Tagarchief: Kirgiztan

Kazachstan

Vandaag verlaten we Kirgizstan. We nemen afscheid van onze leuke hostel in Tamga en kopen er nog enkele souvenirs voor het thuisland. We rijden het meer verder zuidwaarts af en in Karakol slaan we af om de grensovergang te nemen in het Noordoosten. In Tup rijden we de afslag naar de grens voorbij om nog te gaan eten aan het meer.

Na ons middageten rijden we een klein stukje terug tot aan de afslag en daar staat godbetert toch wel een politiecontrole. De richtingaanwijzers zijn reeds aangestoken naar links om de afslag naar de grens te nemen, onze lichten branden, we rijden niet te snel maar worden toch aangemaand rechts van de baan halt te houden tussen een paar andere ongelukkige zielen. Zelfde scenario als anders, papieren van de auto en rijbewijs. Als we vragen wat het probleem is worden de papieren aan de volgende flik doorgegeven. Deze stelt zich nogmaals voor als zijn agent (dat hadden we echt niet gezien aan zijn uniform en auto), maar opnieuw krijgen we geen antwoord op wat het probleem juist is. Papieren gaan naar de officier, waarschijnlijk omdat hij de meest creatieve is bij het uitvinden van problemen.

jawel meneer agent, ik heb een Russische vertaling van mijn rijbewijs bij

Eerst kijkt hij nog even of we niet te rap reden, maar dat is niet het geval. Dan begint hij te zagen over het feit dat onze nummerplaat niet in grote letters op de achterkant van de Mog staat. Eerst gebaren we van krommen aas en verstaan niet wat hij bedoelt maar dan komt Fietje met het geniale idee dat dit enkel voor commerciële voertuigen is. Eerst twijfelt hij nog maar dan begint Fietje met de beweren dat we dit voor vertrek hebben gevraagd bij de ambassade en dat ze ons verzekerd hebben dat dit niet nodig was. Oef, dit slikt hij. Maar we zijn er nog niet van af, nu zijn de led verstralers vooraan aan de beurt, hij haalt er zijn boekje bij dat toevallig openvalt op de pagina met een fotootje die dat moet onderstrepen. Ook hier kunnen we ons uitpraten, we tonen dat die lichten helemaal niet werken met de rest van de lichten. Volgende is dat ik mijn rijbewijs moet kunnen vertalen, gelukkig heb ik gisteren net gelezen dat de vertaling van je rijbewijs eigenlijk in je internationaal rijbewijs staat. Dus ook hier kan hij niets op zeggen. Terug naar de lichten, ik moet ze verwijderen zo vlug als we thuis zijn. Dat beloof ik plechtig te doen, geef hem een hand, neem ondertussen onze papieren terug en zo vlug als we kunnen vertrekken we voor hij nog iets nieuws uit zijn hoed tovert.

De hoge bergen nemen gestaag af en het landschap verandert in een glooiend groen tafereel, wederom met Yurts en hun vee. Het is er heel erg verlaten en 37 km voor de grens gaan we op gravel rijden.
De grensovergang verloopt zeer vlot, het is een kleine post die vooral door toeristen gebruikt wordt. We ontmoeten er Koreanen, een Japanner, een Griekse motard en hadden langs de weg ook al fietsers gezien die uit Kazachstan kwamen.

Kyrgizië is een prachtig land want naast de met sneeuw bedekte bergen heb je er heel veel groen. Net of er werd een dik groen tapijt over het land gelegd dat bovenaan de bergtoppen even werd doorgetrokken zodat de punten boven het tapijt uitsteken. En er is veel water: rivieren, meren hetgeen het vakantiegevoel hier wat doet oplaaien. Er is veel vee dat met veel zorg wordt gehoed. De bevolking bestaat uit etnisch Russen (die hier vooral handel drijven) en de Kyrgiziërs (eerder veeboeren). Een beetje in tegenstelling tot de Tadjieken, zijn Kyrgiziërs iets meer teruggetrokken tegenover toeristen en er heerst (naar mijn gevoel) een hoger machogehalte bij de mannen.
Beetje vervelend en vermoeiend waren de politiecontroles en de uitgebreide discussies die ermee gepaard gaan. Maar goed, dit staat ons blijkbaar ook te wachten in Kazachstan.

We rijden de grens over en overnachten in het eerste dorp Kegen, vlakbij de moskee. De hemel is ondertussen volledig dichtgetrokken en het regent pijpestelen. We kruipen vroeg gezellig onder de wol terwijl de regen buiten tekeer gaat.

Strand, waterval en Yurts

We besluiten nog een dagje hier te blijven maar als we opstaan ziet het weer er niet te best uit, zwemmen zal er niet in zitten, lezen, de was (laten ) doen en nog een uitstapje wel.


