Tagarchief: Turkije

Manten en Kalle in het land van de Ayatollahs

Terwijl we zalig liggen te slapen in afwachting van de ferry (zie blog gisteren) worden we midden in de nacht gewekt door de nachtwakers. Blijkt het vertrekuur van de ferry onverwacht verzet te zijn, we moeten ons eigenlijk klaarmaken om onmiddellijk te vertrekken. Ik word maar half wakker en Fietje is ook niet helemaal fris en we besluiten om de ferry te laten zijn voor wat ze is, goed wetende dat er morgen geen ferry zal zijn.

We slapen uit (we hebben nu toch geen strikt schema meer) en als we opstaan maak ik, zoals we gisteren hebben beloofd, koffie voor de nachtwakers. We checken nog eens onze kaart en besluiten uiteindelijk het Van-meer langs boven te passeren.


Als we even langs het water een plaspauze houden stopt er een wit anoniem minibusje net achter ons. Er stappen twee mannen uit in camouflage pakken die ons vriendelijk vragen wat we hier doen en onze papieren willen controleren. Het wordt steeds meer duidelijk dat we de grens naderen.

Omdat we eigenlijk goed opschieten besluiten we om nog vandaag de grens over te steken. We slaan nog wat proviand in in de laatste stad (Dogubayazit) net voor de grens. Dit lijkt hier wel een stadje uit het wilde westen. Buiten een paar hoofdstraten zijn alle straten gewoon in aarde. Het is er een drukte van jewelste en iedereen sjouwt met tassen vol dingen die waarschijnlijk moeilijk verkrijgbaar zijn aan de andere kant van de grens. We brengen onze kamion in orde, verstoppen onze laatste blikjes bier en ook de ‘Smeerolie’ die we van onze buren hebben gekregen en skypen nog even met de jongens thuis (onze Turks data krediet mag nu wel op).

Er pakken dreigende wolken boven het westen samen en in combinatie met zeer puntige bergen geeft dat een beetje een Lord of the Rings sfeertje. Volgens Fietje moeten we eerst nog een pasje over maar na een paar kilometer zitten we weer tussen de laatste restjes sneeuw in een maandlandschap op 2700 meter hoogte.

Om 18:00 zijn we aan de Turkse kant van de grens. Buiten enorm veel vrachtwagens die staan aan te schuiven is hier niemand. Het spel begint slecht als ik bij de eerste controle al niet meer versta wat het mannetje achter het raampje eigenlijk wilt zien. Blijkt dat deze controle enkel over de auto papieren gaat (de auto wordt nog niet uitgeschreven, dus wat juist het nut is….). Er staan nergens bordjes en we rijden dus rustig verder langs een gebouw dat volgens ons op instorten staat en waar nog een scheef plakaat “tax free” hangt, door een poort waar niemand te zien is, door nog een tolhuisje waar enkel vogeltjes wonen en komen zo voor een hekken te staan met aan de andere kant Iraanse militairen.

Hier is het tolhuisje wel bemand door een vriendelijke kerel. Helaas, we zijn al te ver en moeten terugkeren naar de bouwval die we al gepasseerd waren want daar moeten onze paspoorten afgestempeld worden. Na een beetje zoeken vinden we toch een duister hokje waaruit metal klinkt. De douanier verschiet als hij ons ziet maar stempelt vlot onze paspoorten en dan kunnen we verder lopen. Helaas is er van hier geen weg meer terug naar onze kamion, enkel vooruit naar Iran. We keren dus terug naar de douanier en leggen hem het probleem uit maar eigenlijk mogen we niet terug. Na lang aandringen mag ik terug naar de kamion maar Fietje moet doorlopen naar Iran. Gelukkig (zie verder) houden we voet bij stuk en mogen we toch allebei terug Turkije binnen, eigenlijk zonder visum, om naar ons wagentje te gaan.

‘En route’ naar de Iraanse grens en naar de vriendelijke man die onze auto nog moet uitschrijven. Hij babbelt honderduit (het hekken aan de Iraanse kant is toch gesloten dus we kunnen toch niet door) en als de Iraanse militairen aanstalten maken om het hekken te openen begint hij onze papieren eindelijk in orde te brengen. Dan vertrekt zijn gezicht en beteuterd zegt hij dat de computer beslist heeft dat wij vandaag de gelukkigen zijn die een extra x-ray controle moeten ondergaan. En waar is die controle? Inderdaad, daar waar die lange rij vrachtwagens staat. En hoe geraken we aan de x-ray? Gewoon, je rijdt helemaal terug naar de eerste controle en daar moet je het maar eens vragen. Gelukkig weten de vrachtwagenchauffeurs al wat het betekent als er daar een niet TIR kamion rijdt en wijzen ons zelfs zonder vragen de weg.

Voor de x-ray staat opnieuw een rij vrachtwagens die wachten en we steken die gewoon voorbij en doen of onze neus bloedt. Aan het einde van de rij gekomen vragen we onschuldig of dit de x-ray is. De chauffeurs snappen het plaatje en laten ons na een paar grapjes gewoon iedereen voorbijsteken. Er komt echter geen schot in de zaak en als we vragen wat het probleem is blijkt dat iedereen gaan eten is en dat dit hier nog een uurtje zal duren. We zijn eigenlijk nog in een goede stemming en maken wat grapje met de chauffeurs en wachten geduldig tot er iemand komt.

geduldig wachtend op de x-ray bij de grote jongens

We mogen als eerste de x-ray tunnel in en na een paar minuten krijgen we alle papieren terug en kunnen we opnieuw een poging doen om Turkije buiten te geraken. Er is maar één weg van de x-ray naar Iran en dat is toevallig dezelfde die genomen wordt door vrachtwagens die Turkije binnen willen. Plots staan we weer stil want de weg wordt door een drietal vrachtwagen geblokkeerd. We proberen te weten te komen wat er aan de hand is maar niemand blijkt ons te verstaan. Om beurten gaan we op zoek naar iemand die iets kan vertellen en tot onze grote opluchting verstaan we dat die vrachtwagens hier niet staan om te slapen (deze op het eerste rijvak wel) maar dat ze wachten om gecontroleerd te worden door de douaniers die, jawel, gaan eten zijn. Ze zijn zeker tegen 20:00 terug verzekert ons een chauffeur. Tegen 21:30 verschijnt de eerste douanier. Dan nog één en nog één. Ze verstaan niet wat wij hier staan te doen en als ze snappen dat de wagens voor ons het probleem zijn zetten ze er een beetje spoed achter en kunnen we opnieuw naar de Iraans grens.

