Tagarchief: Italië

Het land van Zeus en Hera

Hier zijn we dan, op bezoek in het koninkrijk van Zeus en Hera, in warm en zonnig Griekenland, waar de lucht geurt naar verse olijven, zoete honing en sinds kort ook naar onweerstaanbare Unimogdampen…

Kèèrde eki wééére:

Gisteren hebben we dan toch uiteindelijk, na de staking van de Ferry’s, de overtocht kunnen maken vanuit Ancona met Minoan Lines. Voorzien vertrek 16u30,  reële vertrek 19u. Niks vreemds volgens onze Turkse vriend waarmee we kennis maken in de ancona ferrywachtrij, en die uit ervaring weet te vertellen dat twee uren vertraging op deze lijn zowat de meest normale zaak van de wereld is. Blijkbaar is Ancona the place to be om de oversteek te maken naar het Griekse schiereiland. De ferry zit dan ook eivol en het is merkwaardig hoeveel vrachtwagens en campers in zijn buik worden opgeslorpt. Het inrijden en parkeren van de wagens, incluis de onze, gaat gepaard met gillende, tierende en gesticulerende dek-assistenten  die ons uiteindelijk, via een parcours mét hindernissen (jawel) doen neerplanten op een minuscuul plekje, te midden van tientonners en andere angstige campertoeristen, parelend zweet op hun voorhoofd en wellicht ook in de broek,  na hun hachelijke avontuur van de inscheping. Geen sinecure maar ook dat heeft Arno weer eens prima gedaan. En ik heb geen van die dek-assistenten vermoord, wat ook wel flink is, niet?  Gelukkig hebben we een kajuit en éénmaal ingescheept gaan we ons, na ettelijke uren wachten in de blakende zon, eerst douchen. We zijn uiteindelijk blij dat we hier de overtocht maken in plaats van Bari zoals eerst gepland aangezien we op die manier heel wat kilometers en tijd hebben uitgespaard.

Onze voorgaande dagen in de Monti Siblini waren zonnig, zalig, zen, zurrealistisch , zeer stil en zeker een plek om terug te keren. De camping waar we uiteindelijk noodgedwongen zijn terecht gekomen was echt wel een pareltje. Il Collaccio. Onthouden mensen, daar wil je echt wel je tent of camper neerzetten (best buiten het seizoen als je geniet van rust en stilte). Bovendien was de baas enorm fan ons huis op wielen en heeft al diverse foto’s en onze reisplannen kenbaar gemaakt via zijn Facebookpagina.

Il Collacio

De weg van ginder naar Ancona slingert verder door het nationaal park, tussen bergen en kloven (via Visso de SR209 naar Muccia). Het is  rustig rijden en we genieten volop van de mooie natuur. ’s Middags stoppen we in een dorpje aan een bio-fromageria waar we (weer eens) heerlijke kazen kopen waaronder warme ricotta. We picknicken daar ter plaatse.

ricotta
Iemand een potje dampende ricotta?

We besluiten niet in Ancona zelf, maar iets verderop langs de kust, in Senegallia, te overnachten. De camperplaats ligt tegenaan het strand, heerlijk…was het niet van die drukke baan én de spoorweg die toch wel net tussen de camperplaats en het strand in, de boel moeten verpesten zeker!

De dag er op bezoeken we het stadje dat buiten alle verwachting, naast de 366 strandbars, cabines en gelateria’s toch wat verborgen schatten heeft. Zo is het oude gedeelte van de stad volledig verkeersvrij gemaakt, hebben we er de beste gelato in jàààààren gegeten (caramel met fleur de sel, ricotta met vijgen, echt waar…) en bezoeken we enkele mooie paleizen die er verborgen liggen in de kleine en kleurrijke straatjes.

markt Senigallia

21 april: Arrividerci Italia.  Bedankt voor de lekkere kazen, de overheerlijke olijven, Bedankt voor je wondermooie bergen en de vele lieve mensen die we er hebben ontmoet. Allesandro, Davide, Sarah,…

Bedankt aan de vele Carabinieri om ons niet tegen te houden en te controleren, want dat rijbewijs C, ach, het is een lang verhaal…Basta!

Pan Helleense Zeeliedenbond

heeft doodleuk besloten om te staken en alle ferries tussen Italië en Griekenland aan de ketting te houden en dat ongeveer een half uur nadat we onze ferry hadden geboekt. We zullen dus een paar dagen aan de Adriatische stranden moeten gaan liggen 😉

wachten op een ferry kan zeer zwaar zijn

Ondertussen hebben we na lang heen en weer gemail de bevestiging gekregen dat we morgen kunnen vertrekken naar Griekenland.

