellijk zot van Fietje en laat dat dan ook uitbundig blijken. In de kortste keren krijgen we thee voorgeschoteld, gevolgd door een brood, een bord vol chips en nog een diep bord zonnebloempitten. Als het tegen de middag loopt steekt de pater familias het vuur aan en begint zijn kippenbrochettes klaar te maken. We proberen weg te geraken omdat we nog tot het museum willen lopen maar worden door de volledige familie tegengehouden en verplicht om 4 reuze brochettes met kip binnen te spelen.

Het museum dat we willen bezoeken is gesloten, je kunt zelfs in dat deel van het park niet komen want alles is grondig afgesloten door een serieus hekken met poort. Er zit niet anders op dan terug te keren en hopen dat onze Iraanse buren ondertussen gedaan hebben met eten, we kunnen zo dichtaan niets meer binnen krijgen.

Het park staat vol met stichtende affiches die we proberen te ontcijferen, maar eigenlijk spreken de beelden voor zich. Een gesluierd meisje wordt vergeleken met een mooi verpakt snoepje, een wat wulpsere dame met een soort bounty waar al is van gebeten en waar vliegen op zitten. Dit in combinatie met een roltrap naar de hemel en eentje naar beneden naar de hel maakt de boodschap wel duidelijk. Ik heb een bleekblauw vermoeden dat zij die hier komen kamperen echt geen boodschap hebben aan de borden, in volle ramadan wordt hier geschranst en gerookt dat het een lieve lust is en de koppeltjes die hier rondlopen zijn heus niet allemaal getrouwd.

Na een hartelijk afscheid van onze buren die huiswaarts keren is het de beurt aan de volgende lading. Deze maal een paar zussen met hun schoonzonen. Ze spreken ook geen woord Engels maar Fietje kan zich toch behelpen met het point-it boekje dat we van Ilona hebben gekregen. Ze komen uit het bos met een schop en een plastiek zak vol ‘tulpenbollen’. Blijkt dit een soort look te zijn wat geraspt wordt in yoghurt. Meteen krijgen we een een handvol van.

De plaats naast ons wordt nu bezet door een nieuwe familie. Zij hebben muziek en licht mee en alles werkt op de batterij van de auto. Ze hebben zich nog niet geïnstalleerd of we krijgen een kop thee in de handen geduwd, samen met wat snoep. Ook zij spreken geen Engels dus het wordt een summiere conversatie.

We maken voor de lol een vuurtje met het hout dat we hadden voorzien om onze kip klaar te maken maar omdat we geen honger meer hebben van alles wat we hier al gegeten hebben is alles al weer opgeborgen. Als het vuurtje goed op gang is komt er plots nog een Iraniër van een beetje verder aangelopen en wordt er een halve watermeloen op onze tafel gezet, groeten en weg is hij.

De nacht is minder lollig, het is donderdag avond en dan gaat de jeugd los. De ganse nacht wordt er weg en weer gereden door het bos met brommertjes die toch net teveel lawaai maken. Af en toe stopt er één naast ons, horen we wat stemmen, starten en weg zijn ze. Echt jammer dat we die misthoorn van de Hanomag niet meer hebben, dat zou nog eens lachen zijn….

Van berg naar park

’s Morgens doen we eerst wat huishoudelijk werk, legen het toilet, vullen de watertanks (die plots gisteren allebei leeg waren) en bezoeken dan het Zonnepaleis en de oude moskee. Het Zonnepaleis is eigenlijk nooit afgeraakt en heeft een atypisch vorm. Het is mooi gerestaureerd en de oorspronkelijke versieringen zijn prachtig.

Het kleine meisje van gisteren vergezelt ons lustig verder aan het tetteren in het Farsi. Als we het museum onder het paleis bezoeken wordt ze door de zaalwachtster wandelen gestuurd, het is welletjes geweest.


We denken de oude moskee wel een beetje gezien te hebben en willen net vertrekken als daar een oud mannetje aankomt die ons teken doet dat we mee moeten. We krijgen een rondleiding bij de graven van gesneuvelden uit de Iran-Irak oorlog. Hij opent alle deuren en neemt ons overal mee naartoe.

Zonder ook maar een woord te zeggen of zelfs geluid te maken geeft hij bij alles een duidelijke uitleg met handen, voeten. Bij de foto’s van de oorlog maakt hij duidelijk dat hij daar ook was maar gelukkig levend terug is gekeerd.