Tegen de middag vertrekken we naar de watervallen in de Barskoon vallei. De weg ernaartoe is in een verdacht goede staat hoewel ze niet geasfalteerd is. Reden is dat deze weg uiteindelijk naar een goudmijn hoog in de bergen gaat, maar daar zijn we niet welkom.

De vallei zelf is super, doet zeer denken aan de Alpen, met weiden en naaldbomen incluis. De yurts krijg je er gratis bij. Waar we het bos in moeten voor de kleine waterval (de grote is een paar uur klauteren verder) staan monumenten ter nagedachtenis van Yuri Gagarin. Naar het schijnt is deze hier eens op congé gekomen en zou dan ook de watervallen bezocht hebben. Of hij toen nuchter genoeg was om ze gezien te hebben wordt er niet bij verteld.

De klim naar de waterval is kort maar redelijk stijl en het begint warempel te regenen. De naaldboompjes geven niet veel bescherming maar het zal niet door ons vel regenen zeker. Boven verbroederen we met een groepje Kirgiziërs zodat Fietje eindelijk een fotootje kan trekken van zo’n onnozel Kirgisch hoedje.

Als we terugrijden wilt Fietje perse de Mog gaan wassen onder zo’n stroompje die je hier en daar langs de weg ziet. We rijden de Mog met zijn voorwielen in de grote plas en Fietje doet wat ze kan om de Mog proper te krijgen, ze houdt dit net zolang vol tot haar voeten door het koude water ongeveer bevroren zijn. Terwijl we daar toch zijn vullen we onze tanks met water uit hetzelfde stroompje, komt recht uit de bergen en hoger woont er zeker niemand maar, zal we drinkbaar zijn zeker en wie weet zit er goud in.

Op de terugweg gaan we nog op zoek naar een ‘fabriekske’ waar ze yurts maken. We krijgen een rondleiding van de oude stichter die ons ook fier zijn fotoboeken toont met zijn yurts in Amerika (de steenrijke dochter van de Walmarts stichters heeft er ééntje van hem) en in Duitsland. Als einde van zijn tour krijgen we nog een mini prive concertje op de instrumenten die hij ook zelf maakt.

De avond zelf spenderen we eerst nog op het strand en later met een paar frisse pinten in de guesthouse in de mooie tuin.

Issyk Kul

Tijd om de grote stad te verlaten en richting het grote Issyk Kul meer te trekken. Het is redelijk druk op de baan om buiten Bishkek te geraken, best dat we dat gisteren niet meer geprobeerd hebben. Eens buiten de stad ligt er een wondermooie baan, we hadden iets slechter verwacht maar zo mag het blijven. Vlug rijden zit er helaas niet in want ook vandaag zijn de flitsagenten druk in de weer. We slagen er dan ook in om geen enkele keer tegengehouden te worden hoewel ze regelmatig hun speedgun in onze richting hebben gedraaid. We zien er zelfs ééntje vijf meter voor het bord dat het einde van de snelheidsbeperking aangeeft.

Een groot deel van de weg rijden we eigenlijk op de grens met Kazachstan, we zien ook hier opnieuw een borderfence die wat verder opgebouwd is uit zijkanten van zeecontainers. Echt, dit is het land waar zeecontainers heen gaan om te sterven, hoewel Kirgizstan volledig landlocked is.

Voor we aankomen aan het meer begint het zowaar te hagelen. We hadden de donkere wolken al zien hangen en hadden al een bliksemflits gezien maar dit hadden we niet verwacht. We vrezen dat de bollen enorm groot zullen worden en door ons dakraam zullen slaan, domme gedachte natuurlijk. Net voor het meer tanken we de Mog vol en doet Fietje ondertussen nog wat boodschappen zodat we een paar dagen verder kunnen.

Als de baan eindelijk tegen het meer begint te lopen besluiten we om een plaatsje te gaan zoeken aan het water zodat we nog kunnen zwemmen. De eerste poging loopt op een sisser af en met onze ervaringen met het vorige meer zijn we voorzichtig en besluiten wat verder te proberen. Daar hebben we meer geluk, we zien een veld waar nog een paar plaatselijke auto’s op staan, we slaan het slijkpaadje in en vinden een prachtig plaatsje onder de boompjes. Als Fietje uitstapt om te zien of we goed staan wordt ze onmiddellijk aangevallen door honderden muggen, dit wordt hier niets.

We zetten ons iets verder op een open veld waar geen mug te zien is….tot we beslissen om te gaan zwemmen dan komen ze plots in grote drommen aangestormd om even vlug weer te verdwijnen. Het zal zo de ganse namiddag en avond gaan, eerst geen muggen dan weer vergeven van de muggen. We zijn verplicht om een musquito coil aan te steken binnen in de Mog want de muggen hebben de weg naar binnen gevonden en zo kan Fietje onmogelijk slapen.