Onderweg komen we het mannetje tegen die onze auto moet uitschrijven. Hij doet teken hem te volgen en scheurt er dan vandoor met een rotvaart de wij nooit kunnen volgen. Nu moet alles plots rap gaan. Hij brengt de papieren in orde, verontschuldigt zich nog eens voor de 4 uur vertraging en zorgt er dan voor dat de Iraans grenswachters ons binnen laten.

Nu zijn we uit Turkije, het is ondertussen 22:30. Stel dat Fietje bij de eerste controle was doorgelopen naar de Iraanse grens, je mag het niet dromen….

Een jonge militair komt naar ons toe, groet ons vriendelijk en vraagt dan onze koffer te openen. Ik moet uitleggen wat dit zootje allemaal bevat, maar het enige wat hij vraagt is : “Alcohol”. Mijn antwoord klinkt verontwaardigd : “Of course not, sir”. Dat blijkt voor hem voldoende overtuigend en wil nu ook de binnenkant zien. Fietje krijgt een beroerte als hij met zijn vuile legerbottines onze kraaknette woning binnenstapt. Ze krijgt het koud als hij net te lang blijft kijken naar het “geheime luikje”, maar uiteindelijk blijkt alles ok.

We mogen naar de volgende stap, maar ook hier nul, nul aanwijzingen. We stappen de eerste deur binnen die we zien en een man in uniform achter een balie verwijst ons vriendelijk door naar de chef die in de grote kale ruimte een beetje verder aan een éénzaam bureau zit. Als we onze papieren geven blijven we weerom verkeerd te zitten. De sous-chef neemt ons mee en opnieuw mogen we de rij wachtenden voorbijsteken en in twee seconden zijn onze paspoorten gestempeld.

Dan opnieuw naar de chef met onze ‘carnet de passage en douane’. Hij bekijkt onze autopapieren, zet een deel krabbels in onze carnet en geeft die dan aan de sous-chef die onze wagen komt controleren. Merk en serienummer worden gecheckt, koffer moet opnieuw open en ook hij wilt de binnenkant zien. In tegenstelling tot de militair blijft hij met zijn vuile voeten buiten staan. Opnieuw naar binnen, nu zet de sous-chef een paar krullen op onze carnet en moeten we naar de balie met de douanier. Hij neemt als zijn tijd om alles nogmaals in te vullen. Ongemerkt zijn we ondertussen omringd door een paar mannen die blijkbaar goed opschieten met de douanier. Eén van hen duwt me plots een gsm in de handen : “It’s for you”. Een stem aan de andere kant van de lijn probeert me te overtuigen om geld te wisselen. Ik probeer van die “touts” af te komen maar zijn net als bijen rond een honingpot. Als de douanier eindelijk klaar is en zijn stukje heeft afgescheurd moeten we nogmaals naar de sous-chef. Hij krabbelt nog een laatste vodje vol en heet ons dan welkom in Iran.

We zijn gelukkig, we zijn de grens zonder kleerscheuren doorgekomen. Dachten we…

Als we willen wegrijden komt de volgende horde “touts” aangesneld. Ik negeer ze straal en vertrek. Dan beginnen ze te roepen dat ik nog iets vergeten ben. Onze koffer staat nog open. Nieuwe poging, maar deze maal laten ze me niet instappen. Komt er nog een mannetje met een verhaal over iets dat nog moet gebeuren. Ik wordt achterdochtig maar ga toch maar mee naar een kantoortje, gevolgd door een stel van die “touts”. Eénmaal in het kantoortje begin ik me kwaad te maken tegen die strontvliegen, de meeste druipen af maar eentje moet ik toch manueel dat kantoor uitzetten. Het mannetje in het kantoor kan me niet uitleggen wat ik hier doe maar vraagt opnieuw mijn paspoort en mijn autopapieren. Hij geraakt er niet aan uit en loopt plots naar buiten met mijn paspoort. Ikke er achteraan, gevolgd door die zwerm paljassen die voor de deur stonden te wachten om ons een verzekering te verkopen of om geld te wisselen. Uiteindelijk komt er een kerel mee naar het kantoor en nu jaagt hij alleman buiten. Ze proberen met twee iets in te vullen op hun computer maar het spel weigert de combinatie ‘kamion’ en ‘toerist’ te accepteren. Ik moet een route beschrijving geven van waar we heen zullen gaan. En na veel heen en weer getelefoneer en corrigeren op de computer spuugt de printer uiteindelijk nog een laatste document uit. Geen idee wat dit is en het ziet er wreed officieel uit. Nu mogen we eindelijk weg.