Volgens de uitleg in het Zonnepaleis komt het water voor de fontein van een waterval een beetje verderop, dus wij daar naartoe. De weg stopt aan een toiletten complex met moskee (of is het andersom) maar een waterval zien we niet. We lopen te voet naar beneden en volgens een stroompje (een pad is er niet). Blijkt dat de waterval nog een paar kilometer verderop ligt. We hebben beiden geen goede schoenen aan en hebben ook niets mee en besluiten terug te keren.

Als we ons Mogje beneden aan het water parkeren probeert de lokale Mettemaffia ons te laten betalen om daar te staan. We gebaren van krommen aas maar Moeder Overste geeft niet op. Tot er een familie die een beetje verder picknickt zich ermee bemoeien en Mette hoofdschuddend afdruipt. Een beetje later komt de familie nog een goede dag zeggen met een grote zak kruiden die ze geplukt hebben. Blijkbaar moet je dat in je thee doen, wat de vrouw dan ook onmiddellijk voor ons doet. Ik ben er niet zot van maar hou de schijn toch hoog.

 

 

Fietje wilt vannacht zeker ergens in de bergen slapen, niet in een dorp of stad en we besluiten door te rijden naar …. waar niet ver vandaan een nationaal park zou moeten liggen. We gokken dat we daar aan het Wildlife Museum wel een plaatsje zullen vinden. Er is maar één ingang (betalend, belachelij weinig) naar het park en de bewakers maken ons duidelijk dat we hier ook mogen blijven slapen. Het blijkt een prachtig groen park te zijn middenin een kloof waar één weg doorslingerd en waar er regelmatig plaats is om te picknicken of te kamperen. Uiteindelijk kiezen we een plaatsje tegen het water, net naast een watervalletje. Dit is echt wel een van de betere slaapplaatsen die we hebben gehad tot nu toe.

Opnieuw de bergen in

We nemen afscheid van Vali, zijn vrouw en Max, die besluit toch nog langer te blijven. We hebben het een beetje moeilijk met in een stad te zijn na onze doortocht in de woestijn en besluiten een complete ommetoer te maken naar de Turkmeense grenspost die we MOETEN nemen.

Nog een laatste maal het hectische verkeer in een Iraanse stad doorstaan. Fietje koopt een voorraad groenten en kip voor een leger, we zullen de volgende dagen geen honger hebben dat staat vast. Een vlugge blik op de kaart leidt ons naar Kalat, geen idee waarom. Onze gids heeft warempel dingen te vertellen over Kalat dus dat valt mee.

De bergen (Köpet Dag gebergte) de we inrijden zijn ongeveer de mooiste die we tot nu toe gezien hebben. Wat een variatie, wat een kleuren, we zijn allebei echt onder de indruk. De ganse weg tot de afslag naar Kalat blijven we verwonderd ronds ons kijken. De bergen zijn zeer groen, overal water, vee, en heel veel rijstvelden, …

De entree tot Kalat zelf is ook niet mis. We moeten een tunnel door. De ingang van de tunnel is beschilderd als ware het een soort fort en bovenop prijkt het beeld van Shah Abbat.

De tunnel lijkt met schop en pikhoweel uit de berg gehouwen. Ze is net breed genoeg voor één wagen en af en toe is er een verbreding om tegenliggers door te laten. In alle twee de richtingen staan er borden dat de andere richting voorrang heeft. Eens uit de tunnel moet je nog een brug over de vol vlaggen hangt.

We rijden het stadje door en zoeken ondertussen naar een plaatsje om de nacht door te brengen. We zijn op weg naar het Zonnepaleis van Shah Abbat en gokken dat we daar wel iets zullen vinden. We parkeren ons eerst boven het paleis zodat we een mooi zicht hebben op het paleis over de muur. We staan nog niet stil of een klein meisje en jongetje (ik schat dat ze 7 jaar zijn) komen ons begroeten en hoewel we duidelijk maken dat we geen Farsi verstaan blijven ze honderduit praten.

Ze klimmen uiteindelijk in de camion en prutsen aan alles wat los en vast hangt. Doen alle kastjes open steken er dingen in, halen er dingen uit, de ruitenwisser en klaxon moeten getest worden samen met de koekjes die we nog liggen hebben.

We houden een politiewagen tegen (nu zijn de rollen eens omgekeerd) en vragen of we hier mogen blijven staan om te slapen. De jonge agenten zien dat wel zitten. Uiteindelijk besluiten we toch wat lager te gaan staan aan de ingang van het park van het paleis.