Als we opstaan is het prachtig weer en kunnen we redelijk mug-vrij ontbijten met zicht op het meer dat eigenlijk meer op een zee lijkt. Het enige wat we aan de overkant kunnen zien zijn de met sneeuw bedekte toppen van de bergen die de grens met Kazachstan vormen. Net als Fietje nog eens wilt gaan zwemmen komt er van overal volk aan dat allemaal blijft staan net waar Fietje het water in wilde. Ze laten haar weten dat dit geen goed plaatsje is om te zwemmen, dat het verder beter is. Blijken het vissers te zijn die juist hier hun netten in het water zullen gooien.

De tocht gaat verder langs het meer en ’s middags stoppen we aan een mooi zandstrandje om onze boterhammetjes te eten. Zwemmen is moeilijk want hoewel het strand echt van zand is is de grond onderwater samengesteld door groter keien. We gaan wel het water in maar op mijn blote voeten geraak ik echt niet ver.

Volgende stop wordt de Fairytale Canyon. Van horen zeggen zou het zeer mooi zijn. We slaan een kiezelweggetje in dat slingert tussen de rotsen tot je een stuk te voet verder moet. Het is precies of ze hebben de grond 90 graden gedraaid en het dan laten eroderen. We vergeten even onze leeftijd en nadat Fietje de ene muur heeft beklommen beklimmen we samen de andere, terwijl je evengoed van de andere kant met gemak naar boven kan lopen. Gelukkig worden we beloond met een prachtig zicht.

Volgende opdracht is het vinden van iemand die met Fietje te paard te bergen in wilt trekken. Eerste stop wordt Tamga waar we na wat zoekwerk en heen en weer gerij het Tamga Guesthouse vinden. De vriendelijke dame haalt haar buur en deze zou dit wel kunnen regelen, helaas Fietje alleen en de gids spreekt geen woord Engels. We besluiten een tweede optie in het volgende dorp te proberen en hoewel dat er wel leuker uitzag is het hier helaas niet mogelijk omdat er morgen een groep voor 11 dagen de bergen in trekt te paard.

 

We keren onze kar en gaan terug naar Tamga om daar de paarden tocht te regelen. Net waar je moet inslaan voor het dorp ligt er beneden een mooi strandje waar we zouden kunnen slapen. We zien toch een weggetje lopen dus er moeten hier auto’s beneden rijden. De helling is eigenlijk wel erg steil en even twijfel ik of ik dat wel wil doen. Beneden raken zal geen probleem zijn maar of we daar beneden in het zand niet vastraken ben ik niet zeker en nog minder zeker ben ik van de weg naar boven. De helling (toch zeker iets van een 30 graden) mag voor de Mog geen probleem zijn maar de ondergrond is eigenlijk zand waar grote zwerfkeien los in zitten. Na een keer of drie gekeken te hebben naar de afdaling besluiten we het er op te wagen. We schuiven naar beneden en ik kan de Mog (die ik niet in 4×4 had gezet) net in bedwang houden om op het pad te blijven. Het zand beneden blijkt geen probleem en we zoeken ons een mooi plat plaatsje met zicht op de baai en een mooie zonsondergang tijden het avondeten. Opnieuw zijn er wat muggen maar bijlange niet zoals gisteren, gelukkig niet.

Terwijl Fietje ligt te woelen omdat ze wel wat zenuwachtig is om morgen een ganse dag paard te gaan rijden lig ik eerlijk gezegd wakker van die helling, stel dat we daar afschuiven, zorgen voor morgen.

Na ons ontbijt maakt Fietje zich klaar voor haar paardentochtje. Lunchpakketje en goed humeur gaan in het rugzakje. Mogje in tweede versnelling, 4×4 aan en we beginnen aan de helling. Piece of cake natuurlijk, hoe heb ik kunnen twijfelen aan ons Mogje, shame on me. We tuffen naar Tamga en als we ons in de schaduw parkeren is Fietje haar gids daar al gezet. Sneller dan verwacht zijn ze dus op pad.

Ik hou me bezig met de Mog op te ruimen en eens te zien of het doenbaar is om onze route aan te passen. Sinds we aan de grens met die twee Nederlandse motards hebben gepraat denken we erover na om niet naar Belgie te rijden maar door te rijden naar Vladivostok en daar de Mog te shippen naar Antwerpen. We hebben al een paar keer contact gehad met een gekende shipping agent in Vladivostok en deze is voor ons aan het uitzoeken wat kan (we kunnen niet in een container ) en hoeveel ons dat zou kosten. Wij zouden dan de Trans Siberian Express nemen naar St. Petersburg (om het toch maar overland te doen ) en verder zullen we dan wel zien. Financieel zou het haalbaar moeten zijn en we moeten wat minder stressen over de saaie duizenden kilometers in Rusland.