Ik ben nog het kantoor niet uit of die lastigaard is daar weeral gezet en beveelt mij hem te volgen voor een verzekering. Ik zeg hem beleefd en met een smile wat ik van hem denk (gelukkig is zijn West-Vlaams even goed als mijn Farsi), stap in de kamion, start en rij ostentatief het éénrichtingsverkeer in nadat hij met zijn taxi de andere kant op gereden is.ok

Fietje en ik zijn moe, het is ondertussen als na middernacht en we hebben nog niets gegeten. Een beetje verder zien we een paar vrachtwagens langs de kant van de weg. We zetten ons ertussen en maken ons klaar voor de nacht. Jammer maar helaas, de vrachtwagens vertrekken één voor één en we staan daar plots moederziel alleen langs een donkere baan. Misschien geen goed idee. Opnieuw schoenen aan en we besluiten wat verder een plaatsje te zoeken. Blijkt wat verderop dat we eigenlijk nog steeds de grens niet volledig zijn overgestoken. Opnieuw staan we voor een hekken, ik volg gewoon de eerste de beste wagen door het hekken maar wordt onmiddellijk tegengehouden. We zijn nog een controle vergeten en moeten een klein stukje terug langs waar de grote vrachtwagens rijden. Het eerste wat men daar vraagt is “verzekering?”. Damned, deze hebben we nog niet en normaal kun je die ook verder in Iran kopen, geldt blijkbaar niet voor kamions en zo hebben ze ons ingeschreven in Iran. Hij verwijst ons naar het kantoor waar we verzekeringen kunnen kopen en dat is natuurlijk zo laat al gesloten. We worden doorverwezen naar een gebouw een kilometer verderop. Daar is het een drukte van jewelste en achter de loketten wordt vlijtig gewerkt maar van een verzekeringskantoor heeft niemand hier ooit gehoord. “Verder meneer, een kilometertje verder”. Nu is het welletjes geweest. We laten onze vrachtwagen mooi op de parking voor het gebouw staan en gaan slapen terwijl we nog steeds de grenspost niet verlaten hebben, dat doen we morgen dan wel.

Diyarbakir, stad waar Arno afscheid nam van zijn lange haren!

Ontwaken aan de voet van Diyarbakir. Na het ontbijt besluiten we nog even binnen te wippen in deze stad aan de Tigris. Hiervoor moeten we opnieuw langs de politiecontrole,die we wel vaker tegenkomen bij het in- en uitrijden van een stad. Maar deze keer moeten we aan de kant… Met dichtgeknepen billen overhandig ik onze paspoorts en toon hen de visumstempel voor Turkije. Hij antwoordt mij: Do you want thea and breakfast? Ik dacht hem niet goed te hebben begrepen maar warempel, het hele eskadron stond vol bewondering te kijken naar onze Unimog, we drinken samen thee en wisselen wat grapjes uit. Wat verder staat de ‘Jandarma’ in vol combattenue en met gepantserde voertuigen. Zij zijn andere koek, volgens de politie. Daar krijg je geen thee.

We rijden de stad binnen en slenteren over zijn befaamde stadsmuren met zicht op de Tigris. We lopen nog even verder het straatje in dat bruist van de commerciële bedrijvigheid. We kopen er brood, gehakt en…Arno gaat er naar de barbier. Jawel, Tonia, Greet, Nancy, Iris, Ann, het is eindelijk zover (en vooral ver), in Diyarbakir wordt geschiedenis geschreven: Op 5 mei 2018 heeft Arno Lambert, zijn haardos (of hoe je die uitgerafelde slierten in ossenvet gedrenkte, bruingrijze drendels waarvan de uiteinden nog meer gesplitst zijn dan de tong van een adder, ook mogen heten), laten afknippen. Het hele scenario bij de barbier verliep met zorg voor de kleinste details. Ook baard en snor worden minutieus, milimitreus, en met een behendigheid van jewelste, bijgeknipt. En zie eens aan wat een schoon ventje!

We rijden verder en de schoonheid van het omliggend landschap, gedomineerd door de vruchtbare groene vlaktes van Mesopotamië, laat ik even rechts liggen om mijn ogen te fixeren op dat knappe ding dat naast mij, op een uiterst lieftallige wijze een haarlokje van zijn voorhoofd wegblaast.
Onderweg nog wat boodschappen, tanken en ons Mogje krijgt nog een lekkere douche.

Langs de weg zien we heel vaak zwaar bewapende controleposten. Turkse militairen, zo blijkt nadien, die op die manier de Koerden wat in toom willen houden.

Hier in Turks Koerdistan ontmoeten we veel mensen en ze hebben allen hetzelfde gemeen: ze zijn uiterst charmant, grappig, behulpzaam en zeer open. Overal langs onze route zien we lachende gezichten en opgestoken handen, en waar je ook maar 1 voet op de grond neerpoot, snellen ze af om je uit te nodigen voor thee, een hapje en een babbeltje. Praat gewoon niet over de Turken want die lusten ze rauw.

Morgen nemen we de ferry in Tatvan, over het grootste meer van Turkije, Van genaamd. Dit bespaart ons én diesel, én tijd.
We informeren ons aan de gesloten ingang en morgen vertrekt een ferry om 8 u, perfect. We mogen ook slapen aan de ingang, En dan is er…thee natuurlijk, in het piepkleine en sobere kantoortje waar de nachtwaker met enkele van zijn vrienden samenhokt. Gelukkig praten ze wat Engels en het gesprek is zeer geanimeerd. De nachtwaker wilt trouwen met een Belgische. Ik doe hem een voorstel aan de hand van de fotootjes aan onze deur van de dames die nog vrijgezel zijn, maar hij kan niet direct een keuze maken.

@de dames in kwestie: hij is wel een knapperd hoor, maar kan niet tippen aan mijn Arno na zijn total remake 🙂

Nemrud Dagh

Vandaag bezoeken we Nemrud Dagh. De gasten van het hotel die Nemrud bezoeken zijn deze morgen rond 02:30 vertrokken (waarbij ze ons bijna hebben vergast met hun rokende diesel) om zeker de zon te zien opkomen daar.

Wij vertrekken een stuk later. We zitten nu op ongeveer 1100 meter en zouden moeten stijgen tot 2100 meter dus dat moet op 54 km geen probleem zijn. Mis poes, we zakken eerst tot ongeveer 550 meter om dan de laatste 15 km nog naar 2100 meter te moeten stijgen, dit betekent een gemiddelde helling van 10%. Onze Unimog heeft van een hellinkje meer of minder geen schrik maar als ik naar 3-de (dat is de versnelling waar we normaal mee vertrekken…) moet terugschakelen bij sommige hellingen wordt het wel serieus, zeker als ik dan nog eens mis schakel en mag starten op een helling van 13%, dat hebben ze me in de rijschool indertijd niet geleerd.