We vragen voor alle zekerheid nog eens toestemming aan de tuinman. Hij heeft geen bezwaar maar net zoals andere mensen die ons gepasseerd zijn doet hij teken naar het oosten en maak het cijfer 8 met de vingers, we hebben geen idee wat ze willen zeggen. De meute kinderen is ons natuurlijk gevolg (ondertussen zijn er een paar oudere jongens bijgekomen) en we proberen hen duidelijk te maken dat het welletjes geweest is. Het meisje blijft maar tetteren zelfs als we de deur dichtdoen. Af en toe kloppen ze ook eens op de deur. We proberen ze dan nog eens duidelijk te maken dat het afgelopen is.

Dan wordt er op de achterdeur geklopt, we denken opnieuw dat het de kinderen zijn en negeren het. Nogmaals, dan op de deur, dit is geen kinderhandje. Ik ga kijken en zie onmiddellijk de zwaailichten van een politie auto. Het zal toch niet waar zijn zeker. Bijna haal ik de paspoorten boven als ik één van de jonge agenten van daarnet zie aanlopen met een klein emmertje warme maaltijd soep. Dat was het wat de anderen ons wilden uitleggen. Het is rammadan, de zon gaat onder om 8 uur en er is een soort maaltijd bedeling (Ifta) die doorgaat in de oude moskee een beetje verderop. Nog voor ik de agenten kan bedanken zijn ze al weg.

Turkmenistan transitvisum: check!

’s Morgens vertrekken we te voet naar het Turkmeense consulaat. En daar ontmoet je ze natuurlijk allemaal: de trekkers die hun visum voor Turkmenistan komen ophalen. We ontmoeten er Christiaan, een Belg van geboorte, maar opgegroeid in Nederland die nu in Tirol woont en met zijn voertuig een jaar rondtrekt, een grappige Nederlandse fietser die we onderweg in de woestijn al hadden ontmoet (echt geschift!), een Sloveense fietser en het Duitse koppel van gisteren. Opnieuw formulieren invullen, kopies paspoorten en foto’s afgeven en 55 dollar per persoon betalen. Alles speelt zich af aan een piepklein luikje aan de buitenkant van het consulaat. Behalve Christiaan lijkt het voor iedereen te lukken en om 16u moeten we onze paspoorten komen ophalen.
We doen nog wat boodschappen, gaan terug naar Vali’s Palace om er wat te surfen en praten nog lang met Max en Christiaan die er binnenwipte.Om 16u sharp terug naar het consulaat, waar we samen met de anderen onze paspoorts krijgen mét visum. We zijn allen heel opgetogen (behalve Christiaan die nu al wekenlang aan het lijntje wordt gehouden maar nog geen visum krijgt) en alhoewel onze inreisdata allemaal verschillend zijn spreken we af in het eerste beste café in Ashgabat om er samen een frisse pint te drinken, een fatamorgana van de laatste weken voor iedereen.

Terras bij Vali

We bezoeken nadien de Holy Shrine, wat op zijn minst een zeer indrukwekkende en overweldigende ervaring is. Als toerist kun je er niet vrij rondlopen maar wordt je begeleid door een uiterst vriendelijke gids die je gratis en in het Engels rondleidt. Als vrouw ben je verplicht een Charon te dragen die je netjes aan de ingang wordt overhandigd. In 1 van de vele gebouwen krijg je eerst een video te zien met uitleg over de site en nadien loopt de gids met je mee en geeft uitleg over het Sji-isme. Als niet moslim kan je echter niet overal binnen, dus ook niet in het mausoleum van Imam Reza.
We zijn verbluft door de grootsheid en de schoonheid van het complex vol moskees, gouden koepels en majestueuze minaretten. De pleinen liggen vol tapijten, overal zijn mooie fonteinen en waterbekkens voorzien.
Het wordt draaiende gehouden door een aanzienlijke ploeg vrijwilligers die uit respect voor hun Imam de honderden pelgrims en ook toeristen helpen met woord en daad. De sfeer is er heel rustig en gemoedelijk.
De site is volledig zelfbedruipend, er zijn ondergrondse parkings, hotels en eetgelegenheden, ze produceren zelfs hun eigen elektriciteit. Helaas hebben we de foto’s nog iet kunnen uploaden.

Ramadan: Opvallend in heel Iran is dat de Ramadan niet echt strikt wordt toegepast. Overdag zie je veel Iraniërs eten, drinken, roken,..en dit in tegenstelling tot wat we hadden verwacht. Ons voornemen om overdag altijd in de camion te eten laten we dus snel aan ons voorbijgaan.