 

Aardbeving

Op aanraden van Dirk zijn we naar het Parco Nazionale Monti Sibillini gereden. Ik had online in de buurt een camping gezocht omdat we ons toch nog eens deftig willen wassen, water nodig hebben en wifi om onze blog aan te vullen. Wat kon er beter zijn als de Monte Prata camping. Wij dus op weg. Eerst komt er een schier oneindige reeks tunnels en vervolgens een kleiner weggetje dat tussen de bergen slingert, de rivier in het dal volgend. Ik heb vlug eens op de kaart gekeken waar die camping ongeveer ligt en in mijn 2-dimensionele geest was dat op een boogscheut van het dorp Castelsantangelo sul Nera.

Bij ieder dorp dat we passeerden viel het Fietje op hoeveel ruïnes van huizen hier wel staan. Dit is hier inderdaad het gebied dat zwaar getroffen werd door de aardbeving van 2016.

ingevallen huizen

Overal zie je ingevallen huizen, ingevallen kerktorens, afgesloten verwoeste dorpen en nieuwe, saaie noodwoningen. Ganse dorpen zijn ontvolkt en al die mensen wonen nu in het dal in allemaal identieke huisjes, wat een verschil met die pitoreske dorpen.

noodwoningenDe wegen zelf zijn ondertussen grotendeels hersteld maar je ziet dat ook hier veel schade moet zijn geweest.

kerktoren

Aangekomen in Castelsanangelo sul Nera slaan we een weggetje in naar de camping. Blijkt al vlug dat de wereld ook een derde dimensie heeft. We stijgen vliegensvlug, haarspeldbocht na haarspeldbocht, de Unimog is in zijn sas. Dit gaat zo 5 km lang stijl naar boven tot we aan de overkant van het dal sneeuw zien liggen, we zitten opnieuw op 1300 meter hoogte. Hier moeten we een pad inslaan, maar de moed zinkt in onze shoenen als we een bordje zien staan “aperto 1/06 – 1/09”. We besluiten toch het padje te volgen maar aan het einde staan we voor een gesloten poort van wat een prachtige camping moet zijn.

Monte Prata

Er zit niets anders op dan iets in de buurt te zoeken en gelukkig weet onze GPS van een camping op een 25 km van deze. Ondertussen wordt het maar later en later en omdat het slecht weer is en we terug in het dal tussen de bergen rijden wordt het maar donkerder en donkerder. De Unimog wordt om veel dingen geroemd, maar zijn lichten zijn daar niet bij. Zelfs de “phares” geven ons niet echt een goed zicht op de kleine baan met zijn duizend bochten en het feit dat we moe zijn en het ook nog begint te regenen helpt ook al niet. Gelukkig heb ik de week voor we vertrokken toch nog een paar ledlampjes op mijn bumper geïnstalleerd (niet de rijlichtjes die ik op de grille heb gemonteerd, deze zijn bij de eerste zon gewoonweg smolten) en deze komen ons nu echt wel van pas, net daglicht. Gelukkig zijn hier niet veel tegenliggers…

Aangekomen bij Castelvecchio is het weer van dat. We moeten weeral een onooglijk padje in dat uitmondt in het dorpje waar we dan een bocht van 180 graden moeten maken en een helling van 30% naar beneden moeten om dan op een vierkante meter naar rechts te draaien tussen twee stenen muurtjes (die er – zover ik gezien heb – nog steeds staan).

Gelukkig worden we zeer hartelijk ontvangen en de eigenaar rijdt ons voor naar een plaats waar we kunnen overnachten. Er is een bar en die blijkt open te zijn. We besluiten ons avondeten over te slaan en gewoon pinten te gaan drinken. In de bar raken we aan de babbel met bende Britten die hier op de camping zijn om tenten voor Eurocamping op te slaan. Kleurrijke figuren die dit doen als seizoensarbeid.

Broeder Zon en Zuster Maan

Hoe geraak je met een 7,5 ton zware, 3 meter hoge truck in het centrum van Perugia. Het antwoord is: niet. Zelfs met een veel kleinere camper lukt het niet en dat hebben onze Hollandse buren tot hun eigen scha en schande mogen ondervinden. Er is gelukkig iets als de MiniMetro. We parkeren ons autootje op de parking van het voetbalstadium van Perugia (max 2,5ton, maar wie let daar nu op) en vandaar vertrekt de MiniMetro naar het centrum helemaal boven op de helling. In tegenstelling tot wat zijn naam laat vermoeden rijdt de MiniMetro niet onder de grond maar is een mengeling tussen een soort veredelde kabelbaan en een monorail.