Boven aangekomen vinden we een compleet lege parking en is er geen mens te zien. We vrezen even dat de boel dicht is maar vinden dan toch een ingang die leidt naar een zaal met uitleg, een congrescentrum, toiletten en een restaurant annex museumshop. In het restaurant vinden we uiteindelijk iemand die ons de weg toont naar de shuttles die je naar boven brengen. Blijkt dat de andere mensen gewoon over de omheining klimmen omdat ze ook net verstaan hoe ze anders binnen geraken.

Na onze onvoorziene trot in Ihlara zijn we een beetje geleerd en we nemen met plezier het busje dat ons naar bover brengt. ‘naar boven brengt’ is blijkbaar voor interpretatie vatbaar. Het busje dropt je aan de voet van een serieuze helling die je zelf nog naar boven mag terten.

Ondertussen pakken de donkere wolken zich weer boven ons samen, net als de voorbije dagen. Deze keer hebben we wel een pull mee en een paraplu maar gelukkig klaart het weer helemaal op tegen dat we boven zijn.

Eens boven zien we mensen van de ander kant komen, zij zijn de berg langs de andere zijde opgereden en konden parkeren net onder het terras waar de beelden staan. De koppen zijn prachtig, jammer van de miljoenen kevertjes die overal op zitten. Pas als we van het terras aan de oostzijde naar deze aan de westzijde lopen heb ik door dat ze eigenlijk boven op een berg een tumulus gemaakt hebben. Wat een geschift idee, maar wel een geschift idee met een zeer mooi zicht.

What goes up must come down. Met een slakkengangetje rijden we de berg terug af. Op sommige stukken moet ik echt naar 2-de schakelen om de Unimog in bedwang te houden. Dit tot groot ongenoegen van Fietje die niet liever zou willen als die berg afroetschen in 8-ste versnelling. Gelukkig kan ze zich concentreren op het moskeetje dat ze zo graag zou fotograferen samen met de bergen.

Eindebestemming vandaag is Diryabakir, een enorme stad aan de Tigris. Daar begint voor ons Tweestromenland, dit is Koerdisch gebied op slechts een hondertal km van de Syrische/Iraakse grens.

Onderweg stoppen we om brood te kopen voor ons middageten. In het winkeltje ernaastverkopen ze enkel maar baclava, we kopen zeker een kilo voor 10 lira (2 euro), voor die prijs kunnen we ze zelf niet maken. We dachten een ferrietje te moeten nemen over het water maar blijkt dat er nu een nagelnieuwe brug ligt.
Het parkje dat er zo aantrekkelijk uitzag vanop de brug blijkt nog volop in aanleg, helaas kunnen we dus hier net stoppen om te eten. Voor de rest is hier geen gram schaduw te vinden.

Iets verder vinden we de weg naar het water en naar de plaats waar
vroeger de ferry kwam aanleggen. Zalig in de schaduw gezeten doen we zelfs een tukje.

Tegen dat we aankomen in Diryabakir is het opnieuw al laat en zeer druk. We weten eigenlijk niet goed wat zoeken om te slapen en Fietje heeft ergens iets over een brug over de Tigris gelezen. Zo goed en zo kwaad als ik kan gids ik haar rond deze enorme stad om uiteindelijk over de Tigris te rijden over één van de twee bruggen die geschikt zijn voor autoverkeer.

Hier moet toch een weggetje naar het water zijn? Aan de universiteit slaan we een weggetje in dat door de velden loopt richting Tgris tot aan een bord in het Turks dat waarschijnlijk zegt dat je daar niet voorbij mag. Als we daar even staan dralen komt een koeienhoeder die een beetje verder zijn tentje voor de nacht aan het opzetten was naar ons kijken en begroet ons vriendelijk. Fietje probeert in haar beste Turks (dat verdacht veel op Oostends gelijkt) te vragen of we hier kunnen overnachten.
Een beetje later komt er iemand uit één van de gebouwen in aanbouw met zijn 3 honden kijken wat er gaande is. Met handen en voeten vragen we of we toch verder mogen om te slapen en we verstaan dat het geen probleem is. Maar eerst moeten we komen thee drinken. Iets later bevinden we ons met 4 Koerden in wat
hun verblijfplaats is.

Een goedafgesloten hokje in de nieuwbouw die ze blijkbaar bewaken en onderhouden. We krijgen thee en al vlug gaat het gesprek, met de hulp van Google Translate, over politiek. Als Erdogan dan nog
verschijnt op televisie weten we meteen wat ze van hem denken, zelfs al verstaan we geen woord van hun Koerdisch. Na een best leuke avond en als het onweer, dat zoals de laatste dagen in de namiddag is opgestoken, gaan liggen is keren we naar ons huisje terug onder begeleiding van twee van de Koerden. Als Fietje opmerkt dat het tuintje wel zeer mooi onderhouden is plukken ze
onmiddellijk enkel rozen voor haar.

Trojaanse oorlog revisited

Dames en heren, bekijk hier de herwerkte versie van Homeros zijn Ilias. Het enige echte verhaal over de Trojaanse oorlog of wat zich achter de schermen afspeelde.

Geproducet en opgenomen op de site van het oude Troje, onder het oog van menig Japanse toeristen.

Met de medewerking van Arno (in de rol van Agamemnon en Achilles, cameraman, geluidsman en IT-er) en al de WIFI die we onderweg zijn tegengekomen om de filmpjes te uploaden.

Bekijken met koptelefoon want de geluidskwaliteit is niet altijd toppie.

Helena is verdwenen

Mevrouw Agamemnon maakt valies van Achilles

Mevrouw Agamemnon aan de muur in Troje

De dood van Achilles

Het plan van mevrouw Agamemnon

Eind goed, al goed.

Effe roadtrippen

We vertrekken opnieuw redelijk vroeg uit Kayseri. Opdracht voor vandaag : zoek nieuwe ruitenwissers om de oude verstorven dingen te vervangen. Als we stoppen om boodschappen te doen zie ik een winkeltje dat precies ook een garage is.