Unimog mama

We hebben heerlijk geslapen in onze verborgen vallei, zonder nachtelijke politiecontrole. We ontbijten en blijven nog wat hangen in onze stoel, lezen, kruiswoordraadsel invullen. En dan ‘hit the road Sophie’, want Arnootje moet nog wat recupereren van zijn ballet move. We rijden opnieuw door Rivash waar het besturen van een truck door een gesluierd vrouwelijk wezen wel wat animo veroorzaakt (in heel Iran trouwens). Chauffeurs gaan op hun rem staan, maar ook de voetgangende mannelijke medemens gaapt met open mond en staart me vol ongeloof aan om nadien uit te barsten in een lachbui.

Onze schone vallei aan Rivash waar we de nacht doorbrengen

En daar gaan we opnieuw: politiecontrole 1 bij het inrijden van Rivash, politiecontrole 2 bij het uitrijden van Rivash, politiecontrole 3 vlak voor Neishabur. En telkens speelt hetzelfde scenario zich af: Ze vragen ‘iets’ in het Farci. Wij antwoorden dat we hen niet begrijpen en na een tijdje weg- en weergepruttel in het Farci/Oostends, geven wij de paspoorten en documenten van de wagen. Ondertussen komt het hele dorp toegesneld dat glimlachend het heroïsch optreden van hun agent aanschouwt die hierdoor nog meer macho-allures krijgt. Dan staart de politieagent minutenlang in het paspoort, bijgestaan door commentaar van de locals, en probeert onze namen (van rechts naar links!) te lezen. We heten nu dus Onra en Eihpos. En als ze na een tijd beseffen dat ze eigenlijk niks snappen van het paspoort geven ze door een korte knik te kennen dat we mogen verder rijden.
Na deze geanimeerde doch zeer mooie bergrit komen we in Neishabur op de autosnelweg naar Mashhad. Het is drukkend warm en dikke onweerswolken pakken zich samen. Maar we zijn super opgewekt aangezien Arno daarnet telefonisch heeft vernomen dat ons visum voor Turkmenistan werd goedgekeurd en we die mogen ophalen in het consulaat in Mashhad. Yessss!

We rijden Mashhad binnen en het is opnieuw wat aanpassen na ons nomadenleven van de voorbije dagen. De heilige stad, 2,8 miljoen inwoners waar Iman Reza begraven ligt. Als achtste imam stierf hij een marteldood en gaf hierdoor aanleiding tot het ontstaan van het fanatieke Sji-isme in Iran. Het is een stad vol bedevaarders die er zijn graf (the holy Shrine) komen bezoeken. Hier neem je geen foto’s in de straatbeelden en als vrouw maak je dat alles behalve je neus, ogen en handen, bedekt zijn.

We gaan op zoek naar Vali’s Guesthouse waar je tegen betaling je auto kan parkeren en gebruik maken van de faciliteiten van het hotelletje. Maar ook hier is het zweten geblazen in het gekke verkeer en mijn sluier en lang T-shirt transformeren in natte stinkende vodden. In onze zoektocht worden we tegengehouden door een Duits koppel die hier eveneens met een Unimog zijn en ons de coördinaten geven van waar ze geparkeerd staan. Na opnieuw wat rondcrossen door het centrum, plaatsen we ons achter hun voertuig maar het is heel druk in de straat en heel warm. We gaan toch op zoek, te voet ditmaal, naar de guesthouse en langs de weg komen we Vali tegen, jawel de eigenaar die ons wellicht van verweg had geroken (door die stinkende vodden natuurlijk). Hij spreekt vloeiend engels en we gaan zijn stulp bekijken. Hij vraagt 5 dollar per peroon per nacht voor de parking, gebruik van douches en toilet, Wifi, gratis thee de ganse dag door en gebruik van zijn overdekt lommerlijk terras. We happen toe. Niet echt goedkoop naar Iraanse normen maar het feit dat ook onze was door de vrouw des huizes wordt gedaan, en dat we heel dichtbij het Turkmeens consulaat zijn doet ons niet twijfelen.
Aangezien Arno nog altijd wat last heeft van zijn uitgerokken testikel, gaan Vali en ik terug naar de camion, die ik onder zijn begeleiding door hartje Mashhad rij tot bij zijn guesthouse. Op mijn vraag of hij zich een beetje op zijn gemak zat, antwoordt de arme man, die al wat bleek trok, dat ik een fantastische chauffeur ben terwijl hij paniekerig de veiligheidsgordel zoekt om die pronto aan te gespen…