Als ik ’s middags nog even naar de winkel loop om iets halen om te eten kan ik het niet laten en koop me toch een blikje paard. Zo hebben we elk ons paard vandaag, Fietje zit er op, ik eet het op. In de namiddag check ik in in het Tamga Guesthouse, Fietje zal wat comfort kunnen gebruiken als ze terugkomt. En inderdaad, als ze in de late namiddag terugkomt kan ze bijna niet meer gaan, ze geraakt nog net boven in kamer en valt als een blok in slaap. Gelukkig moeten we achter niets meer kijken en hebben we de ganse avond om te chillen.

Kirgiwiet, wiede, wiede, wiet

Bij het ontwaken zien we pas hoe desolaat en mooi we er staan te kamperen. Het is nog lekker koel als we onze ochtendkoffie drinken en genieten van dit prachtige uitzicht. We vragen ons al een tijdje af naar wat het zo lekker geurt: Thijm? Oregano? Of neen, het is een ander kruid…ja het is, het ruikt naar…en als we het ons omringend metershoge groen van naderbij bekijken zien we warempel dat het wietstruiken zijn, zo ver het oog kan reiken. Onkruid, of zitten we te midden van een illegale plantage? Soit, we hebben in ieder geval goed en diep geslapen….

 

Vooraleer te vertrekken gaan we in Toktogul nog winkelen in de bazaar en ook Mogje krijgt zijn diesel.
We besluiten na het nalezen van onze gids om toch de makkelijke baan te nemen richting Issyk-kul meer. En inderdaad, de weg is een droom: effen tarmac, breed, maar…snel moet je er niet rijden want ook nu worden we meermaals van de weg gehaald door zwaaiende salami’s. Aangezien we ons lesje goed geleerd hadden en ons stipt aan de snelheden houden, krijgen we geen boete. Maar blijkbaar vinden ze het wel nodig om je documenten te controleren. Eén agent liet Arno weten dat je verplicht bent met koplampen te rijden, wat we natuurlijk niet wisten. Toen Arno een foto nam van zijn politiewagen, mochten we plots vertrekken. Allemaal beetje vreemd hoor.

De weg naar Bishkek is behalve de staat van de weg, een bijouke wat uitzichten betreft. We klimmen over de Otmek pas (3330 M) en staan bovenaan, samen met andere toeristen, rillend van de kou, kiekjes te maken van het spectaculaire panorama.

Uitzicht bovenaan de pas
Bovenaan de eerste pas

De valleien naast ons zijn bevlekt met yurts, waar de nomaden hun grote kuddes paarden laten grazen dichtbij de rivier. Langs de weg bieden ze Kumis te koop aan, gefermenteerde paardenmelk. In de lager gelegen delen van de vallei vind je de één na de andere imker waar we honing kopen, vers getapt uit de kleurrijke bijenkorven.

vers getapte honing

We lunchen langs de baan en ik neem het stuur over. Een tweede pas van 3586 meter(Tor-Ashuu pas) die zeer steil de bergtop opklimt. Maar dat was nog ok. Boven echter moet je een tunnel in. Alle vrachtwagens staan er stil voor een rood licht maar de mannen doen teken dat ik door mag. Ja amai, had ik dat geweten: de tunnel is niet verlicht, uiterst smal, met zwaar verkeer in de tegenovergestelde richting en het meest angstaanjagende: er hangt een smog waardoor je amper ziet waar je rijdt. En plots herinner ik me wat ik had gelezen in de gids: een tunnel was in 2001 ‘the scene of a fatal carbon-monoxide poisening disaster’. Fietsers worden hier aangemaand om te liften want ofwel wordt je doodgereden, ofwel stik je er gewoon. Ok, knop omdraaien en met de hulp van Arno die nauwlettend in het oog houdt dat ik de rechterflank niet raak, geraken we met een slakkengang de 2.6 km lange doodstunnel door. Eenmaal buiten vlieg ik aan de kant en roept een controleur dat ik niet had mogen doorrijden met de vrachtwagen (beurtelings éénrichtingsverkeer, en that makes sense). Soit, ik roep terug dat zijn collega me had aangemaand toch door te rijden (ongelooflijk hoe mijn Russisch vlot als ik boos ben, lees ‘te hoge adrenaline heb’). En ook hier komen we er zonder boete van af.
Dan terug naar beneden, waarbij ditmaal Arno zijn adrenaline de lucht ingaat (want ik doe dit volgens hem in een te hoge versnelling en blablabla). Als hij het stuur terug overneemt na de daling zit mijn nek totaal verkrampt van de schrik en de stress.