Ik demonteer één van de ruitenwissers en nog voor ik het winkeltje heb bereikt halen ze al nieuwe rubbers boven. Voor 5 lira hebben we spiksplinternieuwe rubbers en een nieuw klemmetje om de ruitenwissers vast te zetten.  Als later op de dag het weer opnieuw omslaat (zoals het al een paar dagen doet, ’s morgens brandende zon, tegen de middag pikzwarte wolken en dan maar donderen en regenen/hagelen) weten we met ons geluk geen blijf, wat een verschil, nu kunnen we ook in de regen veilig rijden (wat gisteren avond echt niet het geval was, best dat de Turken van elkaar gewoon zijn dat ze rare manoeuvres uitvoeren in het verkeer…).

De rest van de dag rijden we om beurten tot we Kahta bereiken. Even speel ik nog met de gedachte om toch door te rijden naar  Nemrud Dagh maar het is verder dan ik dacht en aan de kaart te zien zal het er zeker niet plat zijn. Bovendien hadden we net een zeer mooi, doch zwaar, want bergachtig, parcours achter de rug van Malatya naar Adiyaman.

We besluiten  toch nog eens een camping op te zoeken. Blijkt het Commagene Wooden
Hotel pal in het centrum te liggen, op de kruising van de twee belangrijkste banen maar veel keus is er niet. Blijkbaar zijn er in de tuin kampeerplaatsen voorzien en voor 50 lira kunnen we daar overnachten. Bij nader inzien ziet de manager het toch niet zitten dat we op de mooie pelouze rijden met onze leuke
bandjes en krijgen we een plaatsje op de parking. Niet echt wat we hadden verwacht van een ‘camping’.

zicht op de mooie Turkse camping

Als we vragen waar de douches zijn wordt er opnieuw gebeld naar de manager en even later krijgen we de sleutel van een kamer die volgens mij door het personeel zelf af en toe gebruikt wordt. Mooie wc en een douche om U tegen te zeggen, warm en met een stevige straal (een beetje zoals onze douche in de Unimog, maar dan zonder dat warm en zonder stevige straal 😉

Terwijl we in de tuin zitten te eten maken we kennis met een jonge Chinees die op zijn eentje aan het rondreizen is. Hij reist kriskras door verschillende landen zonder ook maar enig plan. Hij praat honderduit, waarschijnlijk is hij blij eindelijk eens met mensen te kunnen praten die ook Engels verstaan. Als we hem onze Unimog laten zien, wordt hij werkelijk extatisch en  trekt zeker 100 foto’s van de binnen- en buitenkant terwijl hij  in het Chinees aan het brabbelen is.

De schoorstenen van Arno

We ontwaken en staan nog altijd moederziel alleen op de enorme parking (‘Otto Parki’ in het Turks) waar we onze vierwieler hadden neergepoot. Voor ons gaapt de bangelijk diepe kloof van de Ihlara vallei, achter ons rijst de majestueuze met sneeuw bedekte berg. Het was er rustig slapen en de wind die gisteren nogal wild tekeer ging,was gelukkig uitgeraasd.
We lopen een 200 meter bergafwaarts en komen zo aan de ingang van de vallei. We betalen ons ingangsticket en bekijken het plan van het park. Blijkt dat de ‘schoorstenen’ (door warmwaterbronnnen geërodeerde zuilen)die Arno kost wat kost wou zien zich bevinden op 10 km lopen door de kloof! Het is vroeg,de zon schijnt, we zijn uitgeslapen en dan zien we wel alles zitten hoor. We vertrekken met 1 fles water en gekleed in short en T shirt.


We dalen er 380 trappen naar beneden en starten onze voettocht langs de rivier, geflankeerd door honderden metershoge rotswanden. Het is er prachtig. Langs onze tocht zijn er enkele, in de rots uitgehouwen, kerkjes met fraaie fresco’s.

Het betalend park stopt na ongeveer 4km en loopt verder over een pad dat iets moeilijker bewandelbaar is en waaraan wat klim- en klauterwerk te pas komen. Overal langs de rotswanden van de kloof zie je uitgehouwen woninkjes. We stappen verder en verder en verder…terwijl de hemel dichttrekt en het gerommel van de donder alsmaar luider klinkt. Na drie uren bereiken we eindelijk Arno zijn schoorstenen. Schoon hoor, maar bleek dat je die ook kan bezoeken door met de wagen tot vlakbij te rijden.

Arno zijn schoorstenen

We vullen onze, ondertussen leeggedronken fles, met water uit een bron en keren op onze stappen terug.
En dan begon het te spetteren,en dan begon het goed te regenen, en dan begon het te gieten, en dan begon het te waaien en…te hagelen. En natuurlijk net niet in de omgeving van zo’n uitgehouwen holletje. We schuilen onder een boom waarbij Arno zich als het ware over mij heen had gehuld zodat ik bespaard bleef van de meeste natte en kou. Wat eens schatje is ie soms toch.
Gelukkig kwam nadien de zon en droogden onze kleren supersnel.
Soit, rond 15u30 waren we terug aan onze 380 treden die we ditmaal naar boven moesten trotseren. We eten er snel nog iets in het restaurantje en wandelen terug naar Unimogie waar we moe maar voldaan van deze ongeplande trot nog een tukje doen.
Daarna zetten we koers naar Nemrut Dagi om er de site van de graftombe, gekend voor zijn onthoofde beelden, te bezoeken. Een kleine omweg richting Iran, maar zeker de moeite, zo lijkt het ons, om dit juweeltje ook nog mee te pikken tijdens onze reis door Turkije.
We rijden nog een stuk nadat de zon is ondergegaan. Omwille van de regen, maar vooral door toedoen van onze ruitenwissers, die het werk waarvoor ze dienen, nl ruiten wissen, niet echt onder de knie hebben, maar daarentegen een knarsend lawaai van je welste produceren, worden we te vermoeid om nog verder te rijden en stoppen we in Kaiseri om er te overnachten. Kaiseri is een megagrote industriestad en we vinden een plaatsje in een woonwijk net buiten het drukke centrum van de stad.
Waarschijnlijk gealarmeerd door buurtbewoners krijgen we er de politie op bezoek die vriendelijk onze paspoort vroegen. Na controle blijkt alles ok en mogen we er blijven staan.