ikke helemaal alleen gedaan

Maar dan, dames en heren, heb ik ons gevaarte van op de drukke boulevard, waar Vali probeerde het razende verkeer tegen te houden, achterwaarts en slalommend tussen enkele bomen en telefoonpalen het piepkleine steegje van de guesthouse ingereden om hem op enkele centimeters van het aanpalende pand te parkeren. Hadden de examinatoren in Brugge dat gezien, ik was geslaagd cum laude!
Vali, die een gewiekste commerçant is, kan ons ook overtuigen om er te dineren, opnieuw 5 dollar per peroon, maar het was zijn geld waard: lekkere soep, aardappelpasteitjes, rijst en kip (of wat had je verwacht) gepaneerde vis en een frisse salade, à volonté.
We leren er Max kennen, Franse jongeman die 3 jaren de wereld rondtrekt.
Het bliksemt, dondert en giet pijpenstelen en de koelte na het onweer doet deugd. Eten, keuvelen, douchen, bloggen en dan ONS bedje in, na tevergeefse pogingen van Vali om ons in zijn guesthouse te slapen te leggen.

Grand Ecart

Gisteren niet veel meer gedaan dan gereden en geschuild voor de warmte. We zijn al richting Mashhad aan het opschuiven, we moeten toch naar het noorden, visum of niet. Als het tijd is om een slaapplaats te zoeken vinden we niet onmiddellijk iets in de nederzettingen die we passeren. We besluiten dan maar van de baan af te rijden en vinden een verlaten track (geen al te evident parcours!) die naar de voet van de bergen leidt. In de verte zie ik iets uitsteken boven een heuvelrug, net een bunkertje.

Blijkt dit hier een spookdorpje te zijn dat waarschijnlijk enkel nog door herders en hun kudde wordt bezocht. Het enige wat nog onderhounden is is een kleine gebedsruimte, al de rest is langzaam maar zeker ten prooi aan het vallen van de entropie. Fietje is er niet helemaal gerust in maar besluit uiteindelijk toch dat het ok is. Als ze iets later bijna op een slang stampt besluit ze toch niet te lang meer buiten te zitten en zeker enkel en alleen gebruik te maken van ons eigen toilet. ’s Nachts geeft het maanlicht nog een extra creepie laagje op de vervallen lemen huisjes en je verwacht ieder moment dat een horde living deads uit de holletjes zal kruipen…

Na een rustige maar zeer warme nacht, zonder ook maar een zuchtje wind vertrekken we voor 7:00 om de hitte een beetje voor te zijn. We moeten vandaag nog een serieus stuk door de woestijn en de hemel is maagdelijk blauw, dat belooft niet veel goeds.

In het eerste deftige dorp zien we een wegwijzertje staan naar een kasteel en een mansion. Zeer benieuwd wat daar kan staan slaan we daar in en vinden inderdaad een kasteel. ‘Kasteel’ is misschien een groot woord, eerder een ruine.

De deur staat open en er is niemand te zien dus gaan we binnen een kijkje nemen. Het zit er vol van de uiltjes, maar voor de rest is her vooral letterlijk een stal.

Als ik wil vertrekken met de Mog rij ik bijna tegen een politie wagen die om de hoek komt. Paspoort controle. Zelfde liedje als een paar dagen geleden, op een godvergeten plaats staat daar plots politie die perse een foto van je paspoort wilt.

De nieuwsgierigen die erbij zijn komen staan blijken over de sleutels van het gebouw ertegenover te beschikken. Dit blijkt de mansion te zijn die ze aan het restaureren zijn. We moeten echt ieder hoekje en kantje van het gebouw gaan bekijken.

In het volgende stadje dat we tegenkomen doen we wat boodschappen, tanken we en zoeken we een plaats om ons toilet te legen, water te nemen en nogmaals te bellen naar het consulaat. Jammer maar helaas, ook nu is het antwoord terug dat het visum nog niet klaar is, morgen moeten we maar eens terugbellen. Na het telefoontje wil ik uit de Mog stappen maar glij uit en doe ongewild een verticale spagaat. Ik hoor iets knakken in mijn dij en schreeuw het uit van de pijn. Het wordt zelfs even wit voor mijn ogen. Ik heb waarschijnlijk mijn dijspier verrokken, verdomme. Best dat Fietje kan rijden want dat zit er voor mij vandaag (en waarschijnlijk de volgende dagen) niet meer in.