Richting Bishkek mail ik snel even met onze Gentse sjoekes om te zien waar ze uithangen: jawel in Bishkek, in My Hotel, hun laatste avond. We zullen kortbij het hotel passeren aangezien de E40 werkelijk middendoor de hoofdstad loopt. Wanneer we eindelijk aan het hotel arriveren (in volle avondspits) besluiten we om er ook een nacht te boeken. Het is nu al 17U, ik heb me al 3 dagen lang niet meer gedoucht en wat langer napraten met de sjoekes lijkt ons wel leuker dan snel-snel au revoir te zeggen. En wat een zaligheid: airco, een grote, spik-en-span-nette kamer met inloopdouche en toilet, beneden een gezellige bar en een zeer rustig terras. Ach luxe kan zo welkom zijn. Ik sta 20 minuten onder de regendouche en zie langzaam het zwart-grijs sopje dat van me afloopt veranderen in helder schuimend water.
We gaan iets verder op aanraden van Kaat en Sara eten in een Koreaans restaurant, het was heerlijk. Veel verse groenten, 20 schaaltjes met lekkernijen, gebakken eend, inktvis in pikante saus en bier.
Nadien tetteren we nog gezellig met de sjoekes. Het voetbal om 24u (België-Engeland) wordt helaas niet uitgezonden. We nemen afscheid want morgenvroeg vertrekken ze richting België.
Het was leuk jullie te leren kennen meiden en bedankt voor jullie vele tips!

Toktogul

Tijdens ons ontbijt bestuderen we de kaart en zien dat, als we onze weg door de bergen vervolgen, we een heuse hoek afsteken. Maar zowel iOverlander als enkele lokale herders laten ons verstaan dat dit niet mogelijk is. Koppig als we zijn wagen we onze kans en rijden verder langs de onverharde weg, die eerst nog enkele kleine dorpjes aandoet maar dan toch behoorlijk onberijdbaar wordt. Voor ons rijzen drie toppers van bergen, tja…Wijs besluiten we om ommekeer te maken en terug naar Bazar-Korgon te rijden en de hoofdbaan in westelijk en daarna noordelijke richting te nemen.

Turkois water tussen twee stuwdammen in

Even voorbij Tash-Komur, dalen we af naar het stuwmeer om er een frisse duik te nemen in het turquoise water. Er had daar ook een restaurantje moeten zijn maar helaas, enkel een openluchtdisco waar 14 jarigen hun beste dansmoves demonstreerden. Arno niet gegeten = Arno kribbig. Met veel mooie beelden, maar weinig klank rijden we toch nog door tot Toktogul, aan het gelijknamige meer. We eten er, veel en lekker, in restaurant ‘Tibet’ waarna er eindelijk weer geluid komt uit Arno, hèhè.

Het begint te schemeren als we onze slaapplek aan het meer opzoeken. Het is geen sinecure aangezien er geen duidelijke baan loopt naar de spot die door overlanders was aangegeven. We rijden het dorp uit, dalen de heuvel af en rijden een klein landweggetje af dat een 4 tal km kronkelt door de groene velden tot aan het water. Maar plots lijkt het water al over het weggetje te lopen. Oei, wat nu? We kunnen er niet keren want aan beide zijden ligt (te) drassig weiland begroeid met metershoog groensel.Dan maar in marche arrière want ergens onderweg hadden we een splitsing gezien waar we wel zouden kunnen keren. Langzaam en voorzichtig en als ik uitstap om Arno te begeleiden over een zeer smal strookje, zie ik Mogje plots met 1 been de berm ingaan. Arno houdt het hoofd koel (hij had immers gegeten, dus nu kon alles wel) en haalt ons huisje vakkundig en in 4×4 uit zijn benarde situatie. Aan de splitsing keren we en parkeren de Mog, met banden waarvan het profiel niet meer te bespeuren was door de klodders slijk, op het zijweggetje. We krijgen zowat de slappe lach en vragen ons af waar die overlanders in godsnaam in dat moeras geparkeerd hadden. Maar we staan goed, omzoomd door het groen, ver weg van huizen, auto’s en beschaving. De volle maan doet het meer glinsteren en verlicht zacht de bergen die ons als waaklampjes omringen. En het geurt er zo sterk, maar naar wat precies?

Melk is goed voor elk!

Ook vandaag zijn we niet van plan om lang en ver te rijden. Het landschap is niet zo bijster spectaculair en we verliezen sowieso tijd door al die politiecontroles. We rijden af richting Arslanbab, waar het grootste walnotenbos ter wereld is. We volgen de zeer mooie vallei langs de snelstromende Kara-Ungkur en de vele zonnebloemvelden. We moeten onze vaart regelmatig minderen, deze keer niet voor de controles, maar wel voor de zeer grote kuddes vee die door herders te paard de vallei doorkruisen en dus het hele wegdek in beslag nemen. Een keer zijn het schapen, dan weer koeien, dan paarden en koeien, dan geiten, dan enkel paarden. Met de hulp van de herders en met veel getoeter van Mogje lukt het ons keer op keer iets beter om de beestenboel te dubbelen.

Een 40 km verder houden we halt op een mooi plaatsje aan de rivier, naast het bos. Ons strak plan om vanaf hier het wandelpad in te slaan en het bos te voet te doorkruisen wordt al snel aangepast naar: lekker luieren in onze zetel met een boekje in de hand.

Daar komen ze!