MiniMetro

Constant komen er kleine gondeltjes af die na een paar minuten terug vertrekken. Geen bestuurder te zien, alles volautomatisch. Voor 1,5 euro mag je anderhalf uur gebruikmaken van dit vervoer. Aan het beginstation een grote parking en het eindstation is pal in het oude centrum, indrukwekkend efficiënt.

De zon schijnt dat het een lieve lust is en hoewel Fietje maar blijft herhalen dat het zal regenen kunnen we toch zalig een terrasje doen nadat we de “ramblas” zijn afgelopen. Tegen dat we opnieuw beneden zijn begint het inderdaad te spetteren. Ons huisje staat nog mooi op de parking naast een paar mini Italiaanse autootjes, het valt helemaal niet op dat we hier niet horen te staan…

Perugia

Als we voor we verder rijden de kaart nog eens goed bekijken zien we dat we eigenlijk aan Assisi passeren als we naar het Parco Nazionale de Monte Sibilinni gaan en we besluiten daar ook even te stoppen om Broeder Zon en Zuster Maan op te zoeken. Maar hoe geraak je met een 7,5 ton zware, 3 meter hoge truck in het centrum van Assisi. Het antwoord is ook hier: niet. Op weg naar Assisi proberen sluwe ondernemers je naar hun “parking” te loodsen en deze is dan ook betalend en nog zeer ver weg van Assisi. Na de derde parking en ondertussen opnieuw 10 km van Assisi verwijderd wil Fietje het al opgeven maar ik kan me niet inbeelden dat er niet dichter parkings zijn voor de vele toeristen waar Assisi van leeft. We rijden toch door richting Assisi en zolang er geen bord staat dat we niet dichter mogen….

Assisi

Zo geraken we tot de Porta Nova die eigenlijk één van de poorten is van de omwalling, dichter kun je gewoon niet geraken met je eigen vervoer als toerist. De prijs van de parking is zeer schappelijk dus twijfelen we geen seconde. De parkingwachter moet wel komen de bareel open doen want omdat de Unimog zo hoog op zijn poten staat voelt de inductielus geen auto en wilt de automaat ons geen ticket geven.

Assisi

Assisi valt echt reuze mee, er lopen op dit moment van het jaar nog niet teveel toeristen rond en buiten groepen schoolkinderen zijn de straten zeer rustig. Het stadje ziet er uit of er net een grote kuis heeft plaatsgevonden. Je zou van de straat kunnen eten en alle huizen en kerken lijken net allemaal gezandstraald en zien er on-Italiaans verzorgd uit.

Assisi straatjes

 

Zuster Maan bezoeken we eerst, deze ligt niet ver van de Porta Nova. Geen te grote kerk, geen bewaking en weinig bezoekers. Broeder Zon ligt helemaal aan de andere kant van Assisi. Daar wel een basiliek in 3 etages, gewapende militairen en binnen redelijk wat volk. Zuster Maan en Broeder Zon hadden waarschijnlijk liever wat dichter bij elkaar gelegen, net zoals toen ze nog leefden 😉

volgelinge van Zuster Maan op weg naar de basiliek van Broeder Zon
volgelinge van Zuster Maan op weg naar de basiliek van Broeder Zon
Njamnjam in Assisi
Nieuwe volgelinge van Zuster Maan aan het bekomen van het bezoek aan Broeder Zon

Assisi sluiten we af met een bezoekje aan een pasticceria voor één van de zeer verleidelijk ogende gebakjes en een degelijke koffie.

 

Tute va bene

Oh bella Italia! Vanavond hebben we de rem aangetrokken in Torgiano, een gehucht op 12 km van Perugia, Umbrië. Geflankeerd door wijnvelden en  in de verte zicht op Perugia is dit een leuke staanplaats. Beetje jammer van die Nederlandse vrouwe die blijkbaar behoefte had om hun ‘fantastiesje vecansjie’ in Italië tot in de kleinste details uit de doeken te doen, samen met het relaas van de hartproblemen van haar man (ik kan begrijpen van waar die hartkwaal komt…).