We hebben niet veel meer keus dan verder te rijden. Iets verder ligt er een politie controle post waar men blijkbaar zeer grondig aan het controleren is. Nu maar hopen dat ze geen rijbewijzen zoeken. We moeten aan de kant gaan staan en onze paspoorten weeral bovenhalen. Ze negeren Fietje zoveel ze kunnen en meneer moet uitstappen en meekomen. Ik mank naar hun schamel kantoortje, moet plaatsnemen en voor de rest gewoon toekijken hoe ze vanalles in een beduimeld schriftje opschrijven. Wat de hel doen ze daarmee?

Driemaal is scheeprecht, iets verderop worden we weeral aan de kant gezet, paspoort controle. Ieamand is hier zeer zenuwachtig over toeristen (of zijn het terroristen? mss verkeerd gelezen in de opdracht voor vandaag?).

Als we uiteindelijk aankomen in het stadje waar we denken te slapen blijkt dat geen vetten te zijn. Ik heb de laatste kilometers goed uit mijn doppen gekeken om te zien of er geen plaatsje was om te slapen maar we proberen toch eerst alle mogelijkheden in het stadje. We vinden zelfs een bordje met een verwijzing naar één of ander “tourist resort” maar als we dat volgen komen we uiteindelijk terecht in een soort volkstuintjes waar we nog net kunnen draaien.

Fietje is moe is begint het op haar heupen te krijgen om door die smalle straatjes en steegjes te manoeuvreren en we besluiten 5 km terug te keren naar waar ik een piste heb zien verdwijnen in de heuvels. Daar aangekomen blijkt het toch niet zo evident om daar een plaatsje te vinden en we slaan een nog kleiner veldweggetje in dat over de heuvel rijdt. Het laatste stuk blijkt een beetje smal voor onze Mog en het ligt al een beetje scheef. Met een slakkengangetje rijdt Fietje de camion toch naar de heuvelrug. Nu is het echt welletjes geweest. We volgen de heuvelrug en zien beneden een verlaten boomgaard bij een droge rivier en rijden uiteindelijk naar daar voor de nacht. Wat een mooi plaatsje en wat een zicht. Bovendien is de temperatuur aanzienlijk aangenamer nu we in de bergen zitten die een welkome buffer vormen voor de hete woestijnwind van de Dasht-e-Kavir.
Nu maar hopen dat er niet één of andere kwieten naar de flikken heeft gebeld want het is voor vandaag wel geweest.

Zandbak

Na ons ontbijt nemen we afscheid van onze Oostenrijkse buren, elk gaat zijnsweegs. Zij gaan richting Yazd, wij gaan de Dash-e-Khevir in.

Omdat het morgen vrijdag is en er dus geen enkele officiële instantie open is beslissen we om vandaag reeds te bellen naar de ambassade om te zien of ons visum goedgekeurd is of niet. Als ik probeer te bellen krijg ik ofwel een bezettoon of één of andere boodschap in het Farsi waar ik geen jota van snap. Tot mijn grote ergernis krijg ik wel telkens een berichtje van Irancell waaruit ik enkel kan opmaken dat mijn krediet zienderogen slinkt. En inderdaad, als ik eindelijk iemand aan de lijn krijg en kan uitleggen wat ik zoek, hoor ik een luide piep en dan niets meer. Er komt enkel nog een berichtje van Irancell, geen krediet meer.

Ik vloek niet enkel binnensmonds. De tijd dringt (met een ‘g’) want alles sluit om 11:00, we hebben nog 5 minuten. We rijden naar het tankstation in de hoop daar iemand te vinden die ons een telefoon kan lenen om te bellen. Als ik met handen en voeten in één van de winkeltjes aan het pompstation probeer uit te leggen wat mijn probleem is, antwoordt de brave man ‘tjaaardj iraaansel?’, hij verkoopt gewoon herlaadkaarten en is zo vriendelijk deze ook te activeren op mijn telefoon.

Opnieuw volgen enkele pogingen om iemand te bereiken en uiteindelijk krijg ik een vriendelijk, perfect engels sprekende man aan de telefoon. Onze aanvraag is helaas nog steeds in behandeling en we zullen binnen een paar dagen terug moeten bellen. Dat is in elk geval al beter nieuws dan “geweigerd”.