Als Arno binnen een tukje doet komt er een beestenwagen aangereden met enkele pasgeboren kalfjes en een veulentje. De vriendelijke man (ik noem hem Andre) vraagt of ik hem een schop kan lenen. Ik geef onze schop die al maanden werkloos aan de deur hangt zodat hij aarde achteraan in zijn laadbak kan gooien en de diertje niet teveel wegglijden. Ik vraag waar hun mama is en hij antwoordt dat ze er aan komen. Inderdaad, enkele minuten later draven er zo’n 300 paarden met veulens en koeien het terrein op. Hun herders te paard laten de dieren hier drinken en grazen en zelf eten ze iets en doen een dutje.

De kalfjes en het veulentje (dat eergisteren werd geboren) worden uit de wagen gehaald en de moeders komen aangelopen om hun telgen te zogen. Andre vertelt dat ze de grote kuddes via de vallei over het gebergte brengen om ze op hoger gelegen delen te laten grazen. Ze zijn vandaag vertrokken en blijven wekenlang weg. Hij melkt de zogende koe en ik drink de lauwe romige melk in één teug leeg.

 

Een andere wagen vervoert hooi. Dit is voor de paarden die bereden worden door de herders en voor de zogende dieren.
Het is echt een innemend plaatje.

Kirgistan of corruptiestan?

We verlaten onze comfortabele parking aan Sunny hostel, geven Sunny nog een aai en het katteneten dat ik had gekocht in de supermarkt vlakbij en gaan ’s middags eerst nog lekker lunchen om de hoek. Daarna gaan we in de auto-bazaar van Osh een nieuwe achteruitkijkspiegel kopen. Veel keuze was er niet en het bling-bling modelletje dat Arno op de kop heeft getikt siert vanaf nu onze Mog.

Het plan is naar het grote Issyk Kul meer te rijden maar dan wel op het gemaksen. En we rijden op ons gemaksken langs de comfortabele effen A365. Maar helaas, al snel worden we door de politie aan de kant gezet. De Nederlandse motards aan de grens hadden ons al gewaarschuwd voor corrupte verkeersagenten waarvoor Kyrgistan berucht is. We reden blijkbaar 20 km te snel (nota van Arno : volgens de ene flik, 10 km/u volgens de andere mmmmm???)en dat op een verlaten stuk, ver uit de bebouwde kom. Soit, de politieman toont zijn badge en de camerabeelden, inderdaad geen discussie mogelijk. Maar dan komt de boete: 20 000 Som ofte 250 euro!!!! We worden even misselijk…Om beurten geven we aan dat we dit bedrag niet op zak hebben en dat dit echt wel veel geld is. Maar de agenten lachen maar wat en trekken hun schouders in de lucht. Na 10 minuten zeg ik dat ik even de ambassade zal bellen om hun advies te weten en wat dacht je: prompt krijgen we onze boorddocumenten terug, er worden handen geschud en we mogen doorrijden. Ok, deze truuk werkt dus, onthouden maar.

1 flik wou met Arno op de foto

Het blijft een continu gegeven: iedere 5 à 10 km staan ze langs de weg met hun speedcamera, vaak kort na een bocht of verscholen onder een boom. Maar we zijn geleerd en met twee speuren we de snelheidsbordjes (want die zijn zo klein, miljaar) af en houden ons netjes aan de regels. Maar gelukkig zijn er ook de tegenliggers die uitbundig hun lichten knipperen om de controle aan te geven. Nu hebben we eindelijk een deftige baan en mogen we er niet hard op rijden…

We rijden richting Jalai Abad en kort na deze stad slaan we af naar een meer om daar nog te genieten van de late namiddag zon. Er staan wat lokale vissers die met gaarnte het aanbod aannemen om onze Mog aan de binnenzijde te bekijken. En Arno probeert er één van zijn speeltjes uit: waterzak met filter waarbij het modderig groen sopje uit het meer verandert in helder (maar niet echt, echt niet, lekker) water. Ok, speeltje terug in de koffer (nota van Arno : tot we het eens echt echt nodig zouden hebben).

Arno’s speelgoed

 

Osh rustdag

Vandaag is rustdag, én poetsdag. We maken al snel kennis met de andere toeristen in de guesthouse. In Osh tref je ze zeker: diegenen die even uitrusten na hun reis door Tadjikistan, en diegenen die uitrusten alvorens te vertrekken naar dat land. Er is het Amerikaans koppel dat voor jaren met de fiets de wereld rondrijdt, een Duits koppel met camionette, een Duitse jongedame met een kanjer van een truck die samen met een puppie die ze gevonden heeft in Georgië nog een tijdlang zal rondtoeren in Centraal Azië. We lachen ons soms een breuk bij het aanhoren van elkaars avonturen.
Er is een wasmachine en ik was er naast ons kledij ook het beddengoed en de handdoeken. Krakend krijg ik ze in de wastrommel…

Op onze parking met andere overlanders

Ook binnenin krijgt Mog een heuse ontstoffingsbeurt: alle kasten, kisten, de wanden, kortom alles wordt met een zeepsopje gereinigd. Arno doet wat kleine reparaties, checkt nog eens de druk bij alle banden en vervangt de luchtfilter (type wastrommel) was blijkbaar hoogstnodig was. Keuvelend met de andere gasten glijdt de dag voorbij.
Maar de trekpleister hier is Sunny, een schattig poesje dat de eigenaars van de guesthouse hebben gevonden, zelf gevoed en dat nu, natuurlijk, de lieveling is van elke gast.