99 luftballons

het is nog niet eens 05:30 of ik word gewekt door het geluid van zware wagens die op en aan rijden. Het is zover, de ballonvaarders zijn aangekomen en maken zich gereed. Tegen de tijd dat we uit ons bed zijn zien we voor onze neus al 10 ballons die beginnen op te bollen van de warme lucht.

We lopen het hellingetje achter ons autootje op en daar ontdekken we dat we gewoon omsingeld zijn door letterlijk meer als 100 ballonnen die zich klaarmaken om bij het eerste daglicht op te stijgen. Wat een prachtig zicht als de ballonnen oplichten door de enorme gasvlam die er in wordt gejaagd.

Als de ballonnen beginnen op te stijgen wordt het zo mogelijks nog spectaculairder. De lucht hangt vol kleurrijke warmeluchtballonnen, zover het oog reikt. Als alle ballonnen in de lucht hangen en hoog genoeg zijn verdwijnt alle volk al even snel of ze gekomen zijn en kunnen we op ons gemak ontbijten met zicht op al die ballonnen.

We hebben geen plannetje van wat er allemaal te zien is en vooral waar het te zien is en ook online vind ik eigenlijk geen zinnige info. We besluiten dan maar terug te rijden van waar we gisteren gekomen zijn omdat we langs de weg daar wel wat wegwijzers gezien hadden. We rijden de enorm steile helling terug op maar het blijkt dat alles eigenlijk toch beneden te vinden is. Weerom die verdomde helling af.

We parkeren ons niet ver van de inkom van het Open Air museum maar dat blijkt ook niet wat we willen zien. Fietje raakt aan de babbel met één van de taxi chauffeur en na wat heen en weer gebabbel, waarbij de prijs aanzienlijk naar omlaag ging, laten we hem ons rondvoeren naar de dingen die we willen zien.

Achteraf gezien de juiste keuze, we gingen ongelooflijk veel tijd verloren hebben en voor de prijs van de diesel de we anders zouden verreden hebben werden we op onze wenken bediend.

Er zijn nog twee sites die we willen zien maar deze liggen eigenlijk net hier maar 50 km verderop.

De ondergrondse stad in Derinkuyu kunnen we diezelfde dag nog bezoeken maar de Ihlara vallei met de ‘Fairy Chimneys’ zal voor morgen zijn. We rijden alvast naar Ilhara maar op het adres van de camping treffen we een restaurant en een musichall aan, niemand heeft weet van een camping in de buurt.

We hebben niet veel zin om nog lang te zoeken en besluiten om wild te kamperen aan de ingang van het park. Opnieuw blijkt dit een perfecte plaats te zijn, zo kunnen we de vallei morgen vroeg bezoeken.

Kapadokia

We zijn vroeg uit de veren en ontbijten met zicht op het meer. Stilte voor de storm want vandaag wordt een vermoeiende dag. We zijn zinnens om door te rijden tot we in Göreme zijn en dat is toch nog een eindje van hier.

De landschappen die we passeren zijn ongelooflijk. Het ene moment rijden we langs een bergmeer met zicht op besneeuwde bergtoppen, een beetje later zijn we omringd door allemaal appelboomgaarden. Als we opnieuw een heuvelrug overrijden wanen we ons in de steppes die we later op onze reis verwachten.

We hebben dringend water nodig want door wild te kamperen geraken we door onze voorraad heen. Normaal tanken we bij als we eens op een camping staan, maar het water op de camping in Hierapolis had een raar smaakje en dus hebben we dat maar geskipped. Als we diesel tanken vraagt de bediende in een soort Duits of we ook water nodig hebben. Hij verwijst ons naar een hydrant waar ook een kleiner kraantje aan hangt. Daar komt mooi leiding water uit maar we hebben geen idee hoe we daar een waterslang aan vast moeten maken. Uiteindelijk speelt Fietje voor koppelstukje wat haar een redelijk nat pak oplevert.

We rijden een stadje binnen om te gaan shoppen maar vinden onze vertrouwde “SOK” (den Aldi van Turkije) nergens. Er is wel een “A101” (de Lidl van Turkije) en ik spring binnen in de hoop iets te vinden waarmee we die ‘effen’ waterkranen aan onze Gardena waterslang kunnen koppelen. Omdat we niet alles vinden wat we zoeken in de “A101” shoppen we ook nog in een ander grootwarenhuis een beetje verder. Hier moeten we niet te lang blijven of we doen al ons geld op aan allerlei soorten olijven, kaas en gevulde druivenbladeren (om nog te zwijgen van alle soorten baklava).

Rond Konya willen we stoppen om iets te eten maar we zien telkens net te laat als er een mooie stopplaats is. Tot ons oog op iets valt waar we nog net kunnen afrijden. Blijkt het een soort stadsbos te zijn, voorzien van tientallen picknick tafels, bbq’s, gebedsruimtes, vreselijke toiletten en een mini kinderboerderij, dit alles in een dicht naaldbos. Daarbij is het Oostends stadsrand bos een lachertje.

Tegen een uur of 4 neemt Fietje het stuur over, ik begon waarlijk te dommelen. Het duurt dan ook niet lang of ik lig in dromenland terwijl Fietje volle bak naar ons einddoel vlamt.

Bij aankomst in Göreme gebruiken we onze GPS om de coördinaten in te geven van de plaats waar we zouden willen overnachten. Fietje is extatisch over alles wat er langs de baan te zien is en wil constant stoppen, ik wil gewoon een slaapplaats vinden want een volle dag onderweg begint op mijn gemoed te werken. Ik word wat kribbig maar als we uiteindelijk onze bestemming bereiken zijn we allebei in wolken.