We vullen onze tank voor alle zekerheid en trekken de woestijn verder in. De weg wordt smaller en slechter en we zien bordjes de waarschuwen voor overstekende kamelen (dromedarissen, Bactrische kamelen, noem maar…). We zijn het eerste bord nog niet gepasseerd of de eerste kamelen duiken op. Iets verder verspert een kudde de weg en die blijven een eindje voor ons uit lopen tot ze in de duinen verdwijnen.

De dorpjes die we passeren zijn ook niet veel speciaals en je merkt vaker en vaker dat hier wel meer volk in de duinen komt spelen. De laatste dorpjes hebben dan ook fancy koffieshops, winkeltje en staan vol offroad briel. Op aanraden van één van die offroaders laten we het laatste dorpje rechts liggen (de weg is dan al een tijdje veranderd in piste) en rijden de woestijn in. Op het heetst van de dag, goed gedacht….

We vinden een mooi plaatsje om iets te eten maar de zon klopt als een loden hamer op onze schedel. Geen nood, we hebben een schelter bij, dit is het moment om deze op te zetten voor onze eigen schaduw te zorgen. Als we het ding aan het opzetten zijn steekt er waarempel een stevige bries op, maar uiteindelijk hebben we toch schaduw. Maar het blijft bloed, bloed heet. Dit is echt geen goed gedacht. We kramen alles in ijltempo terug op en vluchten terug naar het laatste dorp en verstoppen ons in het mooie hotelletje dat daar ligt. Ze hebben er koude limonade en warme thee EN schaduw. We keren nog een stukje terug om wat in de schaduw met onze voetjes in het water ter wachten tot de zon wat lager hangt.

Als we denken dat de temperatuur doenbaar is nemen we opnieuw dezelfde weg en rijden opnieuw de zandwoestijn in, de piste volgend langs het dorp. We besluiten niet te dom te doen want we zijn tenslotte helemaal alleen en rijden zover we denken dat het veilig genoeg is.

De piste gaat plots over in een vlakte met een wondermooi zicht op de duinen verderop. Dit wordt onze slaapplaats. Fietje droomt al lang van de perfecte zonsondergang in de woestijn, maar jammer genoeg komen enkele wolken het feest verstoren. Het wordt wel een zeer stille nacht.

Wasdag

Vandaag slapen we uit, gisteren was een zeer vermoeiende dag en we weten nog niet goed wat we vandaag zullen doen. Het wordt uiteindelijk wasdag, socialize dag en luilekkerdag.

We maken gebruik van het feit dat we oneindige bron stromend water hebben om al onze was (die zich al sinds Turkije steeds meer opstapelt) in één trek te doen. Fietje heeft de laatste twee dagen al wat gewassen in haar fantastisch wastonnetje en doet nog de handdoeken, ik doe de rest. Zalig in de zon met de voetjes in het frisse stromende bronwater. Er waait een droge warme woestijnwind dus alles is in geen tijd droog, zalig.

Als alles hangt te drogen horen we een auto naderen maar aan het geluid te horen is dit geen Iraniër. Judith en Wolfgang komen warempel met hun Defender om de hoek gereden. We hadden dit koppel uit Oostenrijk gisteren in het dorp ontmoet en ze twijfelden of ze bij de bron of in het dorp zouden blijven slapen. Ze kozen uiteindelijk voor het dorp omdat ze daar dicht bij een toilet konden staan maar bleek dat er na zonsondergang redelijk wat gefeest werd in het dorp en ze hadden er niet goed geslapen.

We hebben dus tijd om wat beter kennis te maken en blijkt dat ze dezelfde reis als ons voor ogen hebben (hoewel ze door de Balkan naar Turkije gereden zijn). We wisselen ervaringen en tips uit en ieder moet natuurlijk zijn uitrusting tonen. Zij zijn jaloers van het comfort dat we hebben, wij benijden een de compactheid van hun setup, maar voor mij lijkt het toch een beetje te compact.

 

Later op de dag passeert er nog een autootje met 2 Franse koppels in. Normaal zijn ze op weg met de fiets maar omdat hun ouders op bezoek komen hebben ze een autootje gehuurd. Zonder gêne en zich geen poot van alle strikte kledingsregels iets aan te trekken spelen ze onmiddellijk hun kleren uit en nemen een duik in het frisse bronwater.

De rest van de dag vullen we met keuvelen, een beetje slapen, wat in het water spelen en verdwalen in het dorp (dat ocharme 5 straten telt…).