Sunny

Osh is een aangename stad, veel groen, leuke bars en restaurantjes, goed voorziene supermarkten, een leuke bazaar. En alhoewel de meeste Centraal-Aziatische zelfmoordterroristen afkomstig zijn uit Osh en omstreken (reden waarom Arno aanvankelijk niet wou stoppen in Osh en bij uitbreiding de volledige Ferghana vallei) hangt hier een vredige en gemoedelijke sfeer. Sommige vrouwen lopen zwaar gesluierd maar anderen dragen korte en nauw aansluitende kleedjes met hoge hakken. En er wordt wat alcohol verzet hier!

Bij geïmporteerde wagens wordt de reclame niet verwijderd…

Bewogen lange dag

Laatste stukje op het hoge deel van de Pamir Highway. We gaan vandaag de grens over tussen Tadzjikistan en Kirgizstan. Her wordt nog een pittig ritje met twee passen boven de 4000 m, de grens zelf ligt op een pas op 4366 meter.

Mogje heeft opnieuw (hopelijk voor de laatste keer) last van zijn ochtendhoest maar werkt zich er toch mooi door. Het weer ziet er niet te best uit, er pakken zich donkere wolken boven China samen.

Fietje begint een beetje last te krijgen van de hoogte en we hopen dan ook zo vlug mogelijk de grens over te zijn zodat we eindelijk weer naar beneden kunnen. Als we de eerste pas naderen staan er allemaal wagens op het midden van de weg. We denken dat een paar toeristen een mooie viewpoint hebben gevonden en sakkeren al dat ze die wagen toch wat aan de kant mochten zetten. Op het moment dat we de auto’s passeren zien we dat ze pech hebben. Twee Franse gasten, met elk een Franse camionette raken niet meer vooruit. De ene heeft de andere proberen voortrekken maar dat lukt ook niet meer. Ze zijn bezig om de takel te verleggen naar een jeep maar aanvaarden liever onze hulp. De jeep rijdt zo vlug als hij kan weg, wetende aan wat hij ontsnapt, wij hebben niet door waar we aan begonnen zijn.

We maken een van de camionettes vast aan onze Mog (ze hebben gelukkig een soort sleeptouw mee wat we verlengen met een klimkoord) en vertrekken met een slakkengangetje naar de volgende pas, die eigenlijk de grens is. De koord breekt onderweg verschillende keren en telkens moet ik hem opnieuw leggen, die twee Fransen weten precies van de wereld niet. Als ik vraag wat eigenlijk de bedoeling is dan weten ze het ook niet echt goed. Ik leg hen uit dat ik hen zal slepen tot ze in veiligheid zijn maar dat ik het niet zie zitten om hen tot in Osh te slepen. Schaapachtig gaan ze akkoord en we slakken verder over berg en dal. Fietje is nog steeds niet goed en we hebben veel zin om die Franse kwietens achter te laten maar dat zou misdadig zijn, de ganse weg dat we hen slepen passeert er geen enkel ander voertuig.

Door dat urenlang slepen verliezen we enorm veel tijd en de kans dat we vandaag nog in Osh geraken wordt met de minuut kleiner. Eenmaal aan de grens gekomen koppel ik onze sleep los. De Fransen staan daar een beetje te dralen, geen bedankje kan er af. Als we naar de grenspost willen rijden worden we erop gewezen dat we zelf een platte band hebben. Ook dat nog en tot overmaat van ramp begint het nog te sneeuwen ook. De moed zinkt in mijn schoenen. Ik zie het echt niet zitten om op 4366 meter een band van meer als 80 kg te vervangen terwijl er een ijskoude wind blaast en het sneeuwt. Fietje is al helemaal niet in staat om te helpen dus dit wordt lastig.

We geraken zonder veel problemen door de grens die eigenlijk bestaat uit een houten hok waar je nog een beesten in zou houden. Binnen moet je wel je schoenen uit doen, God weet waarom, waarschijnlijk om je schoenen niet vuil te maken. Binnen staan wat metalen stapelbedden, brandt een kolenkachel die ook als fornuis dienst doet en staat een klein bureautje waar de sukkel van dienst alles in orde moet brengen.