We staan midden de pieken waar dit gebied bekend om staan. Helaas zijn er zo’n duizend quads rond aan het vlammen, maar de zon is aan het zakken, dus de kindjes moeten binnenkort naar bed en dan hebben we dit paradijs voor ons alleen. Tot morgen vroeg want dan vertrekken van hier de ballonvaarten. Het is hier pikdonker en het gaslampje dat we van Steven hebben gekregen komt hier goed van pas (een veel leuker licht om ons avondmaal bij te eten dan die koude LED spots die op de camion staan).

Hiërapolis

 

Wat kan het leven toch schoon zijn…Zie ons hier staan op onze stekkie voor de nacht, aan het meer van Horyan Gölü. Waar de berg rechts ons een roodgloeiend spektakel opvoert van de ondergaande zon, maakt de berg aan linkerzijde zich klaar voor de ovatie van een volle maan die in aanvang met blauwgetinte schuchterheid van over de bergrand piept maar kort nadien als een felwitte spot haar lichtsluier over het meer uitspuwt, geassisteerd door menig sterspelertjes. Achter ons horen we het geblaat van een kudde schapen die, onder waakzaam oog van zijn herder, de omliggende heuvels afgraast. En vanuit de verte stijgt het ‘Allah Akhbar’ gezang uit de minaretten van de moskee van een dorp dat lijkt te drijven aan de oever het meer. Dat… en het feit dat we morgen niet moeten gaan werken, stemt ons oooh zooo content. Arno geraakt helemaal op dreef en maakt nog een kampvuurtje. Het aanmaakhout, dat we enkele dagen voordien van een Turk hadden gekregen, en eigenlijk niets meer is dan de wortel van olijfbomen, is efficiënter dan een zipke. Het was ook vandaag weer zinderend heet en de koelte van de bergen doet ons deugd.

Gisterenmorgen hadden we ons plaatsje aan de vlaggenmast in Manissa verlaten na ons ontbijt op het nabije terras met zicht op de stad met maar liefst 423 000 inwoners. Waar de dag voordien nog het gejengel van het bruidsfeest te horen was, werden we nu verwelkomd door het geblaat van een kudde geiten die vlakbij ook hun ontbijt namen. Toen de plaatselijke nachtwaker van de mast (zo hebben wij het althans begrepen) niet van onze zijde week en er erg zijn schik in had om samen met mij gefotografeerd te worden, waarna hij mij nogal uitbundig kuste, hebben we onze biezen gepakt, richting Pamukkale. De weg is nogal ééntonig tot we opnieuw de bergen inkruipen waar het landschap gedomineerd wordt door fruitbomen. Het is snikheet en we vinden na lang zoeken toch een klein plaatsje onder een boom om er te picknicken.
Aangekomen in Pamukkale hoor ik zachtjes het geroep van een zwembad: ‘Kom Sophietje; kom zwemmen in mijn fris en helder water.’ En jawel, even later duikt er langs de kant van de weg een camping op, mét zwembad en met Ben Ali, die ons vriendelijk wegwijs maakt op zijn domeintje. Het is nog niet echt laat maar we zijn echt uitgekookt door de warmte tijdens de rit en heel even later dobberen we in het frisse heldere water….

Vandaag hebben we Hiërapolis bezocht. Een Romeinse stad, gekend voor zijn baden en terassen in travertijn. De site is erkend door Unesco als werelderfgoed . Opvallend hoeveel er nog bewaard is gebleven van de stad die zijn hoogtepunt kende in de tweede eeuw na Christus.

We startten ons bezoek bij het opengaan van het park om 8:00 in de hoop zo de massa toeristen en de hete zon wat te vermijden. We lopen langs cypressen en honderden graven verscholen tussen klaprozen en distelstruiken tot bij de ingang van de stad en kuieren verder over het Forum, het Nymphaum, de latrines, de baden, de tempel van Apollo. Als kers op de taart is er het zo goed als intact gebleven theater, bovenaan de heuvel, waar we geslagen door zoveel schoonheid (maar ook door de brandende zon) een poosje op de koele tredes zitten mijmeren over de talloze spektakels die er ooit, onder luid gejoel en applaus van de toehoorders ten berde werden gebracht.

Terug afdalend van de heuvel komen we bij de warmwaterbron die via de bergflank over de jaren heen zijn kalk heeft afgezet wat geleid heeft tot een landschap vol sneeuwwitte terrassen.. We baden, samen met de horde toeristen die ondertussen is toegestroomd, in het warme en zachte water.
Na dit verbluffend bezoek zijn we nu on the road naar Capadocië, zo’n 500 km meer naar het oosten van Turkije, waar we in Göreme o.a. de ondergrondse steden  willen bezoeken.

Afscheid van de zee

Opnieuw ontbijten we op het strand, deze maal in het gezelschap van een stel flink uit de kluiten gewassen wilde honden. Ze zien er gevaarlijk uit en kunnen lelijk naar elkaar uithalen maar eens je ze begint te aaien worden het lammetjes. En al zeker als je hen een stukske salami geeft…

Het is Gust zijn verjaardag en als we willen een fotootje doorsturen blijkt zelfs het aanzetten van de dataroaming mijn resterend Belgisch krediet op te souperen. De prijzen voor dataroaming zijn belachelijk hoog : 13 euro voor 1 MB. We kunnen nu zelfs niet meer bellen naar hem, een sms’je lukt nog net maar dat is dan ook het definitieve einde van ons krediet.

We volgen de weg langs de kust en Fietje kan maar niet beslissen hoe en wanneer we het binnenland zullen inrijden. Sinds we in Turkije zijn hebben we onze Garmin niet meer gebruikt om de weg te zoeken, Fietje is dan ook in haar nopjes met het zoeken van de weg op onze enorm grote kaart van Turkije. Ze mist de zee nu al, dat belooft voor de volgende maanden. De weg slingert meer dan 100  kilometers doorheen oneindige olijfgaarden, zover het oog reikt. Natuurlijk stoppen we om in één van de vele kraampjes en winkeltjes naast de weg olijfolie en olijven te kopen.