Torgiano

Effe rewinden:

Na onze ‘luxe overnachting in F1hotel in Pontarlier en een ontbijt bij boulangerie Marie Blachère  , ging Arnootje poolshoogte nemen bij Mr. Pipo. Die was in zijn nopjes! Hij maakte zelfs grapjes…en het goede nieuws was dat onze tutuut zijn operatie met glans had doorstaan en deze late namiddag ontslagen zou worden uit garage Cassini-Dubois.  Driemaal oef. Uitchecken dus uit dat slaaphol in de industriezone en snel de Auberge de Jeunesse, waar we provisoir al een optie hadden genomen voor de volgende nachten, gaan annuleren. Lunchen in Le grand café Francais in de Rue Principale waar je een dagschotel eet aan 8,80 euro. Een prikje, het mooie art-nouveaukader in acht genomen.

unimog bij Cassini Dubois

Om 16U eindelijk gefietst naar de garage, betaald, boodschappen in de Casino en schampavie waren we, naar Zwitserland, zo’n 15 km van Pontarlier. Toen een norse douanier aan Arno vroeg “Combien elle pèse?”, wou ik antwoorden: “je pèse 58 kilo, monsieur”. Maar Arno kon me net de mond snoeren. Tja, ‘Zwitsers en humor’ gaan net zo goed samen als ‘Unimog en zorgeloos rijplezier’… We moeten aan de grens dus een belasting voor poids lourds betalen, wat verplicht is voor alle voertuigen boven de 3,5ton en dan vroemen we naar het meer van Genève.

meer van Geneve

We rijden langs Lausanne als het begint te schemeren en besluiten rond  Montreux een slaapplaats te zoeken. Hetgeen geen evidentie blijkt te zijn, duidelijk dat ze hier alle campers proberen te weren uit hun oeverbeeld. Uiteindelijk plaatsen we ons clandestien op de parking van een nogal exquise school (gymnase) tegen de bergflank. En dan nog wel op de parkeerplaats van Madame la directrice, zo staat op de grond geschreven. (Misschien een idee voor de parking in Wingene?)

Montreux gymnase

De dag er op, toen er studenten aankwamen, en jawel Madame la directrice ons met priemende ogen van haar plaats weg bliksemde, zijn we vertrokken met gierende banden (allé bij wijze van spreken). De rit  door het Zwitsers gebergte verliep zorgeloos, mede dankzij het mooie weer en autostrades die aanvoelen als tapijten. Al na enkele uren glipten we, via de tunnel GD Saint Bernard, Italië binnen.

Zwitserland

En dan is er die ooh zo lieftallige Aosta vallei. Geflankeerd door majestueuze bergen rijden we de vallei door. Na veel waauwen en ohlalaën besluiten we in deze sprookjesvallei een nestje te zoeken. En die vinden we in Verès waar we de bergflank oprijden tot aan de Castello de Verres. Het zicht is er adembenemend. We bezoeken het kasteel, nieuwsgierige Italianen bezoeken onze Unimog (wat wel meerdere keren gebeurt in Italië), en ik maak een pasta al ragu klaar. Neen, niet Bolognese! Al ragu!!

Castillo Verres

Castillo Verres

De dag er op besluiten we last minute om toch niet naar Genua te gaan. Er zijn geen camperplaatsen beschikbaar in de stad, de campings zijn te ver van het centrum en bovendien peperduur. Jammer, had ik  graag gezien, maar dat wordt dan later een citytrip (Pascale, na Bilbao, Oslo, Madrid en Riga, wat denk je?).

In plaats daarvan richtten we onze neus richting Perugia. Dé stad waar Enrico (Zeezot) vandaan komt en waar hij, tijdens de jaren die ik voor hem werkte, vol passie en lof sprak over de schoonheid van deze Provinciehoofdstad in Umbrië. Dus ik was benieuwd….

We snorren boven Turijn, onder Milaan, via Vercelli, en Allesandria naar Piacenza en dan naar beneden, Parma, en overnachting in Modena. We vinden er een camperplaats: de caravan club van Modena. Mens, mens, wat was me dat! Er stonden 700 campers op een afgesloten stuk weiland waarvan het merendeel daar wellicht stond als winteropslag. we kregen er een mooi plaatsje, met electiciteit en twee jetons ‘per 40 liter de aqua caldo’. Speed-douchen dus.

De dag erop gaan we eerst winkelen in de plaatselijke supermarkt. Een echt voedingsparadijs waar je alom verleid wordt om heerlijke streekproducten in je karretje te gooien of als die al vol is,  onder je jas weg te moffelen. We kopen er natuurlijk te veel maar zeker ook  dé Balsamico de Modena.

picknick

En dan: over Bologna richting Rimini, afslaan aan Cesena en verder Zuidwaarts naar Perugia. Onderweg slaan we even af voor een blitzbezoek aan Parco Nazionale delle Foreste Casentinesi. Ik krijg Arno zover om ‘een baantje naar boven’ te nemen. 45 minuten later was Arno anderhalve kg vermagerd maar het zicht was er prachtig. Allé toch voor effekes want net toen we onze Italiaanse lekkernijen op het picknicktafeltje hadden uitgezet, stak er een hagel onweer op. Dus weer naar beneden. Arno krijgt er nog een atletisch lichaam van, hmm. Foto’s volgen later.