Ik besluit de band niet te vervangen maar eerst op te pompen in hoop zo het 20 km lang niemandsland tussen Tadzjikistan en Kirgizstan te kunnen overbruggen. Daar zal het misschien iets warmer zijn en we zullen ook al een stuk lager zitten. De snelste manier om de band op te pompen is gebruikmakend van de compressor van de Unimog zelf en via het antiek ogende slangetje zonder manometer de boel op te pompen. Ik kruip onder de wagen met het slangetje, ontkoppel eerst een tweede slang en op slag begint er vanalles te lossen. In paniek los ik de volledige drukketel, koppel alles aan en start de motor. Door de drukketels te lossen duurt het een eeuwigheid op deze hoogte om een beetje druk te maken. Ondertussen zijn wat grenswachters komen helpen en na een tijdje zie ik de band toch wat vorm aannemen. Nu maar hopen dat dit zo blijft. Eens ik denk dat we genoeg druk hebben vertrekken we naar beneden.


Ik durf Fietje niet teveel ongerust maken, maar ik heb geen gevoel meer in mijn duim en in de bovenkant van mijn middelvinger. Zal wel door de kou komen denk ik, blijkt een paar uur later dat ik me blijkbaar lelijk heb verbrand en het niet eens gemerkt heb.

Het is een lange en vreselijke weg tussen de twee grensposten, 20 km door een terrein (dit kun je zelfs geen weg noemen) dat niet of weinig wordt onderhouden want het is niemandsland. Gelukkig zakken we al een paar honderd meter wat we onmiddellijk voelen, Fietje leeft helemaal op tegen dat we aan de volgende post zijn. Hier zullen we wel een poosje voor de slagboom doorbrengen, er is een konvooi toeristen dat van de andere kant komt en er is maar één lokketje om iedereen binnen of buiten te laten. Eens het onze toer is gaat het vlug, Fietje brengt de paspoorten binnen, ik moet even binnen voor de foto en dan kunnen we naar de douane.

Als het bijna onze beurt is voor de douane (er stonden nog twee vrachtwagens maar deze zijn klaar) komt er een auto van de andere kant, deze stopt voor de slagboom en er ontspint zich een levendige discussie tussen de douane en de twee personen in de wagen. Uiteindelijk verdwijnen ze in het kantoor en wordt ons gezegd 5 min te wachten. Ook de motards die een beetje later verschijnen krijgen dezelfde boodschap. We nodigen hen dan maar uit in onze Mog  en Fietje makt koffie voor henwant erg warm is het toch niet buiten.

Als we uiteindelijk toch bij de douane binnen mogen zie ik wat die twee met hun auto daar doen. Blijkt de ene een Bruggeling te zijn die hier meer als een jaar geleden gepasseerd is en niet meer uit Rusland mag met zijn auto omdat hij de douane papieren niet heeft. Hij is op zoek naar het dubbel dat ze hier hebben in een stapel van wel een meter hoog. We raken aan de babbel en omwille van zijn kennis van het Russisch en met de hulp van zijn gids moeten we uiteindelijk een correcte prijs betalen om binnen te mogen  ipv van een verzonnen getal (we hadden verhalen gehoord van mensen die 4 maal zoveel betaald hadden omdat ze nog geen Kirgische Som hadden).

Omdat we uren verloren hebben met die Franse kwietens te slepen en uren hier aan de Kirgizische grens wordt de kans klein dat we nog in Osh geraken. We hebben ook meer diesel verdaan dan gepland en omdat we nog geen som hebben zullen we moeten improviseren. Gelukkig wordt de weg vlug beter, de hoogte minder en het landschap wondermooi. Eindelijk weer groen, we hebben allebei de indruk dat we laatste dagen in een zwart-wit film geleefd hebben. Als we uiteindelijk de grote daling inzetten verschijnen overal Yurts in het landschap, samen met enorme bendes paarden. Prachtig gewoon. We kunnen gelukkig geld wisselen aan een tankstation en ondertussen tanken .

Nu is het kwestie van op onze tanden bijten. Het begint te schemeren maar de weg is goed en als we uit de kloven komen valt het nog mee van zichtbaarheid. We doen wat we nochtans voorzien hadden niet te doen en rijden ook in het donker verder. We passen wel onze snelheid aan want veel zie je niet zonder straatverlichting en met tegenliggers waarvan de lichten niet altijd goed afgesteld zijn.

Als het al goed donker is komen we aan in het Sunny Hostel, we kunnen daar parkeren naast de wagens van het Rode Kruis, de Red Crescent, IOM/OIM en een paar andere overlanders. Net naast de deur is er een openlucht restaurant waar we iets gaan eten terwijl we naar de match tussen Korea en Polen kunnen kijken.

Het doet deugd om, zoals Mich liet weten, opnieuw dikkere lucht in te ademen, en te beschikken over internet. Fietje is dan ook dolgelukkig om even met de zonen te skypen en te horen dat alles ok loopt aan het thuisfront.