In het volgende stadje stoppen we om een Turkse sim kaart te kopen. De twee broers en hun moeder spreken geen woord Engels en we krijgen moeilijk uitgelegd wat we precies willen. Tot Google translate in “gespreksmodus” de redding blijkt te zijn. Om beurten spreken we in wat we willen zeggen en Google vertaalt alles mooi naar de ander zijn taal. Als de formaliteiten een beetje lang beginnen duren (wat is je vader zijn naam, moeder haar naam, etc, etc) gaat moeder in het theekraampje een beetje verderop thee bestellen.

Plots maken de olijfgaarden plaats voor een soort serres. We steken een auto met een compleet overladen aanhangwagentje voorbij. Die blijkt vol te staan met vaten braambessen. Een beetje verder staan er allemaal kraampjes waar we voor 7 lira (ongeveer 1,5 euro) een enorme bak aardbeien kopen.

We blijven maar de kust volgen in hoop opnieuw een plaatsje aan het strand te vinden. ’s Middags eten en zwemmen we nog op een bijna verlaten strand. We skypen er ook nog even met het thuisfront en wensen ons Gustje een gelukkige 20ste verjaardag. Wij in badpak, zij onder een fleece dekentje in de zetel van ons salon. Leuk om Felix, Kelly, Gust en de twee snoezen van poezen nog eens ‘live’ te zien…

Maar we moeten echt het binnenland in. Rond Manisa besluiten we dat het wel geweest is voor vandaag en kijken we uit naar een slaapplaats. Naast de grote stad ligt het Spit Dagi Milli Parki, daar moet wel iets te vinden zijn. Het gaat natuurlijk opnieuw stijl naar boven en op ongeveer 1200 meter zien we een ideaal plaatsje. Het weggetje er naartoe is gewoon gemaakt voor ons autootje, hoewel het stukje over een droog riviertje toch wel zeer nauw is. Eigenlijk neem ik het baantje een beetje te snel en we slingeren letterlijk van links naar rechts in onze cabine. Eens we het ideale plekje menen gevonden te hebben merkt Fietje dat er overal water uit ons woongedeelte loopt. Als we de deur openen is het binnen een waar slachtveld (een deel van onze papieren en de iPad hebben besloten hun schuilplaats te verlaten en hebben zich verbroederd met het water dat van overal blijkt te komen en de aarde van onze Vergeetmenietjes die we van mijn zus hebben gekregen). Ik ga op zoek naar de bron van deze ellende en tot mijn grote verwondering zit er op onze linkse watertank geen deksel. Waarschijnlijk heb ik het er vergeten op de draaien na onze laatste vulling in Troje.

Fietje trekt een beetje bleek maar start toch met het avondeten, hoewel de wagen eigenlijk te schuin staat en de potten en pannen vervaarlijk schuiven. Als ze zich op de koop toe verbrandt heeft ze het echt gehad en neem ik over. Een beetje later hoor ik toch een lichte paniek in haar stem als ze vanaf het dal een onweer ziet afkomen. Hoe mooi onze staanplaats ook is, hier wil ik in een onweer ook niet staan en ik wil hier zeker niet in het donker moeten vertrekken. Voor de eerste druppels vallen, maar midden de bliksemschichten pakken we zo vlug als we kunnen ons boeltje om veiliger oorden op de zoeken. We zien als een doemscenario voor ons waarbij ons mooi plaatsje in een kolkende rivier verandert…

We keren terug naar een plaatsje een beetje lager. We zijn daarnet hier al eens komen kijken en buiten een terrasje met wat locals was het daar zeer rustig. We parkeren ons naast een enorme metalen vlaggenmast waar een gigantische Turkse vlag aan wappert. Ondertussen vallen de dikke druppels uit de hemel en zien we meer bliksemschichten, mss is parkeren naast zo’n mast met zo’n weer geen zo’n goed idee maar we besluiten te blijven staan.

Fietje slaagt er toch nog in een lekkere maaltijd te maken met wat we nog liggen hebben (de worsten die we wilden eten vanavond waren niet zeer kosher meer en hebben we aan de wilde honden gegeven). Net als we lekker hebben gegeten en ons installeren om wat aan de blog te werken en de financiën nog eens te bekijken breekt een hels lawaai los. Turkse muziek uit een compleet overstuurde installatie, het zal toch niet waar zijn zeker. Blijkt er een honderdtal meter verder een “salon” te liggen waar vanavond een trouwfeest doorgaat.

Wat later begint het volk toe te stromen en krijgen we constant bezoek van de gasten van het trouwfeest. Opnieuw is Google translate iedereens vriend, niemand blijkt een zinnige zin Engels (of gelijk welke andere taal de wij een beetje machtig zouden kunnen zijn) te spreken of te verstaan. Telefoons worden heen en weer gegeven met vertaalde zinnen op, meestal valt dit mee, soms staat er klinkklare onzin op natuurlijk. Soms worden de jongsten een beetje ambetant maar als Fietje haar keel eens openzet zijn ze vlug de piste in.

Als ik buiten sta te “praten” met de broer en neven van de bruidegom word ik door de eigenaar van het terras en “salon” uitgenodigd voor een theetje. Samen met enkele van zijn vrienden zetten we ons op zijn terras en gaan ook hier de telefoons heen en weer met vertaalde zinnen. Als ik zeg niet te roken en ook geen cola, water, fanta, nog meer thee enz meer wil, vraagt hij of ik alcohol drink. Hij wil met mij straks wel een fles whiskey kraken, gelukkig kan ik hem overtuigen dat dit geen goed idee is omdat ik morgen nog moet rijden.

Rond middernacht is het trouwfeest afgelopen en kunnen we rustig in ons bedje kruipen terwijl de laatste gasten vertrekken.