Into the dessert

5u ’s morgens: Uit de veren en uit Meybod terwijl de zon vanuit het Oosten voorzichtig zijn eerste stralen uitwerpt. Vandaag trekken we de Dasht-e-Kavir in, de meest noordelijke van de twee woestijnen in Iran. Die moeten we sowieso doorkruisen als we naar Masschad willen, om er onze Turkmeense visa op te halen. We weten pas over enkele dagen als de transitvisa al dan niet zijn goedgekeurd en onderwijl hebben we besloten een beetje te gaan ‘spelen’ in de woestijn.

Tussen Meybod en Ardanak gaat de weg naar het Oosten, in rechte lijn het zandparadijs binnen. De opkomende zon in combinatie met het gebergte dat we tegemoetrijden levert een magisch plaatje. We rijden naar Kharanaq, 50 km verder, waar we gelukkig nog diesel kunnen tanken. (Dieselpompen zijn in Iran niet altijd voorhanden, auto’s rijden hier op gas).

We ontbijten er aan een picknicktafel bijgestaan door een dozijn kwetterende en lachende kindjes in uniform op weg naar het dorpsschooltje, en lopen er nog langs de caravancerai en het oude, verlaten en half vervallen dorp opgetrokken in leem: Een wirwar van steegjes waar we onder koepels, langs gangetjes, doorheen steegjes en over daken lopen met prachtige uitzichten over de vallei en moskee in de verte.

Met een volle maag, een volle tank en volle goesting gaan we iets verder op zoek naar de offroad piste die ik had gevonden op de kaart. We vinden die niet echt en slaan dan maar ‘een’ grindweg in. De volgende uren rijden we over bergen, door uitgedroogde rivierbeddingen, langs kloven en zandheuvels en door een eindeloze zandvlakte…tot we niet meer weten waar we zijn natuurlijk. Dankzij de kompassen – die we van Inge en Gerald gekregen hebben – en een spoorlijn die dwars door de woestijn loopt en die we als oriëntatiepunt hanteren, zijn we er in geslaagd terug op een rijweg te komen.

Ondertussen hadden we het idee van ‘vroeg opstaan en een dutje doen over de middag in de schaduw’ weer opgeborgen, want er is geen schaduw in de woestijn, deuheu.
We besluiten verder door te rijden door de woestijn naar de oase Garmeh. Het is een lange rit en de hitte slaat ons om de oren. We stoppen in een oasedorp om er onder de palmbomen en bij het waterbekken iets te eten en wat af te koelen. En alhoewel je de inwoners van het dorp op 1 hand kon tellen worden we getrakteerd op een paspoortcontrole: 1 man in burger, 1 militair en 1 oudere man, wellicht het dorpshoofd. Dit keer vraag ik wel een politieidentificatie en de man toont zonder morren zijn kaart. Ze zijn heel vriendelijk en vragen ons wat onze route is. We praten nog wat na (lees: we gesticuleren nog wat na), Arno probeert tevergeefs zijn dutje te doen en dan rijden we verder.


Garmeh, dit keer geen fatamorgana, maar een groene spot te midden van het immense zandtapijt. Het is er prachtig. We parkeren ons aan de bron zelf, waar je het water uit de rots ziet borrelen dat daarna via een fijn kanaaltje verder loopt en het omringende land irrigeert. Omgeven door palmbomen, rotsformaties en beneden het dorpje dat overgaat in een eindeloze zandvlakte, je waant je in de tekenfilm van Alladin. We zijn er helemaal alleen, het is hier zo stil en een welkome afwisseling voor de drukte van de steden die we totnutoe hebben aangedaan. Geen auto’s, geen licht, geen ‘Hello, welcome, which country are you from?’, geen moskeegezang. We turen nog uren naar de felle sterrenhemel en begeleid door het witte maanlicht, neem ik nog een bad in de bron.

Zicht uit onze ‘slaapkamer’ in Garmeh
Bron Garmeh

Plots horen we vreemde geluiden, een combinatie zo leek het,van wolvengehuil en hygiëna-gekrijs. Eerst dachten we dat het woestijnhangjongeren waren uit het dorp dat beneden ligt. Maar toen we hetzelfde gekrijs hoorden, echt vlakbij, flitsen we onze zaklamp aan en zien we twee katachtige viervoeters lopen over de rots. Als we iets later een groene lichtbol door de hemel zien flitsen, vragen we ons af of ook een gebrek aan alcohol hersenschade kan toebrengen… We slapen er heerlijk.